Franse Lolita-stemmen

Door Freek Van de Velde

Wie wel eens in Frankrijk komt, of Franse vrouwen ontmoet in het buitenland is vast wel opgevallen dat die vaak een hoge, wat kinderlijk klinkende stem hebben. Een collega die Franse taalkunde doceert en een tijdje in Parijs gewoond heeft, bevestigde dat. Het viel haar toen ook op, maar je raakt eraan gewend. Trouwens: niet alle Franse vrouwen doen het, en ze doen het ook niet altijd. Elisabeth Badinter doet het niet, Françoise Hardy deed het wel, Marion Cotillard doet het soms.

Maar het verschil is er wel. De tweetalige Amerikaans-Franse actrice Lily-Rose Melody Depp heeft een hogere waargenomen basis-toonhoogte (fonetici spreken van F0) wanneer ze Frans spreekt dan wanneer ze Engels spreekt [1]. Hetzelfde fenomeen doet zich voor bij Frans-Duitse tweetaligen [2], én bij eentaligen: Frans heeft een hogere F0 dan Amerikaans Engels [3]. Uit een kleine exploratieve studie [4] blijkt voorts dat Franse vrouwen een vrij hoge F0 hebben, zowel in vergelijking met andere talen als in vergelijking met Franssprekende vrouwen in België en in Canada. En ik heb ook anekdotische ondersteuning: twee Franse collega’s die ik wat beter ken hebben ook van die hoge Franse stemmen, en bij een recente verdediging van een proefschrift, hadden alle Franse vrouwen in de jury het ook. Het trof mij en andere collega’s in het publiek.

Wat zit daarachter? Waarom praten Franse vrouwen met een hoge stem? Ik ben niet heel goed thuis in klankleer, maar ik lees wel eens iets over sociofonetiek, en de beoefenaren van die tak van de linguïstiek zijn stellig: er is een verband tussen toonhoogte en de identiteit die je bewust of onbewust uitdrukt.

Evolutie

Sommige van die verbanden zijn evolutionair te verklaren: een hogere stem is minder bedreigend, omdat kleinere dieren doorgaans een hoger geluid maken en grotere dieren een lager geluid. Als je een laag gegrom hoort in het struikgewas, dan doe je er goed aan voorzichtig te zijn. Dat is volgens taalkundigen zoals John Ohala [5, 6, 7] en Judith Haan [8] ook de reden waarom een veelgebruikte strategie voor vraagzinnen is om de intonatie omhoog te laten gaan: je drukt ermee uit dat je niet bedreigend, en onderdanig bent, in de hoop daarmee welwillendheid op te wekken bij degene aan wie je vraag gericht is. Omgekeerd kun je je stem lager laten klinken om imposanter te klinken.

Dat doet zich ook voor in de seksuele arena. ‘Burlende’ mannetjesherten in de paringstijd verlagen hun strottenhoofd om indruk te maken op wijfjes [9], en vergelijkbaar gedrag is ook vast te stellen bij mensen [10]. Vrouwen vinden mannen met lagere stemmen aantrekkelijker omdat ze daardoor imposanter en minder kinderlijk lijken. Andersom lijken mannen een voorkeur te hebben voor tekenen van jeugdigheid in vrouwen: grote ogen, glad haar, gladde huid, en mogelijk ook hogere stemmen [11]. Telefoonseks gaat gepaard met verhoogde vrouwelijke stemmen [12]. In een studie bij koppels die een afspraakje hadden, bleek de vrouwelijke toonhoogte meer dan de helft van de variantie te verklaren in de seksuele voorkeur van mannen [13]. Mark Liberman wijdt een post op de veelgelezen blog Languge Log aan wat “the sexy baby plague” genoemd wordt, “where very smart women have taken on this affectation that evokes submission and sexual titillation to the male species”. De woorden zijn niet die van Liberman, maar van Lake Bell. Liberman zelf heeft grote reserves bij een het nogal heterogene groepje kenmerken dat bij elkaar gebracht wordt, maar ontkent de F0-verschillen zelf niet, en in andere posts laat hij zien dat er inderdaad nationale verschillen zijn in genderafstand in F0. [14, 15, 16]

Mannen die zichzelf als minder mannelijk beschouwen, spreken ook met een hogere stem [17]. Er schijnt ook een verband te zijn tussen de mate van emancipatie van vrouwen in een bepaalde cultuur en de gemiddelde toonhoogte waarop die vrouwen spreken. En een lage stem kan een imago van onverzettelijkheid oproepen: van de Britse conservatieve politica Margaret Thatcher is bekend dat ze uitspraaklessen volgde om haar stem lager te laten klinken, en de Franse conservatieve politica Marine Le Pen heeft ook een opvallend lage stem. Met heel wat slagen om de arm zou je misschien kunnen zeggen: hoe groter het onderscheid tussen mannen en vrouwen (culturele seksuele dimorfie), en hoe stereotieper de vrouwenrol, hoe groter het verschil in toonhoogte (zie verder ook [18]).

