Gedicht: Willem de Mérode • Chinese gedichten

Wachten

Viel er een kleine regen in den nacht?
Een kraalgordijn heeft even zich bewogen,
Ik luister, en ik houd mijn adem in.

Ik stond voor een verlicht papieren venster.
Mijn nagel gleed langs het doorschenen vlies,
En daadlijk viel een groote duisternis.

Het kraalgordijn heeft even zich bewogen.
Daar achter hoopt en luistert een, snel ademend.
Ik luister, en ik houd mijn adem in.

••

De vreemdeling

Een vreemdeling is in ons huis gekomen.
Wij hebben onze wanden zóó verschoven,
Dat hij een kamer heeft voor slaap en maal.

Nieuwsgierig drukte ik in den wand een gaatje.
Zijn bleek gelaat woelde in de zijden kussens.
Zijn haarvlecht kronkelde gelijk een slang.

Mijn moeder keek, en sprak geheimvol lachend:
Lang zal de vreemde bij ons blijven wonen:
Een slang beet in het zijden dek zich vast.

Nu vrees ik alle dagen voor den vreemdling.
Ik voel iets woelen in mijn prille denken.
Een sterke slang beet in mijn hart zich vast.

Willem de Mérode (1887-1939)
uit: Chineesche gedichten (1933)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.