De jeugd

Door Henk Wolf

“Thuis dansen, digitaal voetballen, of de burgemeester iets raars op verzoek zien doen. Bij gebrek aan echt vuurwerk moet dat de jeugd van rottigheid weerhouden.”

Dat schrijft de Trouw deze week. Ik vond het een vreemde formulering. Dat komt door het bepaalde lidwoord de in de woordgroep de jeugd. Voor mij betekent de bovenstaande formulering door die woordkeuze dat zoniet alle, dan toch de meeste of de typerendste leden van die groep ervan moeten worden weerhouden rottigheid uit te halen.

En dat zou dan een uitspraak zijn die ‘de jeugd’ onrecht doet. Jongeren geven zich niet massaal over aan baldadigheid. De meesten jongeren met wie ik over hun oudejaarsplannen heb gesproken, zitten met hun ouders, partner of vrienden het jaar uit, moeten dan werken of gaan vroeg naar bed. Tuurlijk zijn er ook anderen, maar die vormen niet ‘de jeugd’, hoogstens een deel daarvan.

Het is niet dat de woordgroep ‘de jeugd’ niet op een specifieke groep jonge mensen kan slaan. Als mijn buurvrouw zegt dat ‘de jeugd er met ’t weekend is’, dan heeft ze het over haar kleinkinderen. En als een burgemeester zegt dat ie een paar keten wil plaatsen voor ‘de jeugd’, dan bedoelt ie de dorpsjeugd. Die betekenis haal je uit de context. Maar in het krantenstuk is die context er niet, waardoor ‘de jeugd’ een heel brede betekenis lijkt te hebben.

Het gebruik van ‘de jeugd’ was geen verschrijvinkje van de journalist: in hetzelfde krantenartikel komt die woordgroep namelijk nog twee keer voor. De kop boven het artikel is ‘Hoe houden gemeenten de jeugd met oudjaar van de straat’. Ook die formulering drukt jonge mensen massaal het stempel op de leden dat ze raddraaiers zijn die men ertoe moet verleiden of dwingen niets te vernielen. En de zin ‘In diverse gemeenten doen jongerenwerkers hun best om de jeugd met Oud en Nieuw thuis te houden’ suggereert dat de typische jongere jongerenwerkers nodig heeft om in het gareel te blijven.

Ik vermoed dat de journalist een term als criminele jeugd wilde vermijden, misschien om te voorkomen dat de bedoelde jongeren zo wrokkig worden dat ze zich tot criminele volwassenen ontwikkelen – en dat ie daarom heeft gekozen voor een generaliserend eufemisme. Dat leidt alleen tot formuleringen die het hele jonge deel van de bevolking als straatschenders voorstellen. Ten onrechte.