‘De ziekte van de blanke middenklasse’: Jörgen Hofmeester als boze burger

Nederlands en burgerschap (2)

In mijn vorige stuk over burgerschap in de les Nederlands gaf ik enkele lessuggesties om thema’s als empathie, verantwoordelijkheid en grondrechten te bespreken aan de hand van literatuur. Een andere manier om burgerschap in de les Nederlands te verweven is het analyseren van burgerschapsrollen van romanpersonages. Daarvoor moeten leerlingen vanzelfsprekend eerst weten wat onder burgerschap wordt verstaan en welke typen burgers bestaan. Deze kennis zou bij geschiedenis of maatschappijleer overgebracht kunnen worden. Als de collega’s daar geen tijd voor hebben, kan de kennis via een of meer lessen leesvaardigheid overgedragen worden. De docent kan de leerlingen ook zelf een onderzoek laten doen naar de definities van burgerschap en de verschillende manieren waarop je invulling kunt geven aan burgerschap. Aan het onderzoek kan een schrijf- of een spreekopdracht verbonden worden.

Een interessante casus voor een analyse van burgerschap is de roman Tirza (2006) van Arnon Grunberg. Jörgen Hofmeester, de hoofdpersoon uit Tirza, noemt zichzelf  ‘de ziekte van de blanke middenklasse’ [1]. Je kunt hem zien als het prototype van de calculerende burger. In de definitie van H.R. van Gunsteren, die begin jaren negentig van de vorige eeuw een baanbrekend rapport over hedendaags burgerschap schreef, is een calculerende burger altijd op maximale winst voor zichzelf uit. [2].

Bart Van der Straeten karakteriseert Hofmeester als volgt in zijn bespreking van de roman in Ons Erfdeel:

Die uitgesproken utilitaire logica maakt Hofmeester tot een uitvergrote versie van de hedendaagse westerling. Hij bekijkt de wereld heel erg vanuit zijn individuele, in feite egoïstische perspectief en hecht alleen belang aan geld, succes en winst. Hij heeft geen grammetje empathie in zijn lijf. [3]

Volgens Van Gunsteren is de calculerende burger een zeer problematische, zelfs gevaarlijke burger. Calculerende burgers zijn in staat om elkaar in de jacht op hun maximale winst te gronde te richten. ‘De oorlog van allen tegen allen.’ [4]

Hofmeester leeft een schijnleven. Hij heeft een mooi huis in Amsterdam-Zuid en een ‘hoog-hoogbegaafde dochter’ [5] die cello speelt en net haar gymnasiumdiploma heeft gehaald, maar hij is zijn baan en zijn vermogen verloren en daarmee zijn maatschappelijk aanzien als uit zou komen dat hij werk- en fortuinloos is. De verhuur van onroerend goed heeft hem een miljoen euro opgeleverd die hij had belegd. Door de financiële crisis die volgde op de terroristische aanslagen van 11 september 2001 is zijn kapitaal in rook opgegaan. Zijn kinderen, zijn sociale kapitaal, is Hofmeester ook al kwijtgeraakt, zoals we later zullen zien.

Van calculatie kan een verslavende werking uitgaan, die volgens Van Gunsteren in strijd is met het burgerschap [6]. In het eerste deel van Tirza is Hofmeester zo intensief en op zoveel verschillende manieren bezig met het vergaren van geld en een optimaal rendement op zijn huurappartement en zijn maatschappelijk aanzien dat je wel van een verslaving kunt spreken.

Hofmeester zal vermoedelijk niet ontkennen dat hij in strijd met het burgerschap handelt. Hij heeft een felle afkeer van het humanisme, dat beschouwt hij als een ziekte, ‘onze aids’ [7].

Een ander risico van calculerend burgerschap is volgens Van Gunsteren dat de burger ‘zijn burgerlijke autonomie en zijn verantwoordelijkheid’ opgeeft  ‘als hij zich zelf, zijn beslissen en handelen, zonder meer van (de uitkomst van) calculatie afhankelijk zou maken. Tragische keuzes, waarbij zaken van waarde opgeofferd worden, zijn door calculatie niet te vermijden’. [8]         

Hofmeester offert zijn kinderen op, die hem niet het aanzien brachten waarop hij had gehoopt. Ze hebben in zijn ogen foute carrière- en partnerkeuzes gemaakt. Hij doodt zijn jongste dochter omdat hij er niet mee kan leven dat zij een relatie met een jongen met een migratieachtergrond heeft. Haar vriend Choukri is van Marokkaanse afkomst. Eerder offerde Hofmeester zijn oudste dochter Ibi al op aan zijn financiële belangen. Hij laat de twaalfjarige, goed uitziende Ibi voor vijf gulden de huur innen bij een lastige huurder die zich niet aan de regels houdt. Ibi blijft jaren naar boven gaan om de huur te innen. In De huilende libertijn schrijft Andreas Burnier dat ‘naar boven gaan’ in de Amsterdamse volksmond synoniem is aan de liefde bedrijven. Als Ibi vijftien is, wordt zij door Hofmeester betrapt terwijl ze van achteren gepenetreerd wordt door een buitenlandse huurder, een Duitse architect. Hofmeester is buiten zinnen en slaat de man neer. Als hij de envelop met de maandhuur ziet, wordt hij weer rustig.