De Franse obsessie voor jonge vrouwen

Is de Franse cultuur meer seksueel dimorf? Moeilijk te zeggen. Je hebt onderzoek van Hofstede, dat vrij populair is bij collega’s van interculturele communicatie, maar daar is ook wel veel kritiek op, en Frankrijk heeft, anders dan bijvoorbeeld Japan, niet zo’n afgetekend profiel in de tabellen van Hofstede [19]. Wel valt op dat Frankrijk grossiert in kindsterretjes, die nogal gemakkelijk geseksualiseerd worden. In 1984 figureerde Charlotte Gainsbourg, toen twaalf, in een videoclip van het nummer Lemon Incest, wat een schandaal veroorzaakte: het zou pedofilie verheerlijken. Twee jaar later brak Vanessa Paradis, veertien jaar oud, door met haar muziek, en trad toen op in voorlijke outfits. Alizée was niet veel ouder toen ze een hit had met het nummer ‘Moi Lolita’ (veelzeggende titel). Fransen hebben daar trouwens een traditie in. Hoewel Madame Du Barry, maîtresse-en-titre van Lodewijk XV, drieëndertig jaar jonger was dan de koning, begon hij op latere leeftijd de sponde te delen met een nog jongere vrouw, die eigenlijk nauwelijks de huwbare leeftijd had bereikt. Dat is trouwens het beeld dat in het buitenland heerst van Frankrijk: een losse seksuele moraal met vroegrijpe vrouwen. Dat zag je ook weer in de controverse rond de Franse serie Mignonnes (‘Cuties’) die in 2020 op Netflix te zien was, maar waarvan puriteins Amerika vond dat die veel te ver ging.

Het verband tussen de Franse uitspraak en seksualisering van vrouwen is overigens niet nieuw. In 1890 schrijft Gerard van Hamel een stuk in De Gids getiteld ‘Gesproken en geschreven Fransch’ [20], en daarin doet hij de volgende observatie:

“En wat te zeggen van den zoogenaamden ‘e muet,’ die wel niet moeielijk is voort te brengen (daar hij klinkt als een zeer korte eu), maar met welke de Franschman, bovenal de Parijzenaar, zoo handig en zoo keurig weet om te gaan, dat een vreemdeling er wanhopig onder kan worden? Sommige fransche philologen noemen dien klank liever ‘e-féminin’, en de Nederlander, die, door den gewonen naam van ‘e muet’ verleid, er maar al te dikwijls toe komt dezen koketten klank voor stom te verklaren, zal wel doen met over de beteekenis van den nieuwen naam eens goed na te denken; als een juffertje, fijn van bouw, gracieus, soms grillig van manieren, moet die klank worden behandeld.”

Het is een impressionistische beschrijving, en ook niet vrij van seksisme dunkt me, maar voor de auteur klinkt de Franse uitspraak ook wat behaagziek.

Verder terug in de tijd heeft Erasmus het ook al over Parijse vrouwen, die een wat fragielere uitspraak hebben: “Parisininae mulierculae (…) adeo delicatulae sunt, ut pro pere dicant pese” (‘Parijse vrouwtjes zijn zo teer dat ze pese zeggen in plaats van pere’). Dat wordt zo geciteerd door Otto Jespersen [21, p.244], die verder ook opmerkt dat rond 1700 vrouwen e gaan zeggen in plaats van a, ook weer een wat geslotener klinker, die wat ieler klinkt.

Culturele relicten

Ik wil natuurlijk allerminst beweren dat mijn Franse vrouwelijke collega’s zichzelf erotiseren of behaagziek zijn. Ze zijn gedegen onderzoekers. En ik denk niet dat hun hoge stemmen een doelbewuste keuze zijn (al zijn er wel aanwijzingen dat F0-verschillen niet automatisch zijn, maar onderhevig aan controle, zie [22]). Het kan toevallig samenhangen met hun lichaamsbouw: de bouw van het strottenhoofd is een bepalende factor. Maar als zich een patroon aftekent over het niveau van het individu heen, dan lijkt het me waarschijnlijker dat de Franse vrouwen met hoge stem de historische sporen van hun cultuur dragen. Dat is niet ongebruikelijk voor taal: ook het lexicon en zelfs de grammatica dragen sporen van ons culturele verleden. Dat wereld afgeleid is van *wera- ‘man’, en het Franse woord voor ‘mens’ en ‘man’ hetzelfde is (homme) is een relict uit een tijd dat alleen mannen echt meetelden. Dat sommige Slavische talen een genitief-achtige accusatief hebben voor mannelijke personen, die vroeger alleen gebruikt werd voor volwassen, vrijgeboren en gezonde mannen, en dus niet voor vrouwen, kinderen, slaven of kreupelen [23], vinden we nu ook smakeloos. Waarom zouden dat soort relicten niet kunnen bestaan voor prosodie? Onder (socio)fonetici is dat ook breed erkend: de F0 is een combinatie van culturele en biologische factoren (naast de al genoemde literatuur is er recent ook nog [24]), en de verschillen worden al vroeg geleerd door kinderen. Lieberman [25] doet de fascinerende observatie dat jongensbaby’s een hogere F0 hebben als ze in zichzelf brabbelen, dan wanneer ze tegen hun moeder brabbelen en dat die nog verder omlaaggaat wanneer ze tegen hun vader brabbelen. Dat laat zien dat mensen een diep ingebakken neiging hebben om zich te spiegelen aan hun gesprekspartner. En zulke verschillen kunnen ingesleten patronen worden in de variëteiten.

