Thalatta!

door Jos Houtsma

Thalatta, thalatta: het geschreeuw waarin Xenofons Griekse soldaten uitbarstten toen ze in de verte onder zich de Zwarte Zee zagen blinken waarnaar ze al zo lang onderweg waren. Er is waarschijnlijk geen Europese literatuur waarin deze kreet geen weerklank heeft gevonden. In de Nederlandse is denk ik verreweg het beroemdst een kort gedicht in de bundel Experimenten van Geerten Gossaert; ‘Thalatta!’ Een gezelschap te paard trekt in een heuvellandschap door een eikenbos. Het is nacht. Er steekt een windje op. Er wordt een vreemd gemurmel hoorbaar. Het paard van de ‘ik’ springt naar voren en beklimt de heuvel. Daar is de zee:

Thalatta!

De nacht was in de eikebosschen
Tusschen de heuvelen klaar en koel;
En statig stapten onze rossen,
Naar ’t Oosten en ’t verlangde doel.

Toen woej een windje in onze ooren
Een vreemd gemurmel ver en veeg …
En brieschend sprong mijn Vos naar voren,
In onbevolen draf, en steeg,

En stond ter kruine. Onbewogen,
Onder de koperroode maan,
Aanschouwden onze ontroerde oogen,
Onmetelijk, den Oceaan!

Is dit een beschrijving van Xenofons Anabasis 4.7? Het lijkt er misschien op. Maar er zijn  nogal wat verschillen. Xenofon beschrijft hoe hij bij de achterhoede is, die een gevecht levert met lokale strijders. Dan hoort hij geschreeuw, hij vreest dat ook de voorhoede slaags is geraakt en stormt met zijn ruiterij naar voren. De zee! Het is een voorstelling van zaken die in het gedicht van Gossaert ontbreekt. De Nederlandse dichter daarentegen heeft details die in de Anabasis niet voorkomen. De eikenbossen. De koperrode maan. Heel opvallend is dat de ‘ik’ in Gossaerts gedicht  niet onderweg is naar het noorden, zoals Xenofons Grieken, maar naar het oosten. En bovenal: die onmetelijke oceaan, dat is toch heel wat anders dan de Pontos Euxeinos waar de Griekse soldaten stonden. Gaat dit gedicht over een episode uit Xenofons Anabasis? Of beschrijft Gossaert een tochtje naar zee dat hij ooit heeft gemaakt? Zelf heeft hij op een drukproef van de eerste publicatie van het gedicht aangegeven dat het gedicht inderdaad is ontstaan naar aanleiding van een  rit te paard toen hij in 1907 in Mexico was. Een uitstapje dus, dat een associatie wekte met Xenofon. Maar het gedicht is veel meer dan dat. Ik denk dat Gossaert met deze evocatie van een nachtelijke rit te paard, naar zee, in de richting van de dageraad, een gedicht heeft geschreven dat tot over de oren in de traditie van het symbolisme staat – zeker niet het enige in zijn oeuvre waarin hier aangereikte sleutelwoorden een rol spelen, maar door de eenvoud en de kracht van de beelden wel een van de mooiste.

Afbeelding: John Steeple Davis – The story of the greatest nations, from the dawn of history to the twentieth century (published in 1900)