Nu en straks in tweeën

Dichter des Vaderlands (12)

Door Marc van Oostendorp

Dat het gedicht Nu en straks van Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja klassiek mag heten, is niet alleen doordat het veertien regels telt, of doordat de woordgroepen ‘in het nieuwe straks’ en ‘in het nieuwe nu’, telkens vooropgeplaatst in een zin, het gedicht verder structureren.

Het heeft ook met ritme te maken.

Dat blijkt het duidelijkst uit Bruinja’s voordracht in de video hierboven. Iedere regel verdeelt de dichter in tweeën, met daarbij in iedere halve regel (iedere colon, is de poëzietechnische term) één woord dat hij wat langzamer uitspreekt, meestal aan het eind. Ik geef de grens tussen twee cola hier weer met een streepje, en het woord met nadruk door dat vet te drukken:

Nu en straks

in het nieuwe straks | vragen we ons niet meer af
of we naar de begrafenis gaan | van een oudtante
laten we vriendschappen | minder snel verwateren
lachen we om het aftandse ongemak | van feestdagen
het oude liedje van | ik weet mij geen houding te geven
hoe kun jij je jaloezie | toch zo goed verbloemen
kom op samen | overschreeuwen we
de onzekerheid | van nauwe familiebanden
niet langer | vanachter een camera

in het nieuwe straks | wil mijn huid nog steeds
dicht tegen jouw huid | aan zoals we dat
in het nieuwe nu | al twee jaar samen deden

nooit te bang | op onze bek te gaan
opnieuw te beginnen | en weer op te staan

Vooral naar het einde van de eerste strofe worden de regels wat korter en de voordracht sneller, maar ik geloof dat je zelfs daar nog een tweedeling kan horen. Een onderverdeling in cola is een vorm van metriek die je in de Nederlandse poëzie niet veel tegenkomt maar die tegelijkertijd klassiek klinkt.