Taal die niet bestaat

Door Marten van der Meulen

Ik lees graag The Guardian. Ik voel me daardoor een beetje een snob, maar ik vind het nou eenmaal een goede krant. De literatuurrecensies gaan over boeken die mij interesseren, en zelfs een artikel over het succes van Maradona wordt gelinkt aan de migratiegeschiedenis van Argentinië. Maar gaat het over taal, dan blijkt The Guardian net zulke beperkte schrijvers te hebben als sommige Nederlandse kranten. Zo wees iemand me onlangs op dit artikel, dat in de zomer verscheen. Het stelt de vraag of irregardless een echt woord is. Die vraag, wat als taal echt is, wat wel of niet bestaat, is volgens mij ontzettend problematisch.


Bestaat niet

Vergelijkbare opmerkingen komen ook in Nederlandse taaladviezenboeken weleens voor, in verschillende verschijningsvormen. Allereerst zijn er opmerkingen die het bestaan van een woord koppelen aan opname in een woordenboek, vaak Van Dale:

Rietomzoomd vind ik eigenlijk wel mooi maar bestáát niet eens volgens Van Dale (Timmers 1994

Volgens mijn beste vriend, de dikke Van Dale, bestaat het woord ‘getint’ niet eens (Van Wissen 1995)

Dan zijn er ook categorische ontkenningen:

afgelasten Men moest de voetbalwedstrijd afgelastenAflasten bestaat nietAflassen betekent laswerk voltooien. (Van der Horst 1988)  

Het woord hun komt nooit als onderwerp voor. In zulke zinnen vervangt u hun altijd door zij of ze. (Van Son 1996)

En er zijn opmerkingen zoals onderstaand, die expliciet benoemen dat iets voorkomt:

Zo komt tegenwoordig ook de niet-bestaande combinatie zich beseffen vaak voor. (Houët 2000

In de loop der tijd, bijvoorbeeld, bestaat niethoe vaak het ook wordt geschreven (Erkelens 2008)

Een andere betekenis

Nu is het makkelijk om deze schrijvers een beetje belachelijk te maken. Vooral die laatste twee voorbeelden zijn namelijk heel raar: hoe kan iets wel voorkomen, maar niet bestaan? Is zo’n woord dan een soort fata morgana? Ik zit niet zo in de logica, maar hier klopt geen hout van. Ook de opmerkingen over Van Dale getuigen van weinig inzicht in hoe een woordenboek werkt. Er zijn namelijk ontzettend veel woorden die daar niet in voorkomen, terwijl ze toch echt bestaan. En, zoals de editor van het Amerikaanse woordenboek Merriam-Webster zegt, erkennen dat iets bestaat is niet hetzelfde als er waarde aan toekennen. Toch is dit ook een beetje naïef: de bedoeling van beschrijving is misschien waardevrij, maar waarde ligt ook in perceptie. Opname in een woordenboek (of beschrijving in een grammatica) zorgt op die manier wel degelijk voor legitimiteit.

Zo’n ‘analyse’ van zulke uitspraken levert echter niets op. Om deze opmerkingen te kunnen begrijpen moeten we daarom dezelfde aanpak hanteren als wanneer mensen zeggen dat eikenboomprocessierups een goed scrabblewoord is. Het gebruikte woord, in dit geval bestaan, heeft een andere betekenis voor de gebruikers. Wat er bedoeld wordt is vrij duidelijk: bestaan betekent ‘geaccepteerd binnen de norm’. Binnen het Standaardnederlands, of een andere variëteit, kan het veroordeelde woord niet bestaan. Het gaat dus helemaal niet over daadwerkelijk voorkomen, maar over het potentiële voorkomen van een woord. Het is dus niet zozeer ‘het bestaat niet’ als wel ‘het kan niet bestaan’ of ‘het zou niet mogen bestaan’.

Problematisch

Zoals met het begrip ‘scrabblewoord’ is het verwarrend dat een woord verschillende betekenissen heeft, maar dat probleem komt vaker voor. Het echte probleem zit ‘m voor mij in het gebruik van ‘echtheid’ als argument om taal te veroordelen. Vermeende taalfouten worden op allerlei manieren aan de kaak gesteld. Vormen zijn lelijk, verwarrend, overbodig, afkomstig uit een eng buitenland, niet hoe de maker het bedoeld had en niet hoe het historisch gebruikt werd. Je kunt van al die argumenten vinden wat je wil (ik vind bijvoorbeeld schoonheid een belachelijk argument om te zeggen dat iets fout is), maar al die argumenten hebben één ding gemeen: ze erkennen in ieder geval dát de fout bestaat. Dat spreekt ook heel erg voor zich: waarom zou je iets veroordelen wat niet voorkomt? Je hoort ook niemand over de foute plaatsing van het lidwoord achter het zelfstandig naamwoord (koe de).

Maar zeggen dat iets niet bestaat is een fundamenteel ander soort argument. In plaats van je te verhouden tot iets wat je niet leuk vindt, ontken je dat het er überhaupt is. Zo’n soort ontkenning wordt met een fraai Engels woord (wat een handige taal is dat toch) invisibilization genoemd. Het is een bekende term uit de sociale wetenschap, die wordt gebruikt om over de marginalisatie van groepen mensen te praten. Een voorbeeld (met dank aan Sterre) is de Iraanse president die ooit zei dat Iran geen probleem heeft met homoseksualiteit omdat er geen homo’s zijn in Iran. Héél erg problematisch en gevaarlijk.

Nu kun je denken: kom kom, een taaloordeel is helemaal niet zo erg als het structureel uitsluiten van minderheden. Maar taaloordelen liggen daar dicht tegenaan, en kunnen daarvoor gebruikt worden. Net als wanneer mensen zeggen dat de taal puur moet worden gehouden, is de stap naar discriminatie of racisme (taal moet puur zijn, ons land of volk moet puur zijn) erg klein. Dat maakt ook echtheid tot zo’n gevaarlijk argument, waarvan ik zou willen dat het niet bestond. Maar het is er, en dus moeten we ons ertoe verhouden, zonder het bestaan te ontkennen.

Dit stuk verscheen eerder op het weblog van Milfje Meulskens