Bronnen

[1] Bellino, K.I. 2020. Cross-linguistic pitch differences in English and French bilinguals: Timothée Chalamet and Lily-Rose Depp. Thesis, The University of Vermont.
[2] Voigt, R., D. Jurafsky & M. Sumner. 2016. ‘Between- and within-speaker effects of bilingualism on F0 variation’. Proc. Interspeech 2016: 1122-1126.
[3] Pépiot, E. ‘Male and female speech: a study of mean f0, f0 range, phonation type and speech rate in Parisian French and American English speakers’. Speech Prosody 7: 305-309.
[4] Bernhardsson, Erik. 2017. Language pitch. https://erikbern.com/2017/02/01/language-pitch.html.
[5] Ohala, J. 1983. Cross-language use of pitch: an ethological view. Phonetica 40: 1-18.
[6] Ohala, J. 1984. ‘An ethological perspective on common cross-language utilization of F0 of voice’. Phonetica 41: 1-16.
[7] Ohala, J. 1994. ‘The frequency code underlies the sound-symbolic use of voice pitch’. In: L. Hinton, J. Nichols & J. Ohala (eds.), Sound symbolism. Cambridge University Press. 325-347.
[8] Haan, J. 2002. Speaking of questions. LOT Dissertation Series 52.
[9] Fitch W.T. & D. Reby. 2001. ‘The descended larynx is not uniquely human’. Proc. R. Soc. Lond. B. 268: 1669-1675.
[10] Feinberg, D.R., B.C. Jones, A.C. Little, D.M. Burt & D.I. Perrett. 2005. ‘Manipulations of fundamental and formant frequencies influence the attractiveness of human male voices’. Animal Behavior 69: 561-568.
[11] Xu, Y., A. Lee, W.-L. Wu, X. Liu & P. Birkholz. 2013. ‘Human vocal attractiveness as signaled by body size projection. PLoS ONE 8(4): e62397.
[12] Yuasa, I.P. 2008. Culture and gender of voice pitch: a sociophonetic comparison of the Japanese and the Americans. Equinox.
[13] Pisanski, K., A. Oleszkiewicz, J. Plachetka, M. Gmiterek & D. Reby. 2018. ‘Voice pitch modulation in human mate choice’. Proc Biol Sci. 285(1893): 20181634.
[14] Liberman, M. 2007. Mailbag: F0 in Japanse vs. English. http://itre.cis.upenn.edu/~myl/languagelog/archives/005108.html
[15] Liberman, M. 2007. ‘How about the Germans?’ Language Log. http://itre.cis.upenn.edu/~myl/languagelog/archives/005113.html
[16] Liberman, M. 2013. ‘Sexy baby vocal virus’. Language Log. https://languagelog.ldc.upenn.edu/nll/?p=5842
[17] Weirich M. & A.P. Simpson. 2018. ‘Gender identity is indexed and perceived in speech’. PLoS ONE 13(12): e0209226.
[18] Van Bezooijen, R. 1995. ‘Sociocultural aspects of pitch differences between Japanese and Dutch women’. Language and Speech 38(3): 253-265.
[19] Hofstede, G. 2001. Culture’s consequences. Comparing values, behaviors, institutions and organizations across nations. Sage.
[20] Van Hamel, A.G. 1890. ‘Gesproken en geschreven Fransch’. De Gids 54: 277-305.
[21] Jespersen, O. 1922. Language. Its nature, development and origin. London: Allen & Unwin.
[22] Kingston, J. 2007. ‘Segmental influences on F0: Automatic or controlled?’. In C. Gussenhoven & T. Riad (eds.), Tones and tunes. Vol. 2. Berlin: Mouton de Gruyter. 171-210.
[23] Comrie, B. 1989. Language universals and linguistic typology. 2nd edn. Oxford: Blackwell.
[24] Cheng, A. 2020. ‘Cross-linguistic f0 differences in bilingual speakers of English and Korean’. The Journal of the Acoustical Society of America 147.
[25] Lieberman, P. 1967. Intonation, perception and language. Cambridge: MIT.

Afbeelding van Daria Obymaha via Pixabay