Het nieuwe lezen van de keizer

Dolleman Rob Ruggenberg Plot26 Screenshot

Nederlandse scholieren lezen slecht en ze lezen weinig. Als ze lezen doen ze dat doorgaans met tegenzin. Dat moet anders, dacht Blink, uitgever van een methode voor het schoolvak Nederlands, en bedacht ‘het nieuwe lezen’, een ‘radicaal andere aanpak van het leesonderwijs’. Het gratis verspreide boekje dat bij het door Blink herziene leesonderwijs hoort, heet Succesverhaal. Ontdek het nieuwe lezen. 35 schrijvers, onder wie Adriaan van Dis, Kluun en Alex Boogers, sloten zich bij ‘het nieuwe lezen’ aan. Alex Boogers mailde uitgever Jorien Castelein dat hij al jaren ‘vanuit de loopgraven’ strijdt tegen de ontlezing.

Leerlingen lezen slecht door de ‘verplichte leeslijst’, schrijft jeugdboekenschrijver Buddy Tegenbosch in Succesverhalen. Hij baseert zijn bewijs op een anekdote. Op een school kwam hij een jongen uit 4-havo tegen die trots vertelde dat hij al halverwege Judas van Astrid Holleeder was. Toen zijn docent Nederlands zei dat hij dat boek niet voor zijn lijst mocht lezen, was de jongen teleurgesteld en werd Tegenbosch boos.

Stop met de verplichte leeslijst, met de zogenaamde kwaliteitscontrole. (…) En laten we alsjeblieft nooit, echt nooit, zeggen dat een leerling een boek niet mag lezen.

De docent zei echter niet dat de jongen Judas niet mocht lezen. Hij mocht het niet op zijn lijst zetten. In Nederland is namelijk wettelijk bepaald dat havo- en vwoleerlingen in de bovenbouw acht resp. twaalf literaire werken moeten lezen. Deze boeken zetten leerlingen op een lijst. Judas van Holleeder valt onder non-fictie en mag dus niet op ‘de lijst’. Over de inhoud en literaire kenmerken van de boeken krijgen de leerlingen een schoolexamen. Van een verplichte leeslijst, met voorgeschreven boeken, is geen sprake. Alle docenten op alle scholen zeggen tegen hun leerlingen: overleg van tevoren over de boeken die je voor het schoolexamen leest.  

Het nieuwe lezen van Blink bestaat uit vijf pijlers:

1. Elke dag een half uur lezen uit nieuwsgierigheid.

2. Actief en samen bezig zijn met wat je hebt gelezen.

3. Een rijke leesomgeving bieden met veel variatie en vrije keuze (ook films, audiobooks en YouTube).

4. Langer binnen hetzelfde thema lezen, in verbinding met andere vakken.

5. Taalvaardigheden in samenhang behandelen, zodat het waarom en het grotere geheel voor leerlingen duidelijk is.

Buddy Tegenbosch is ertegen, maar kwaliteitscontrole lijkt me heel belangrijk. Leerlingen worden alleen betere lezers als ze kwalitatief goede boeken en teksten lezen. Nieuwsgierigheid is niet genoeg. Films en YouTube zou ik uit de leesomgeving bannen. Lezen is actief je hersenen gebruiken, kijken is passief consumeren. ‘Series kijken en bodemloos scrollen op sociale media bieden troost, en zijn een vorm van escapisme’, zegt Charlotte Remarque in Succesverhaal. Het is ook niet zo dat Nederlandse jongeren te weinig YouTube-video’s, Netflix of films kijken. Uit het Nationale Social Media Onderzoek 2020 van Newcom Research blijkt dat jongeren dagelijks 2 uur en 23 minuten op sociale media doorbrengen.

Voor Blink is er binnen de eigen methode ook werk aan de winkel. De verhalen die de basis vormen van Plot26, Blinks methode voor het vmbo en de onderbouw van het havo en het vwo, bieden geen rijke leesomgeving. Ze zijn vaak ontzettend plat, seksistisch, heteronormatief en hebben soms een racistische ondertoon. Nederland kent een ontzettend rijke en kwalitatief hoogwaardige jeugdliteratuur. Daar is bij Plot26 helaas niets van terug te vinden.