Hofmeester is meer dan een calculerende burger. Vanwege 9/11 gaat hij ook door het leven als een boze burger. Hij houdt Mohammed Atta, één van de aanslagplegers die op de Twin Towers is ingevlogen, verantwoordelijk voor zijn ongeluk. Met het verlies van zijn geld verliest hij de bescherming van zijn vrijheid. ‘Atta had Hofmeesters hedge fund onthoofd.’ [9] De vriend van Tirza, Choukri, lijkt volgens hem ‘als twee druppels water’ op Atta. ‘Dezelfde kin, dezelfde ogen, hetzelfde kapsel. Een broer van Mohammed Atta. Een dubbelganger. Mohammed Atta zelf, zou hij bijna zeggen, als hij niet vrijwel zeker wist dat die man dood was.’ [10]   

Hofmeester heeft het gevoel dat Atta in zijn huis zit, en tot overmaat van ramp gaat hij met zijn ‘zonnekoningin’ Tirza naar bed. Ook zijn oudste dochter heeft een vriend met een migratieachtergrond, een Fransman die volgens Hofmeester geen echte Fransman kan zijn omdat hij een ‘kleurling’ is. En omdat hij een kleurling is, zit hij in de ogen van Hofmeester ‘volgens de regels van het spel achter haar geld’ [11] aan.

De strijd om Tirza’s en Ibi’s eer heeft Hofmeester verloren. ‘De angst voor de nieuwkomer is de angst voor de eigen vervangbaarheid’, stelt Arnon Grunberg in zijn essay ‘De eerste boze burger’ [12]. Hofmeester heeft gefaald als vader omdat zijn dochters, die op hoog niveau cello en viool hadden moeten spelen en op zijn minst hadden moeten promoveren, mannen met een migratieachtergrond boven hem verkiezen.

Hofmeester wil dat de westerse wereld van het kapitalisme waar hij zich als calculerende burger thuis voelt gescheiden blijft van de oosterse wereld van de islam, schrijft Yra van Dijk in haar Grunberg-studie Afgrond zonder vangnet.[13]. Door Tirza en Choukri te doden en te begraven maakt hij eigenhandig een einde aan de fusie tussen oost en west. In dit verband is Hofmeesters voornaam interessant. Jörgen, afkomstig van het Oudgriekse Georgios, kan verwijzen naar St.-George die een monster dat een meisje wil verslinden doodt [14] en naar de letterlijke betekenis ‘bewerker der aarde’. Een bewerker van de aarde kan iemand zijn die ‘de wereld weet te veranderen, door middel van een ingrijpende handeling’ [15]. Hofmeester is ook letterlijk een bewerker van de aarde: hij begraaft de lijken van Tirza en Choukri in zijn de tuin van zijn overleden ouders.

Past Hofmeester nog wel in deze tijd? ‘Ik krijg steeds meer de indruk dat Grunberg de hedendaagse burgerman weinig hoop laat’, aldus recensent Rob Schouten in Trouw. Het is duidelijk dat Hofmeester zich niet echt meer thuis voelt in de post-9/11-wereld. ‘[E]r zijn duizenden Mohammed Atta’s, tienduizenden, miljoenen Mohammed Atta’s. Miljoenen. De wereldeconomie kan zoveel Mohammed Atta’s niet aan. Hij is ook bij me thuis geweest. Mohammed Atta.’ [16] Aan het einde van de roman maakt hij ook niet meer op een rationele manier deel van de wereld uit. Hij zal het paradijs nooit betreden. Zijn eerste impuls is om Tirza te bellen als haar lijk is ontdekt. Zijn daderschap heeft hij verdrongen. ‘Jörgen Hofmeester staat voor zijn eigen geheugen als voor de ingang naar het paradijs dat hij nooit zal betreden.’ [17] Dat Hofmeester het paradijs nooit zal betreden, is misschien maar goed ook. Het paradijs ziet hij immers als de plek waar familieleden ongemakkelijke beleefdheidsgesprekken met elkaar moeten voeren [18]. Wat zeg je tegen de dochter die je hebt vermoord? En misschien komt hij er ook nog wel miljoenen Mohammed Atta’s tegen die in het paradijs met hun 72 maagden [19] verkeren. Geen ondenkbeeldig risico als je denkt zoals Hofmeester.

