Achter het achtervoegsel (1)

Een wasserette. Bron: Algemeen Handelsblad 12 september 1961 op Delpher

Door Roland de Bonth

Samen met Cefas van Rossem volgde ik eind jaren tachtig aan de toenmalige Katholieke Universiteit Nijmegen een werkcollege morfologie bij prof. dr. M.C. van den Toorn. Ter afsluiting van dat college schreven we een werkstuk over het suffix -ette. Dat achtervoegsel heeft ons tot op heden in zijn greep gehouden.

Vorig jaar heeft dat tijdens de eerste lockdown geleid tot de openbare Facebookgroep Genootschap tot bevordering van het gebruik van het suffix -ette, waar we met enige regelmaat een ette-woord in de schijnwerpers plaatsen. De onderstaande tekst is een bewerking van de bijdrage die daar is verschenen op 4 september 2020.

Vanaf nu zullen wij elke eerste donderdag van de maand hier op Neerlandistiek beurtelings een bijdrage schrijven over de betekenis, de vorming en het gebruik van opmerkelijke ette-woorden. We openen deze reeks met een merknaam die soortnaam is geworden: de wasserette.

WASSERETTE

In Amerika was het begin jaren zestig de normaalste zaak van de wereld om tegen betaling zelf de was te doen in een launderette (uit to launder, ‘wassen’ + -ette). Verspreid over het land waren van kust tot kust meer dan 20.000 van dergelijke zelfbedieningswasserijen gevestigd. De formule sloeg ook aan in Engeland – begin jaren zestig waren daar al meer dan 1600 filialen – en in Denemarken.

Eerste wasserette
De 36-jarige Amsterdamse ondernemer A.J. Faverey geloofde dat er ook in Nederland wel eens behoefte zou kunnen zijn aan dit soort zaken. Met financiering van zijn compagnon, de Hilversumse industrieel B.W.M. Twaalfhoven, opende hij in 1959 in de hoofdstedelijke Jan Evertsenstraat de allereerste Nederlandse wasserette, gevormd naar analogie van het Amerikaans-Engelse woord launderette. Het concept sloeg aan. Wekelijks gingen duizenden huisvrouwen, vrijgezellen, mannen en op woensdagmiddag zelfs kinderen naar die eerste wasserette om in slechts een paar uur tijd tegen een geringe vergoeding de was te doen. Maandag-wasdag behoorde voor hen daarmee tot het verleden.

Groei
In 1960 waren er drie wasserettes geopend in Amsterdam. Naast het filiaal in de Jan Evertsenstraat konden klanten terecht in de Dapperstraat en de Kinkerstraat. Ondernemers die brood zagen in deze formule, mochten de naam N.V. Wasserette tegen betaling gebruiken. Ze moesten dan wel minimaal 35.000 gulden – ruim 15.000 euro – eigen kapitaal inbrengen, zo lezen we in een advertentie in de Telegraaf van 29 oktober 1960 (zie afbeelding). Ook elders in Nederland verschenen in rap tempo wasserettes. In 1961 waren er vestigingen in (aanbouw in) Rotterdam, Den Haag, Eindhoven, Maastricht en Enschede. De daaropvolgende jaren steeg het aantal franchisenemers met tientallen. De “washuizen met de kittige Franse naam” – zoals De Waarheid (10.07.1962) ze omschreef – trokken vogels van divers pluimage: onder de franchisenemers bevonden zich zeelui, een arts, KLM-captains, gepensioneerden uit Indonesië, een landbouwer, een economisch student en een directeur van een groot Zaans bedrijf” (Het Parool, 18.10.1962).

Merknaam of soortnaam
Eind jaren vijftig, begin jaren zestig was wasserette uitsluitend bekend als firmanaam: de N.V. Wasserette. Maar met de explosieve groei van het aantal zelfbedieningswasserijen in de jaren zestig werd wasserette meer en meer beschouwd als een soortnaam. Bedenkers van een merknaam zien een dergelijke ontwikkeling met lede ogen aan. Merken als Luxaflex en Jacuzzi spannen daarom rechtszaken aan tegen andere fabrikanten en ondernemers die deze namen gebruiken. Al in 1963 diende er een zaak waarin de rechter een geschil moest beslechten tussen de eigenares van wasserette Pema en de N.V. Wasserette (Het vrije volk, 20.12.1963).

