Rhijnvis Feith (1753-1824) “Lierzang aan de Vrijheid” (1783)

Door Rolf den Otter

Polarisatie!  In de jaren ’80 van de 18e eeuw werd het steeds duidelijker, dat in het Leidsche literaire genootschap “Kunst wordt door arbeid verkreegen” de Patriotten steeds meer de overhand kregen. Dat het dan niet altijd even gezellig werd laat de onderstaande tekst zien, die in 1786 door het genootschap gepubliceerd werd. 

De tijdsomstandigheeden welke wij thans begonnen te beleeven, de verschillendheid van staetkundige gevoelens, al eenigen tijd in de Republiecq geheerscht hebbende, begonnen zig ook thands in dit ons Genootschap te vertoonen; de Algemeene Vergadering van dit jaer ging niet met die gulheid, vrolijkheid en hartlijkheid gepaerd, welke anderszins de bijeenkomsten der Kunstgenooten zo zeer kenmerkten. De Bestuerders meenden het daerom beeter te zijn, deeze Vergadering met geenen gewoonen maeltijd te besluiten, dan daerop eenige ongenoegens, uit die verschillenheid van Staetkundige begrippen gebooren, te onder: vinden: ’t was beter min vermaaks dan schade aan rust of eer. [Bron]

Blijkbaar was er zo’n lastige sfeer aan tafel, dat er maar helemaal niet meer met elkaar aan het eind samen gegeten werd…

In 1783 kon het nog voorkomen, dat zowel de aartsoranjegezinde Willem Bilderdijk als de vurige patriot Rhijnvis Feith in één uitgave van ‘Kunst wordt door arbeid verkreegen’ te vinden waren. Bilderdijk met o.a. vertalingen van Shakespeares Hamlet en Feith met het vurige “Lierzang aan de vrijheid.” [Bron]

Deze oproep aan Belgen en Bataven om toch vooral nooit “slaafsch” achter “de Troon” te lopen en als het even kan met geweld zich te verzetten, komt uit het zelfde jaar als zijn beroemde roman “Julia”. Het is even krachtig als dat het soms wat… bevreemdend is. Revolutie, omdat God wil dat jij vrij bent en diverse historische figuren die er goed aan deden diverse machthebbers om zeep te helpen… Maar de lierzang bevat ook prachtige stukken als:

Waar de eedle Vrijheid vest haar woning, 
Verzinkt voor haren glans de Troon. 
Elk burger is zijn eigen koning ; 
De wet geeft daar alleen geboôn. 
Hier kan geen overheerd vermogen 
Den zwakken, den in ’t stof gebogen’, 
Ooit straffeloos op ’t harte treen. 
De kleinste worm is vrijgeboren , 
En niemand kan dit heil verstoren 
Dan God en ’t misbedrijf alleen.

Ik ben dan altijd zo benieuwd hoe, waar en wanneer dit voorgelezen werd… En moest je dan met gebalde vuist dit voordragen? Enfin, ik wilde het graag uit de stof van de geschiedenis trekken en voordragen, wat uiteindelijk op de video te horen is. 

Met dank aan Rob de Bree voor het helpen ontleden van het gedicht. Het citaat uit 1786 over de geschrapte maaltijd bij ‘Kunst wordt door arbeid verkreegen’ vond ik via Rick Honings dissertatie “Geleerdheids zetel, Hollands roem!” (2011).