Top 40 van de Gouden Eeuw – 20

Door Margot Kalse en Olga van Marion

Te mei als alle vogels zingen

Een nieu Liedeken, op de wijse. Te Mey als alle Vogelen, etc.

Door Margot Kalse en Olga van Marion

Nederlanders zingen heel veel, niet alleen in kerken en koren, maar ook op feestjes, bij bruiloften en onder de douche. Dat doen ze al eeuwen. Wie verliefd of verlaten is zingt een popliedje, wie in nood is het Wilhelmus of een psalm, en wie een kind in slaap sust een wiegenlied. Een gouden tijd voor het Nederlandse lied is de periode van de late zestiende en de zeventiende eeuw, wanneer al die liedjes verzameld in liedbundeltjes op de markt komen, geschikt voor jong en oud. Muzieknotatie is niet nodig, want de boekjes bevatten contrafacten: teksten van liedjes met aanduiding van de bekende melodie waarop ze gezongen kunnen worden.
Voor de Top 40 van de Gouden Eeuw hebben we de veertig populairste melodieën uit de Nederlandse Liederenbank geselecteerd, die destijds in het Nederlandse taalgebied het meest gebruikt zijn. Bij deze melodieën hebben we mooie, ontroerende en verrassende liedteksten uit die tijd gezocht om Nederlandstaligen van nu in staat te stellen kennis te maken met de rijkdom van dit cultureel erfgoed. Iedereen kan nu met behulp van de muzieknotatie of de midi-files de liedjes leren zingen. Van tijd tot tijd zullen we een exemplaar uit de Top 40 publiceren, tot we bij de allerpopulairste melodie op nummer 1 zijn.
In het boekje waarin alle liedjes verschijnen, willen we uw commentaar graag verwerken.

Te mei als alle vogels zingen

Deze boude melodie werd, blijkens de vele verwijzingen, al in de zestiende eeuw gebruikt, maar als tekst vinden we ‘Te mey als alle de Vogelkens singhen’ pas in de Amoreuse Liedekens van 1613. De tekst die wij gekozen hebben komt uit Een nieu Guese liede boecxken (1576), waar de anonieme dichter de Spaansgezinde burgers in de Nederlanden waarschuwt tegen de onbetrouwbare beloften van de Spaanse regering. Steden als Rotterdam, Mechelen, Zutphen, Naarden en Assendelft zijn tegen de afspraken in geplunderd en uitgemoord. Alkmaar is er niet ingetrapt en daar is de victorie begonnen.

Een nieu Liedeken, op de wijse. Te Mey als alle Vogelen, etc.

3. Hy nam de stadt in zijn ghewelt,
Wien heeft hy van gheloove vermelt,
Oft na gheloof doen vraghen?
Maer hy heeft de Lieden neder ghevelt,
Doorschooten en doorslaghen.

4. Spiegelt u aen Mechelen in Brabant,
Sy quamen met ongewapender handt
Den Spaenjaert te gemoet gegangen,
Sy droeghen Processie triumphant,
Wat loon hebben die ontfangen!

5. Sy worden verslaghen, al waren sy coen,
Die Burghers waren in dit saysoen
Vol suchten ende treuren:
Alsulcke Gracie ende Pardoen
Soude u Catholijcken gebeuren.

6. Te Zutphen, hoort wel na mijn vermaen,
Daer quam den spaenjaert binnen gaen.
Met also corten spacy
Gincmen de lieden met sweerden verslaen.
Was dit niet schamele gracy?

7. Sy quamen voor Naerden metter spoet,
Tien Burgers vielen don Frederic te voet
Die hem om gracy baden:
‘Ick sal u doen’, sprack hy verwoet, 
‘Ghenade, ende geen ghenaden’.

8. De Borghers hadden noyt sulcx gehoort,
Geen verstant en haddense uyt dit woort.
Eer de stadt was opgegeven,
Doe werden aldaer de Mannen vermoort,
De vrouwen liet hy meest leven.

9. Te Assendelft hoort men de liede clagen,
Sy spraken: ‘wy Geusden noyt onse dagen!’
Hoort wat de Spaengiaerts seyden:
‘Daerom willen wy u sielen ten Hemel dragen
Eer u die Geusen verleyden’.

10. Hierom ghy Burgers hier wel op past,
En stelt u niet in sulcken last,
En laet u niet bedrieghen.
Een Spaens Pardoen dat hout so vast,
Als een open hant vol Vlieghen.

11. De stadt van Alckmaer wijs bedocht,
Die en heeft gheen Spaens Pardoen gecocht,
Daerom was sy beleghen.
Oock eenen storm daer voor gewrocht,
Godt danck noch onvercreghen.

12. Ghy die onsen Prins wilt hebben verdreven,
Soudt ghy liever den Tienden Penninck gheven,
Is dit al u verlanghen?
Ducdalve, u beminde Neve,
Die wilse gheern ontfanghen.

13. Of wildy u selfs tot eygenschap keeren,
Daer en derft ghy gheen spaens om leeren.
Treckt liever in Westphalen,
Daer wilmen wel eyghen slaven begeeren,
Men spreecter duytsche talen.

14. Oorlof ghy Burgers, fijn en oprecht,
Al wat u den Spaengiaert toesecht,
Oft wat sy u gheloeven,
Dat houden sy ghelijck een Hont zijn echt.
Wacht u van sulcke Boeven!

Ofals
slechtonnozel
Bossougraaf van Bo(u)ssu, Spaans bevelhebber
coendapper
Met also corten spacybinnen de kortste keren
wy geusden noytwij hoorden nooit bij de geuzen
Pardoengenade
beleghenbelegerd
stormstormloop (door de Spanjaarden)
noch onvercreghentoch niet in handen gekregen
DucdalveDon Frederik, Hertog van Alva, Spaanse bevelhebber bij de belegering van Mechelen, Zutphen, Naarden en Alkmaar
Nevevriendje
eygenschaphorigheid
gheloevendoen geloven
echt(huwelijks)trouw

Tekst uit: Een nieu Guese Liede Boeckxen, Waerinne begrepen is den gantschen Handel der Nederlantscher Geschiedenissen […] (z.pl., z.n., 1576), f. 61v.-62v. https://www.dbnl.org/tekst/_nie096nieu01_01/_nie096nieu01_01_0039.php#_nie096nieu01_0039
Melodie uit: Joannes Tollenarius, Het prieel der gheestelicker melodiie/ inhoudende veel schoone leysenen/ ende geestelijke liedekens van diveersche devote materien/ ende op de principale hoochtijden des jaers dienende etc. Van nieuws over-sien vermeerdert ende verbetert in veel plaetsen (Antwerpen: Hieronymus Verdussen, 1620), p.192. https://books.google.nl/books?id=sDcUAAAAQAAJ (pdf p. 219)