Een slag om de arm houden over Arizona

Door Henk Wolf

Ik heb me in de afgelopen jaren meermaals verwonderd over zinnetjes zoals deze:

  • Wenen berispt over kinderbijslag buitenlanders
  • OM vervolgt Akwasi niet over ‘opruiende’ uitspraak over Zwarte Piet op de Dam
  • Reijnders werd ontslagen over twee fundamentele verschillen van inzicht met de regering
  • Rusland zette Oekraïne onder druk over EU-verdrag

De manier waarop het voorzetsel over in die zinnen is gebruikt, deed en doet mij vreemd aan. In 2014 heb ik er al eens een stukje over geschreven. Ik vermoedde toen dat over bezig was de betekenis ‘wegens’, ‘vanwege’, ‘op grond van’ te ontwikkelen.

Vanmorgen zag ik in de Trouw de volgende zin staan, die maakte dat ik aan dat idee begon te twijfelen:

  • Sommige media […] hielden ook nog een slag om de arm over Arizona.

De Gazet van Antwerpen had een vergelijkbare formulering:

  • […] al houden sommige media nog een slag om de arm over Arizona

Een redengevende interpretatie van over lijkt in die twee krantenzinnen niet mogelijk. Ik begon me dan ook af te vragen of de nieuwe functie van over niet is: het introduceren van het onderwerp van een niet bij name genoemd maar wel relevante gedachtenwisseling als kader van de handeling.

De bovenstaande zinnen zouden dan ongeveer als volgt geïnterpreteerd kunnen worden:

  • Wenen is berispt. Dat berispen is gebeurd in het kader van een discussie over kinderbijslag aan buitenlanders.
  • Het OM vervolgt Akwasi niet. Dat vervolgen had kunnen gebeuren in het kader van een gesprek over diens uitspraken.
    Reijnders werd ontslagen. Dat ontslaan is gebeurd in het kader van een discussie over twee fundamentele verschillen van inzicht.
    Rusland zette de Oekraïne onder druk. Dat onder-druk-zetten is gebeurd in het kader van onderhandelingen over het EU-verdrag.
  • Sommige media hielden nog een slag om de arm. Dat slag-om-de-arm-houden deden ze in het kader van een gesprek over (de stembuitslag in) Arizona.

Over is van oorsprong een voorzetsel met een plaatsbetekenis. Die betekenis is ook nog duidelijk herkenbaar in een metafoor ‘je gedachten over een onderwerp laten gaan’. Daaruit heeft zich een abstractere betekenis ontwikkeld waarin over onderwerpen van denkprocessen, gesprekken, teksten enzovoort introduceert. Dat gebeurde bij een redelijk grote, maar wel vaste groep van werkwoorden, zoals denken over, praten over, vertellen over. In die combinaties wordt de over-voorzetselgroep doorgaans als voorzetselvoorwerp benoemd, juist vanwege die vaste combinatie van werkwoord en voorzetsel, en ook vanwege de zwakke betekenis van over.

Op zich is het niet zo verwonderlijk dat over zich verder ontwikkelt tot voorzetsel dat denk/spreek/schrijfonderwerpen introduceert, ook in andere combinaties. Niemand zal vermoedelijk een slag om de arm houden over als een vaste combinatie gaan beschouwen, waarbij over het voorzetselvoorwerp inleidt.

Het is heel makkelijk om op basis van een paar waarnemingen te concluderen dat een taalverschijnsel nieuw is, ook als dat niet het geval is. Als klein testje heb ik in de online-krantenarchieven op Delpher gezocht op de woordgroep “rechtszaak over”. Delpher deelt de voorkomens vervolgens mooi op decennium in. In de periode 1990-1999 komt de woordgroep 286 keer in Nederlandstalige kranten voor, in de periode 1900-1909 maar acht keer – en als je die acht voorkomens bekijkt, blijken er maar twee als echt voorbeeld van over te blijven, de overige zijn gevallen als “een rechtszaak over het hoofd ziet”. Dat is er een elk geval een kleine aanwijzing voor dat over in de loop van de twintigste eeuw een functieuitbreiding heeft ondergaan.

Als ik gelijk heb, dan raakt de band tussen over en het werkwoord losser en ontstaan er uit voormalige voorzetselvoorwerpen nu bijwoordelijke bepalingen die als doel hebben een gespreksonderwerp als kader van de handeling aan de zin toe te voegen.