Goed communiceren leer je niet vanzelf

Minister Van Engelshoven belooft veel maar doet weinig

D66 congres 07-11-09 Breda

Door Carel Jansen
namens de landelijke projectgroep Uitdrukkingsvaardigheid

Lang niet alle studenten kunnen goed mondeling en schriftelijk communiceren in het Nederlands. Zo is het aan het begin van hun studie; zo is het helaas vaak ook aan het eind. We zien dat zelf in ons onderwijs, het blijkt uit het Taalunierapport ‘Vaart met taalvaardigheid’ en minister Van Engelshoven constateerde het vorig jaar in een brief aan de Tweede Kamer. Ze wilde meer aandacht gaan besteden aan de uitdrukkingsvaardigheid in het Nederlands van studenten. Zo wilde ze bijdragen ‘aan de aansluiting van het onderwijs op de Nederlandse arbeidsmarkt en aan het behoud en de ontwikkeling van het Nederlands als zodanig’.

Dat klonk goed. Over de volle breedte van onze samenleving hebben we hoogopgeleiden nodig die zich goed kunnen uitdrukken in het Nederlands en die helder en effectief kunnen communiceren met specialisten en niet-specialisten. Die eisen moeten we stellen aan afgestudeerden van Nederlandstalige opleidingen maar ook aan Nederlandstalige studenten die een internationale opleiding hebben gevolgd.

De minister kondigde ook een nieuwe wet aan: ‘Taal en toegankelijkheid’. Die wet is inmiddels bijna een feit. Er staat in dat universiteiten en hogescholen zich moeten richten op ‘de bevordering van de uitdrukkingsvaardigheid in het Nederlands van studenten’. Ook dat klinkt goed. Maar een belangrijk punt is nog niet ingevuld. De wet zegt nog niet hoe de universiteiten en hogescholen daadwerkelijk moeten bevorderen dat hun studenten zich goed uit kunnen drukken in het Nederlands. Om dat te regelen moet er een AMvB komen, een Algemene Maatregel van Bestuur.

Tandeloze leeuw

Voor die AMvB heeft de minister nu een voorstel geformuleerd. Helaas, het blijkt te gaan om een tandeloze leeuw. De instellingen hoeven alleen te blijven doen wat ze vaak al lang doen: taalvoorzieningen aanbieden voor studenten die er zelf voor kiezen om daar gebruik van te maken. Studenten van wie de uitdrukkingsvaardigheid tekortschiet worden nergens toe verplicht, van toetsing is geen sprake en wie aan zijn of haar uitdrukkingsvaardigheid wil werken, krijgt daar geen studiepunten voor. Een gemiste kans. Hebben immers niet alle studenten er baat bij als ze leren hoe ze de opgedane kennis goed mondeling en schriftelijk kunnen presenteren?

De voorzieningen die de instellingen volgens de minister moeten aanbieden, zijn bedoeld voor Nederlandstalige studenten die een internationale opleiding volgen. Van studenten aan Nederlandstalige opleidingen neemt de minister aan dat hun uitdrukkingsvaardigheid ‘automatisch’ beter wordt, doordat ze hun onderwijs in het Nederlands krijgen. Een kras staaltje van ongefundeerd wensdenken. Zonder expliciete aandacht voor de uitdrukkingsvaardigheid in het Nederlands valt in geen enkele opleiding een spontane verbetering van die uitdrukkingsvaardigheid te verwachten.

Van de goede voornemens van de minister van vorig jaar komt met dit voorstel weinig terecht. Als het aan de instellingen ligt is dat weinige nog te veel. De VSNU, de vereniging van universiteiten, vindt dat de minister tevreden moet zijn met voorzieningen op instellingsniveau waar studenten vrijwillig gebruik van kunnen maken. Dan hoeft er op opleidingsniveau niets meer te worden gedaan aan de uitdrukkingsvaardigheid in het Nederlands, aldus de universiteiten. De VSNU vindt ook dat de universiteiten betrokken moeten worden bij de manier waarop straks wordt getoetst of ze aan hun verplichtingen voldoen. De slager wil zich bemoeien met de keuring van zijn eigen vlees.

Ambitie, verplichtingen, toezicht

In een reactie op de voorgenomen AMvB pleiten wij bij de minister voor echte ambitie bij de vergroting van de uitdrukkings­vaardigheid van studenten in het Nederlands – en als het om internationale opleidingen gaat ook in het Engels. Wij pleiten voor een AMvB die opleidingen verplicht om te laten zien hoe ze de uitdrukkingsvaardigheid van hun studenten in de praktijk vergroten. Wij pleiten ook voor toezicht op de uitdrukkingsvaardigheid van studenten aan het eind van hun opleiding. Die uitdrukkingsvaardigheid moet van een hoog niveau zijn, een niveau dat past bij hbo’ers en academici. Met minder moet de Nederlandse samenleving geen genoegen willen nemen.

De projectgroep Uitdrukkingsvaardigheid is als volgt samengesteld:

  • Drs. José Beijer, bestuurslid Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs
  • Prof. dr. Carel Jansen, onafhankelijk voorzitter van de projectgroep
  • Drs. Katja Hunfeld, bestuurslid Nederlandse en Vlaamse Universitaire Talencentra
  • Dr. Joy de Jong, voorzitter Netwerk Academische Communicatieve Vaardigheden
  • Evelyne van der Neut, MA (Res.), bestuurslid Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs
  • Dr. Mieke Smits, senior adviseur Taalunie
  • Dr. Ninke Stukker, bestuurslid Vereniging Interuniversitair Overleg Taalbeheersing

Carel Jansen spreekt vanmorgen (na 11 uur) in het radioprogramma De Taalstaat over dit initiatief.