De calculerende burger is vaak slecht geïnformeerd, schrijft Van Gunsteren. Hij is meer individu dan burger en de manier waarop hij zich informeert en voorkeuren ontwikkelt, is van toeval afhankelijk. De calculerende burger is vaak nog minder dan een individu, hij is een speelbal [20].

Hofmeester is verblind door zijn haat tegen moslims en slecht geïnformeerd over de feitelijke successen van de multiculturele samenleving en daarmee treedt een interessante overeenkomst op tussen Hofmeester en de lezer, die immers ook over weinig achtergrondkennis beschikt omdat hij het verhaal vanuit het perspectief van Hofmeester ervaart en zijn ‘verwrongen wereld’ ingezogen wordt. [21]

Noten

1. Grunberg, Arnon, Tirza. 23e dr. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2008, p. 199, p. 205, p. 330.

2. Gunsteren, Herman R. van et. al., Eigentijds burgerschap. Publicatie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Den Haag: Sdu uitgeverij, 1992, p. 21.

3. Straeten, Bart Van der, ’De man die met de hapjes rondgaat: over “Tirza’” van Arnon Grunberg’. In: Ons Erfdeel (50), 2007, p. 160.

4. Van Gunsteren (1992), p. 21.

5. Grunberg, Arnon, Tirza, p. 186, p. 190, p. 199, p. 335, p. 340, p. 368, p. 375.

6. Van Gunsteren (1992), p. 96.

7. Grunberg, Arnon, Tirza, p. 337.

8. Ibid., p. 96

9. Ibid., p. 152.

10. Ibid., p. 175.

11. Ibid., p. 70.

12. Grunberg, Arnon, De eerste boze burger. Over de jacht op het paradijs en andere illusies. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2017, p. 22.

13. Dijk, Yra van, Afgrond zonder vangnet. Liefde en geweld in het werk van Arnon Grunberg. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2018, p. 183.

14. George. In: Nederlandse Voornamenbank. Meertens Instituut. <https://www.meertens.knaw.nl/nvb/verklaring/naam/George>.

15. Jurgen. In: Wikipedia. <https://nl.wikipedia.org/wiki/Jurgen>.

16. Grunberg, Arnon, Tirza, p. 301.

17. Ibid., p. 375.

18. Ibid., p. 21.

19. Sommige islamitische zelfmoordterroristen geloven dat ze na een geslaagde aanslag beloond worden met 72 maagden in het paradijs. Zie Ganor, Boaz, ‘The Rationality of the Islamic Radical Suicide attack phenomenon’. International Institute for Counter-Terrorism, 21 maart 2007.

20, Van Gunsteren (1992), p. 21.

21. Dijk, Yra, ‘Arnon Grunberg Tirza’. In: T. Anbeek, J. Goedegebuure & B. Vervaeck, Lexicon van literaire werken (2008).

Bibliografie

Dijk, Yra, ‘Arnon Grunberg Tirza’. In: T. Anbeek, J. Goedegebuure & B. Vervaeck, Lexicon van literaire werken, 2008. <https://www.dbnl.org/tekst/anbe001lexi01_01/lvlw00231.php>.

Dijk, Yra van, Afgrond zonder vangnet. Liefde en geweld in het werk van Arnon Grunberg. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2018. Open access via < https://leidenuniv.academia.edu/YravanDijk>

Ganor, Boaz, ‘The Rationality of the Islamic Radical Suicide attack phenomenon’. International Institute for Counter-Terrorism, 21 maart 2007. <https://www.ict.org.il/Article/973/TheRationalityoftheIslamicRadicalSuicideattackphenomenon#gsc.tab=0>

George. In: Nederlandse Voornamenbank. Meertens Instituut. <https://www.meertens.knaw.nl/nvb/verklaring/naam/George>.

Grunberg, Arnon, Tirza. 23e dr. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2008.

Grunberg, Arnon, De eerste boze burger. Over de jacht op het paradijs en andere illusies. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2017.

Gunsteren, Herman R. van et. al., Eigentijds burgerschap. Publicatie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Den Haag: Sdu uitgeverij, 1992. <https://www.wrr.nl/publicaties/publicaties/1992/12/17/eigentijds-burgerschap>

Jurgen. In: Wikipedia. <https://nl.wikipedia.org/wiki/Jurgen>.

Schouten, Rob, ‘Zonder geld ben ik niets’. In: Trouw 23 september 2006.<https://www.trouw.nl/nieuws/zonder-geld-beteken-ik-niets~ba2c0e1f>

Straeten, Bart Van der, ’De man die met de hapjes rondgaat: over “Tirza’” van Arnon Grunberg’. In: Ons Erfdeel (50), 2007, pp. 159-161.

Dit stuk is een bewerking van een essay dat ik schreef voor het vak Literatuur en burgerschap van prof. dr. Yra van Dijk aan Universiteit Leiden.

                   Foto van Pxfuel