Top 40 van de Gouden Eeuw – 25

Door Margot Kalse en Olga van Marion

Nederlanders zingen heel veel, niet alleen in kerken en koren, maar ook op feestjes, bij bruiloften en onder de douche. Dat doen ze al eeuwen. Wie verliefd of verlaten is zingt een popliedje, wie in nood is het Wilhelmus of een psalm, en wie een kind in slaap sust een wiegenlied. Een gouden tijd voor het Nederlandse lied is de periode van de late zestiende en de zeventiende eeuw, wanneer al die liedjes verzameld in liedbundeltjes op de markt komen, geschikt voor jong en oud. Muzieknotatie is niet nodig, want de boekjes bevatten contrafacten: teksten van liedjes met aanduiding van de bekende melodie waarop ze gezongen kunnen worden.
Voor de Top 40 van de Gouden Eeuw hebben we de veertig populairste melodieën uit de Nederlandse Liederenbank geselecteerd, die destijds in het Nederlandse taalgebied het meest gebruikt zijn. Bij deze melodieën hebben we mooie, ontroerende en verrassende liedteksten uit die tijd gezocht om Nederlandstaligen van nu in staat te stellen kennis te maken met de rijkdom van dit cultureel erfgoed. Iedereen kan nu met behulp van de muzieknotatie of de midi-files de liedjes leren zingen. Van tijd tot tijd zullen we een exemplaar uit de Top 40 publiceren, tot we bij de allerpopulairste melodie op nummer 1 zijn.
In het boekje waarin alle liedjes verschijnen, willen we uw commentaar graag verwerken.

Schoon lief wil my troost geven

Deze veel gebruikte, vlotte melodie heeft vele namen. In het Thysius-handschrift heet ze ‘Allemande la Isappelle’ en ‘C’est pour vous madame’ in de luitbewerking door Adriaenssen (1600). We kennen geen lied waar de Nederlandse melodie-aanduiding (‘Schoon lief…’) naar verwijst. Bredero heeft de melodie diverse keren gebruikt. Hij was dus nogal melodievast, misschien omdat hij niet zoveel melodieën tegelijk kon onthouden? De tekst uit De groote bron der Minnen (1622) is een van Bredero’s beroemde Margriet-gedichten. De ik-figuur raakt direct bij het kennismaken met een jonge vrouw onder de indruk van haar intelligentie, schoonheid, welbespraaktheid, belezenheid, scherpzinnigheid en goede inzicht. Voor hem is zij zo mooi als Venus en zo wijs als Pallas Athene (Minerva). Zij moet wel Margriet – parel – heten.

Amoureus – Lied. Op de Stem: Schoon lief wilt my troost geven

3. Want ’t cunstich cloeck verclaaren
Deed’ mijn ghedachten staaren
Op haar volmaackte jeucht
En schoonheyts crachtelheden,
Versiert met rijcke reden,
Vol onvolpresen deught.

4. ’t Is wonder! boven wonder!
Ick hoorde noyt gesonder,
Noch onverlemder reen,
Gheknurrift noch ghebroocken,
Maar gheestich, glat ghesproocken,
Met alle voeg’lijckheen.

5. In ’t onderscheyt der dinghen
Soo blinckt sy sonderlinghen
Als punt van Dyamant.
Natuur had lust te baeren
In groene jonghe Jaeren
Een grijs en grauw’ verstant.

6. Haar Ziele die kan siften
De Bloem uyt de gheschriften,
Die sy andachtich leest;
Met gauw en goet opmercken
Pickt sy uyt schoone wercken
Het merrich en de Gheest.

7. Haar oordeel is doorsichtich!
Dat wickt en weeght, hoe wichtich
De eyghenschappen syn
Van uytghelesen kunsten,
Van veynsery en gunsten,
Van wesen en van schyn.

8. Oock weet sy wel te spreecken
De deughden, de ghebreecken,
Het goed en quaad beleydt
Van alderhande daden;
Ick can my niet versaaden
Van haar bescheydenheyt.

9. Maar hoe sal ick haar noemen,
De Moeder van mijn roemen?
’t Is Juno; neen t’is niet,
’t Is Venus aan haar wesen,
Of Pallas is verresen
In schijn van Margriet.

G.A. Bredero

broschevurige
mannelijcke Maaghtintelligente jonge vrouw
uytghenomenbijzonder
Als…comenAls je nooit meer zal zien
eerstmeteen
verdoordevan de wijs bracht
het deftich prysenhet vormelijk kennismaken
cunstich cloeck verclaarenvolgens de etiquette netjes kennismaken
schoonheyts crachtelhedenkrachten van haar schoonheid
redenverstand
onverlemder reenkrachtiger taal
Gheknurrifthakkelend
grijs en grauw’rijp
Bloemessentie
merrichmerg, kern
doorsichtichscherpzinnig
spreeckenspreken over
beleydtgevolg
bescheydenheytgoede inzicht

Tekst uit: G.A. Brederode, De groote bron der Minnen (Amsterdam: Cornelis Lodewijksz van der Plassen, 1622), p. 39-40 http://www.let.leidenuniv.nl/Dutch/Renaissance/Facsimiles/BrederoLiedboeck1622b/source/BrederoLiedboeck1622b039.htm
Melodie uit: Joannes Tollenarius, Het prieel der gheestelicker melodiie, inhoudende veel schoone leysenen, ende geestelijke liedekens van diveersche devote materien, ende op de principale hoochtijden des jaers dienende etc. Van nieuws over-sien vermeerdert ende verbetert in veel plaetsen (Antwerpen: Hieronymus Verdussen, 1617), p. 129-130  https://books.google.nl/books?id=sDcUAAAAQAAJ