Nederlandse plaatsnamen vóór 1200

door Arend Quack

Het ‘Lexicon van Nederlandse toponiemen tot 1200’ (LNT) is een nuttig handboek voor de naamkundige, waarin de meeste Nederlandse plaatsnamen die vóór 1200 zijn aangetroffen zijn opgenomen. Toch zijn er soms nog buitenlandse bronnen, waarin vindplaatsen van zulke plaatsnamen voorkomen, die niet in LNT staan. De Oudhoogduitse glossen zijn hier een voorbeeld van.

In het zogenaamde ‘Summarium Heinrici’, dat in de eerste helft van de 11e eeuw, mogelijk in het klooster Lorsch, is ontstaan, bevinden zich onder de ‘Nomina civitatum nobilium Regni Francorum’ ook twee Nederlandse plaatsnamen: Utrecht en Deventer. De naam deventer (e uit a verbeterd) verschijnt echter alleen in een Praags handschrift uit de 13e eeuw. De naam uztrieht ‘Utrecht’ duikt echter al op in handschriften uit de 12e eeuw: München Clm. 2612, Wenen, ÖNB 2400, Einsiedeln 171 en Schlettstadt (Steinmeyer-Sievers: III,125,46; 208,31; 611,40).

Het opvallende is, dat de toevoeging ūt- ‘stroomafwaarts gelegen’ aan het oudere Treht (uit lat. trajectum ‘oversteekplaats’) ter onderscheiding van Maastricht in de volkstalige bronnen eerder in Duitsland lijkt voor te komen dan in Nederland. LNT noemt weliswaar Uttret en Utrect uit de 11e eeuw, maar die staan in oorkonden die in de 12e eeuw zijn vervalst. Verder verschijnen in LNT twee vormen met uz- in Keulen [ca. 1159-1169]. Ook in de Vroegmiddelhoogduitse ‘Merigarto’ [2e helft 11e e.] staat in strofe 11 uztrehte en in 12 uztriehte.

Uit de Latijnse vormen in LNT blijkt, dat de toevoeging Ulterius ‘verderaf gelegen’ in 1052-56 voor het eerst voorkomt en Ultra- met dezelfde betekenis begin 12e eeuw. De Hoogduitse attestaties lijken dus gelijktijdig te zijn en dat is misschien begrijpelijk, omdat vanuit Duitsland gezien het voor de hand ligt de steden Maastricht en Utrecht op deze manier uit elkaar te houden.

Bronnen

Reiner Hildebrand (Hg). Summarium Heinrici. Band 1. Textkritische Ausgabe der ersten Fassung Buch I-X (QF NF 61 (185), Berlin/New York 1974.
E. Steinmeyer & E. Sievers, Die althochdeutschen Glossen. Bd. I-V. Berlin 1879-1922.
N. Th. J. Voorwinden, Merigarto. Eine philologisch-historische Monographie. Leiden 1973.

  1. ‘Merigarto’; 2. ‘Summarium Heinrici’