Gedicht: H.L. Spiegel • Het vryen en can ick niet volprysen

Het vryen en can ick niet volprysen,
Al ben ick een heelen dach by mijn Lief,
Wy hebben veel verscheyden devysen,
De tijt ontloopt ons ghelijck een Dief,
Haer by zijn behoet my voor mis kief,
De dach dunckt my een uur warachtich,
Spreeckt my yemant aen, tis ongherief,
Ick swijch heel stil of ick spreeck mallachtich,
Mijn voorgaende reden niet ghedachtich,
Ick varieer in mijn woorden telcker stont:
Maer als ick by haer ben, die seer crachtich,
Mijn jonghe herteken heeft deurwont,
Soo vloeyen de woorden uyt mijn mont:
Wy souden wel t’samen een gants Jaer,, kallen,
En cussen, en lacchen, en jocken goet ront,
Hondert Jaer soud ick soo wel met haer mallen:
En het scheyden sou my dan noch swaer vallen.

H.L. Spiegel (1549-1612)

veel verscheyden devysen = heel wat te praten
miskief = narigheid
mallachtich = dwaas


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.