Wasserijkwestie
Ook lexicografen moeten op hun tellen passen wanneer zij een tot soortnaam geworden merknaam willen opnemen in hun woordenboek. Zo dreigde N.V. Wasserette uitgever J.B. Wolters voor het gerecht te dagen omdat de omschrijving die J.B. Drewes (1907-1994) in zijn bewerking van de 26e druk van Koenens Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal (1971) bij het woord wasserette had opgenomen – ‘bedrijf waar de huisvrouwen met behulp van zich aldaar bevindende wasmachines tegen betaling hun was […] kunnen doen” – schadelijk zou kunnen zijn voor de firma N.V. Wasserette. Op basis van deze definitie kon namelijk iedereen zonder repercussies een wasserij openen onder de naam wasserette. En dat terwijl dit een wettelijk gedeponeerde naam was! Uiteindelijk is deze ‘wasserijkwestie’ niet voor de rechter gekomen maar zijn het bedrijf en de uitgeverij tot een schikking gekomen (zie De Ru 1985; met dank aan Ariane van Santen die dit artikel opnieuw onder onze aandacht bracht).

Albinette
Albert Heijn was bijzonder gecharmeerd van de wasserette – alsof ze nog niet genoeg verdienen ‘’op de pondjes koffie en hun rookworsten” pruttelde de communistische krant De waarheid (10.07.1962). De Zaanse grootgrutter liet N.V. Wasserette links liggen en besloot een eigen zelfbedieningswasserij te openen. Die wasserij kreeg de naam Albinette, waarin we de eerste letters van de bedrijfsnaam zien en het ongetwijfeld aan wasserette ontleende suffix -ette. Op 6 november 1962 startte die eerste wasautomatiek bij de winkel van Albert Heijn in de Helmhotzstraat in Amsterdam-Oost, destijds de grootste supermarkt van Nederland. Anders dan de wasserette had de Albinette geen enkel personeelslid in dienst: “’s Ochtends om zes uur gaat de deur door middel van een tijdslot automatisch open, ’s nachts om twaalf uur gaat de deur weer dicht. Er zullen twintig wasmachines staan en tien drogers. Verder zullen aanwezig zijn: een zeepautomaat, een sigarettenautomaat, een koude en warme dranken-automaat en een gezellig achtergrondmuziekje” (Het Parool, 18.10.1962).

Wassen, wassen, wassen
Het succes van de merknaam wasserette inspireerde ook andere ondernemers van (auto)wassalons en van schoonmaakbedrijven tot het bedenken van een bedrijfsnaam eindigend op -ette. Zo bevat de door ons aangelegde database de asconette (een wasserij van Ascot cleaners), de autorette (een autowasstraat in Mierlo), de cleanerette (een wasserij van Ascot cleaners), de cleanorette (een chemisch-reinigingsbedrijf), de klardinette (een wasserij van Frans Klardie op de Amsterdamse Rozengracht), de palthenette (een stomerij van Palthe), de quickynette (een wasserij van Ascot cleaners) en de washette (een wasserij van een Haagse firma).

Oproep
Wij zijn nog altijd op zoek naar woorden die eindigen op het suffix -ette, met name in commerciële naamgeving want die zijn niet te vinden in verklarende woordenboeken van het Nederlands. Komt u dus een product dat of bedrijfsnaam die tegen met het suffix -ette, laat het ons dan weten op onze Facebookpagina of in het opmerkingenveld onder deze bijdrage – liefst met vindplaats en/of foto.

Geraadpleegde bronnen
• Delpher.nl
• A. de Ru, Een hekel aan fantasie. Over J.B. Drewes (1907-1994). In: Trefwoord 10 (1995), 62-80.