Gedicht: Jodocus van Lodensteyn • Op eene weder-horige schoon van Lichaam

Vier regels op Instagram.

Op een weder-horige schoon van Lichaam

Uw handen sijn wel sacht; sacht sijn uw teere wangen;
Uw armen sijn wel sacht; sacht sijn uw preuytsche gangen;
Uw keel en stem is sacht: sacht is den ganschen treck
Uws aanschijns; ’t is al sacht; hard is alleen uw Neck.

Jodocus van Lodensteyn (1620-1677)

weder-horig = weerspannig
preuytsch = edele, fiere, parmantige


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.