Vrouwen en migranten vaak centrale rol in romans, blijkt uit computeranalyse

Persbericht Radboud Universiteit

Met een combinatie van computergestuurde data-analyse en traditionele letterkundige methoden onderzoekt Roel Smeets hoe groepen mensen worden afgebeeld in hedendaagse Nederlandstalige literaire fictie. Zo ontstaat en uitgebreid beeld van de manieren waarop mannen en vrouwen, mensen met en zonder een migratieachtergrond, lager en hogeropgeleiden, en jongeren en ouderen terugkomen in 170 hedendaagse romans. Smeets promoveert op 24 november aan de Radboud Universiteit.

‘Mijn proefschrift gaat over het spanningsveld tussen literatuur en de maatschappij. Hoe worden bepaalde groepen mensen afgebeeld in hedendaagse literatuur? En hoe verhoudt zich dat tot de situatie in de hedendaagse maatschappij?’ Smeets onderzocht onder andere hoe vaak groepen voorkomen en welke hiërarchische positie ze hebben in het verhaal.  ‘Ik maak voor alle onderzochte romans sociale netwerken van personages, zoals een socioloog dat zou doen voor de maatschappij.’

Emancipatie, segregatie en klassenstrijd

Eén (niet heel) verbazingwekkende conclusie is dat mannen vaker voorkomen dan vrouwen in de romans (60 versus 40 procent). ‘Maar opvallend is bijvoorbeeld wel dat vrouwelijke personages vaker een centralere positie in het sociale netwerk innemen dan mannelijke personages. Ze zijn bijvoorbeeld de verbindende factor in het netwerk, of ze hebben meer relaties met anderen.’

Een andere conclusie is dat hoewel slechts zo’n 10 procent van alle personages een migratie-achtergrond heeft, ze wel een relatief belangrijke positie in het netwerk in de romans innemen. Ook keek Smeets hoeveel integratie er in de romans is tussen bepaalde sociale groepen. Zo is er relatief veel segregatie tussen hoger en lageropgeleide personages, tussen jongere en oudere personages en tussen personages met en personages zonder migratieachtergrond – hoewel dat laatste veel minder is in literaire fictie dan in de Nederlandse samenleving.

In de analyse van de romans ziet Smeets bovendien allerlei conflicten tussen bepaalde groepen terugkomen.  ‘Je ziet bijvoorbeeld klassenstrijd terugkomen, laagopgeleide personages versus hoge personages, dat thema heeft vaak een centrale rol in veel romans.’

170 romans

Voor zijn onderzoek nam Smeets 170 boeken uit het jaar 2012 als sample. Dit zijn alle inzendingen voor de Libris Literatuur Prijs van 2013, 37 procent van de romans die verschenen in het jaar van inzenden (2012). In totaal bestudeerde hij 2137 personages uit die romans. ‘Voor het onderzoek heb ik software geschreven die al die boeken kan ‘lezen’, en daar statistische patronen uit haalt, maar ik heb de boeken ook gelezen met traditionele letterkundige methoden. Mijn doel was om kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar literatuur te verenigen.’

‘De methodologische claim die ik maak is dat je met een computergestuurde data-analyse van literatuur verrassende inzichten kan genereren die je mist met een traditionele lezing: sociale dynamieken tussen personages en ook grote sociale thema’s zoals emancipatie, klassenstrijd, segregatie en integratie.’

In vervolgonderzoek wil Smeets de situatie in fictie vergelijken met de historische situatie. ‘Loopt fictie vooruit op de werkelijkheid of andersom? Als je systematisch door de eeuwen heen vergelijkt, zie je dan bepaalde maatschappelijke tendensen? Denk bijvoorbeeld aan de feministische beweging: zie je dat vrouwelijke personages steeds centraler worden in romans wanneer de maatschappelijke positie van vrouwen verbetert?’

Alle software en data die Smeets heeft gebruikt is publiekelijk toegankelijk voor verder onderzoek: https://github.com/roelsmeets/character-networks