Gedicht: Tom de Wit • Kultuurlied

Kultuurlied

Zingt, zingt een nieuw gezang ter eere,
Ter eere van het Derde Rijk!
Waar Hitler-Goering nu regeeren,
Bij gratie van het Aardsche slijk.
Zij gaan het Duitsche Volk saneeren,
Totdat – van vreemden smet bevrijd –
’t Germaansche Ras weer zal floreeren
Van nu tot alle eeuwigheid.
Het Duitsche Volk wil brood en vrede,
Het wil verheffing en Kultuur.
Welnu, verhooren Wij die bede
En schenken Wij het de Mensur.
De Geest van Potsdam worde vaardig
en Zegene Ons Hakenkruis.
Wat staat dat Zwart-Wit-Rood ons aardig,
Als kinderen van één Vaderhuis.
Geeft nu het plebs weer brood en spelen
En neemt het van de joden af;
Wij laten ons niet meer bestelen,
Maar stelen zelf tot aan het graf,
En zingen ‘Deutschland über Alles!’
En roeien de marxisten uit.
Want Juda zit nu in de Dalles,
En Rome zegent vast ons kruit.
Heil! Driewerf heil den grooten Leider,
Die, stralend als een sterke Held,
En als een machtige Bevrijder,
Den rooden draak heeft neergeveld.
Een tweede Siegfried is gekomen,
Hij heeft het Duitsche Volk gewekt,
Verwezenlijkt de oude droomen
Van Macht en Grootheid en van Sekt.
Zingt, brult een nieuw gezang ter eere,
Ter eere van het Derde Rijk,
Want spoedig kan de kans verkeeren
En is het slechts een stinkend lijk.

Tom de Wit
uit: Links Richten


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.