Veel verhalen, die in opdracht voor Plot26 worden geschreven, zijn van dit niveau:

Ze had Mario afgelopen zomer voor de eerste keer gespot in een discotheek bij het Gardameer. Die ogen! Hij had haar de hele avond in de gaten gehouden en pas toen ze aanstalten had gemaakt om met haar vriendin terug te gaan naar de camping, was hij plotseling naast haar komen lopen. Ze vergeet zijn machowoorden nooit meer. ‘Hello, is it me you’re looking for?’ In plaats van hem af te wijzen had ze haar schouders opgehaald en hem een uitdagend lachje gegund.

Uit: ‘Bella Donna’ van Elle van den Boogaart.

‘Kijk uit!’ Sven Appel maakt met zijn elektrische scooter een zwieper om Sinterklaas heen, die niet goed uitkijkt bij het oversteken. ‘Je moet het zebrapad gebruiken, ouwe!’ Sinterklaas roept hem kwaad iets na wat Sven niet verstaat. Hij steekt vrolijk zijn middelvinger op terwijl hij verder rijdt naar de Van Speykstraat: twee pizza’s Caprese en een pizza Margherita voor nummer 10.

Hij denkt aan Emilie, aan krullen in de wind, aan afspraakjes in de fietsenstalling. Voor zoiets als Sinterklaas heeft hij geen plek in zijn hoofd. Ouwe zeur, loopt alleen maar in de weg. Nog even die pizza’s en dan is hij klaar voor vandaag.

Uit: ‘Sinterklaas heerst‘ van Rom Molemaker.

Het stramien van de verhalen in Plot26 is uiterst eenzijdig. Pubermeisjes zijn geobsedeerd door puberjongens. Ze krijgen te maken met sexting en zoenen met meisjes omdat jongens dat leuk vinden. Als meisjes succes willen hebben, moeten ze ‘griezelige regisseurs’ paaien en cosmetische ingrepen ondergaan, lezen we in het verhaal ‘Karo-één punt nul‘ van Lydia Rood. Puberjongens tarten graag het gezag en hebben vaak een vriendinnetje met wie ze een beetje onverschillig omgaan. Vrouwelijke personages zijn vaak passief (ze komen pas in actie als ze iets van een jongen willen) en mannelijke personages jagen op boeven en lossen problemen op. Van rijk taalgebruik, uitbreiding van de woordenschat, leesontwikkeling of literaire vorming is geen sprake.

Ronduit kwalijk vind ik het verhaal ‘Dolleman’ van Rob Ruggenberg waarin een witte arts in ‘Afrika’ een zwarte medicijnman doelbewust laat sterven aan hondsdolheid. De arts ziet in de medicijnman, mchawi, een vijand die ervoor zorgt dat patiënten niet naar zijn kliniek komen. “Een ellendeling die me last bezorgt’, noemt de arts hem. Als de man gebeten wordt door een kind met hondsdolheid, biedt de arts de mchawi geen medische hulp. Hij vertrekt om met zijn zoon, de verteller van het verhaal, op safari te gaan.

‘Dolleman’ eindigt zo:

Toen ik mijn vader een paar maanden later aan de telefoon had, was hij vrolijk. Hij had het erg druk. Het ziekenhuisje lag helemaal vol, vertelde hij. De mensen kwamen weer graag naar hem toe, ja, met hun kinderen.

‘En die medicijnman?’ vroeg ik. ‘Hoe is het daar mee afgelopen?’

‘Wie, die mchawi? O, die is dood.’

Dit verhaal is gebaseerd op een ware gebeurtenis.

Uit: ‘Dolleman‘ van Rob Ruggenberg.

In het verhaal noch in de zes verwerkingsopdrachten die Plot26 bij ‘Dolleman’ levert, wordt het witte superioriteitsgevoel van de vader en zijn voor een arts zeer onethische handelen aan de orde gesteld. De leerlingen wordt gevraagd zich in het perspectief van de moeder van de jongen, die in Nederland woont, te verdiepen en verhalen over weerwolven en Dracula op te zoeken.

Afbeelding: Screenshot van ‘Dolleman’ van Rob Ruggenberg uit de methode Plot26.