Studentenkerstwedstrijd 2020 – Verrekijker, loep en spiegel

2020 is een zeer bewogen jaar geweest en veel mensen hebben van zich laten horen. Van wie we nog meer willen horen zijn studenten. Daarom heeft Neerlandistiek speciaal voor hen een kerstwedstrijd uitgeschreven: waar zijn ze het afgelopen jaar mee bezig geweest? Vandaag plaatsen we de tweede van vijf door de jury geselecteerde inzendingen; ‘Verrekijker, loep en spiegel’ door Josie Beirau, student Nederlands in Berlijn.

Door Josie Beirau

2020. Wat een jaar, toch? Een jaar van verliezen. Een jaar om bang te zijn. Een jaar om niet te durven hopen. Maar in ieder geval een jaar dat iedereen over de tong ging. 2020 was overal. Op onze lippen, in onze gedachten en niemand die het niet ééns over 2020 had. Misschien wordt het nu juist tijd om het over iets anders te hebben. 2020 even vergeten, tenminste voor een paar seconden. Er zijn zo veel meer mogelijkheden. Andere onderwerpen, andere ideeën. Wat vinden jullie bijvoorbeeld van… 2019? Want 2019 was écht niet mijn jaar. Veel erger dan 2020.

Waarom? Kort gezegd: ik was klaar. Ik was klaar met school, maar ook een beetje klaar met mijn leven. Ik wist helemaal niet wat ik wilde doen. Studeren? Werken? De wereld ontdekken? Mezelf gaan zoeken? En wie is dat eigenlijk? Die ik? Wie ben ik? Waarom leef ik? Nou… waarom ik leef – dat wist ik eigenlijk wel. Mijn ouders waren ook maar slachtoffers van de natuur, maar dat bedoel ik niet. Was er misschien nog een andere reden, een betekenis? Ik had geen idee, geen plannen en later ook geen hoop meer. Wat ik wel had was angst.

De deur dicht

Wat moest ik nu doen? Was er een uitgestippeld pad om te volgen? Een duidelijke keuze om te maken? Een bepaalde beslissing om te nemen? Als er écht een pad was om te volgen dan was deze ontzettend overwoekerd en heel goed verborgen. Ik kon niets zien, niets vinden, niets ontdekken. Geen verrekijker, loep, noch spiegel. Niets hielp. Ik kon nog steeds niets zien. Geen oplossing, geen einde en geen begin. Wat ik wel zag (of dacht) was dat ik blijkbaar de enige was. De enige die niets zag. Iedereen ging verder, ging door, deed iets – wat het ook was, ik bleef staan. Ik bleef zitten. Ik bleef liggen. Ik bleef.

In november kwam ik uiteindelijk in het ziekenhuis terecht. Nu was niet alleen ík klaar met mijn leven, maar ook mijn leven klaar met mij. ‘Wat is er aan de hand?’ vroeg de arts. Ik haalde mijn schouders op. Maar dat was ook precies alles wat in mij opkwam. Ik wist geen antwoord, ik kon niets zeggen, kon geen woorden vinden. Ik wist helemaal niets meer. ‘Ga maar lekker naar huis. Met jou is alles in orde, je hoeft alleen maar iets te vinden om blij van te worden.’ Hij deed de deur dicht.

Liefdesliedjes

Alles in orde? Iets vinden om blij van te worden? Ik fronste en ging op huis aan. De tijd ging tergend traag voorbij. Ondertussen studeerde ik taalwetenschappen in Berlijn. Ik hou van talen, van woorden en van de mogelijkheid je eigen betekenis aan de woorden te geven, iets te bereiken doordat je met woorden speelt, doordat je de woorden voelt. Taal betekent dat je gedachten een vorm krijgen. Taal betekent dat je in je gedachten een mooie blauwe jurk kunt aantrekken, als je het alleen maar wilt. Maar ik wist nog stééds niet wat ik precies wilde. En welke kleur de jurk van mijn gedachten zou kunnen hebben. Bovendien nam ik mijn studie niet echt serieus.

Toen kwam 2020. (2020, daar is ie weer. Maar goed, ik kan er ook niets aan doen.) De situatie was erg. Het hele land sukkelde een lockdown in, een slaap zonder dromen. Opnieuw werd ik bang. Ik voelde me eenzaam en kleiner nóg dan een stofdeeltje. En ook nét zo belangrijk als een stofdeeltje. Ik zat de hele dag in mijn kamer na te denken, me te vervelen en niets te verwachten. Op een dag was mijn verveling zó groot dat ik serieus over mijn studie begon na te denken. Voordat ik in het ziekenhuis terechtkwam, was ik een cursus Nederlands aan de universiteit gaan volgen. Duits is mijn moedertaal en ik vond het ontzettend grappig Nederlands te horen. Het was alleen voor de grap. Ik vond wat Nederlandse liedjes op Spotify en begon te luisteren. Ik was verbaasd hoeveel ik al begreep. Toen kwam ik een afspeellijst tegen die ‘Nederlandstalige liefdesliedjes’ heet. En godsamme, dat was juist de juiste tijd. Tussen ‘geef mij nu je angst, ik geef je er hoop voor terug’ en ‘mooi kan het leven zijn, het is maar hoe je kijkt’ begon ik weer te voelen hoe warm de zon op mijn gezicht eigenlijk was. ‘Pak maar mijn hand’ zong iemand – en dat deed ik dan ook.

Spiegel

Het ging sneller dan ik me ooit had kunnen voorstellen. Ik werd zo snel en zo hevig verliefd op het Nederlands dat het bijna pijn deed. Ik voelde me uiteindelijk op mijn gemak. En dat was heel bijzonder. Want eigenlijk was ik altijd verlegen en durfde ik nooit echt een vreemde taal te spreken. Ik was nog steeds verlegen maar ik wílde het, ik wilde slagen.

Ondertussen heb ik ongeveer zeven Tandem-partners met wie ik elke week voor een online sessie Nederlands-Duits afspreek. Dat zijn niet alleen mensen uit Nederland, maar ook uit België. Mensen van mijn leeftijd, maar ook veel oudere mensen. Mensen die Duits op school hebben geleerd en mensen die naar Berlijn verhuisd zijn en nu Duitse taalkennis nodig hebben. Mensen met wie ik uren lang kan kletsen en mensen die me helpen om verder te gaan met mijn taalverwerving.

En nu zit ik weer hier in mijn kamer. Ik steek mijn handen uit en pak mijn verrekijker. Even durf ik mijn ogen niet open te doen. Uiteindelijk doe ik het toch. Het duurt even voordat het beeld scherper wordt. Ik zie wat vormen en lijnen, kleuren en licht. Het blijft een beetje schemerig, maar dat maakt niet uit. Ik voel de glimlach die zich op mijn lippen vormt. Ik kan eindelijk weer iets zien. Ik heb een toekomst. Ik weet niet echt hoe die eruit ziet. Maar dat weet je nooit, toch? En bovendien heb ik nog een loep en een spiegel. Op een dag kan ik vast en zeker weer voldoende zien. En dan weet ik misschien ook welke kleur de jurk van mijn gedachten heeft.