Ruimte

Door Jos Joosten

Jarenlang lazen we tijdens het Mastercollege literatuurkritiek wekelijks de boekenbijlage van ‘de Volkskrant’, en elk jaar was er vroeger of later wel een student die opmerkte dat de illustraties zo idioot veel ruimte kregen ten koste van de tekst.

De grootste wanverhouding leek een beetje voorbij, de tijd dat in bijlage ‘Sir Edmund’ dyslectische grafici een gelaagde Machtsübernahme pleegden en leestekst zo’n beetje helemaal taboe werd verklaard. Maar toch verbaast nog altijd de verhouding beeld + tekst in wat toch een boeken-bijlage is.

Deze week krijgt Sander Kollaard twee pagina’s voor Ali Smith. Wat betekent dat in de praktijk? Een halve pagina voor de kop van het artikel, viervijfde pagina illustratie – netto tekst: ruim 1000 woorden. De volgende pagina: Onno Blom over de Marieke Lucas Rijneveld. Hetzelfde verhaal. Kop, lead en illustratie nemen meer ruime in dan de 1000 woorden die hij heeft voor het boek. Het stuk van Matthijs van Nieuwkerk – even ongeacht wat van deze recensent (‘recensent’) te vinden: één héle pagina, waar met aftrek van alle grafische frutsels, plaatje hier, tekstje daar, voor de tekst zelf 500 woorden overblijven!

Op deze bladzijden hadden zo twee of drie meer boeken besproken kunnen worden, of meer tekst aan een oeuvre besteed. Bedenk eens wat een verschil dat jaarlijks maakt.

En uitgerekend bij de lezers van de boekenbijlage heerst toch geen angst voor eens een fors stuk tekst, eventueel zelfs zónder plaatjes? Voor hippig, tot niets verplichtend, inhoudsloos grafisch gefröbel hebben we bovendien ‘Volkskrant Magazine’ toch al?

Er moest eens iemand zijn of haar stem verheffen en met klem ruim plaats voor het woord terugeisen op de boekenpagina’s.