Gedicht: Hein de Bruin • Een avond in januari

Een avond in januari

Het is avond en de vensters zijn beslagen.
De buitenwereld schemert met wat gloed.
Herinnering waakt nauwlijks op. De dagen
zijn, ondereenvermengd, zuiver en zoet.

Alles is zo goed; een klein bezit aan boeken,
– ze hebben hart en zinnen eens gemoeid –
éen blik omvat ze nu, de ogen zoeken
even naar een kleur die ’t helderst gloeit.

Rust. Maar de weifeling werd reeds geboren,
of dit het uur is dat het diepst behaagt.
De stilte is nog suizende te horen,
maar ijl, als adem die geen stem meer draagt.

Rust. Maar pijnlijk wordt het hart beproefd,
nu het geen echo heeft, – waar niemand roept.

H. de Bruin (1899-1947)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.