Stuk militaire spitstechnologie van Simon Stevin gaat langer mee dan zijn neologisme ervoor

Door Freek Van de Velde

Het schijnt dat er mensen bestaan die wekenlang alleen in een bos kunnen overleven, en weten waar ze drinkbaar water kunnen vinden, welke paddenstoelen eetbaar zijn en hoe ze een waterdichte luifel van dorre takken en mos kunnen maken om onder te slapen. Zelf ben ik niet zo’n survival-type. Maar toch kreeg ik van Facebook onlangs de suggestie om online een stuk gereedschap aan te kopen op een schimmige Franse website: een schop waarvan de randen zo bijgescherpt zijn dat je die ook kan gebruiken als bijl, en waarvan je het blad 90 graden kan kantelen zodat die ook dienst kan doen als hakbijl. Er was een man in een gevlekte legerbroek die heel handig voordeed hoe je jonge boompjes kon omhakken die je vervolgens zou kunnen gebruiken voor voornoemde luifel. Het gereedschap werd voorgesteld als een militaire innovatie. Geniaal in zijn eenvoud.

Een tijdje geleden was ik in Brugge op een kleine tentoonstelling die gewijd was aan het werk van Simon Stevin (1548-1620). Ik zou er graag reclame voor maken, maar ik denk dat de tentoonstelling niet meer loopt. Het was er heel rustig. In vitrine-aquariums kon je de boeken en manuscripten van deze buitengewone geleerde bekijken. Een van de boeken die er lagen, was een postume uitgave van Materiae politicae, burgherlicke stoffen van 1649, waarin zijn zoon Hendrick wat losse manuscripten van zijn vader gebundeld had. In dat boek wordt gewag gemaakt van een militaire uitvinding van Stevin, die van nut was bij het ondertunnelen van vijandige vestingwerken, om er springladingen in aan te brengen: de “spabijhou”. Dat is een spade die omgevormd kan worden tot een bijl en een houweel. DNBL heeft geen pdf van dit werk, dus u moet het stellen met de wazige foto die ik met mijn telefoon genomen heb, maar ik denk dat u toch een idee krijgt van dit ingenieuze instrument. Eigenlijk was het dus dezelfde uitvinding als die van Simon Stevin, bijna 400 jaar later.

Nu zijn er twee mogelijkheden: óf het gaat het hier om een onwaarschijnlijk toeval. Ik zie Stevins “spabijhou”, en een paar weken later reclame voor een moderne uitvoering op Facebook. Óf een vernuftig algoritme van Facebook heeft dat verband gelegd, en dacht dat ik na het bezoek aan de tentoonstelling wel geïnteresseerd zou zijn in de aanschaf van dit nuttige alaam. Dat laatste lijkt me sterk, dus ik houd het hier op het onwaarschijnlijke toeval, een instantie van de Wet van Littlewood.

Simon Stevin is onder neerlandici bekend om zijn vaak verbazingwekkend succesvol gebleken suggesties om Nederlandse alternatieven te verzinnen voor buitenlandse woorden, zoals meetkunde, omtrek, noemer en volmacht. Misschien is hier ook wel wat mythevorming overheen gegaan. Veel woorden waren al min of meer gangbaar, en het zou best kunnen dat Stevin ze alleen maar bekender heeft gemaakt. En er zijn ook woorden die het helemaal niet gehaald hebben: vergaren voor ‘optellen’, plomphoek voor ‘stompe hoek’, dwaalder voor ‘planeet’. Ik denk dat we de spabijhou tot de miskramen van Stevin moeten rekenen. Dat is zo’n lelijk woord dat het geen schijn van kans maakte, hoe nuttig het gereedschap zelf ook was.