Het verdwenen graf

Brief in een tijdschrift gevonden (3)

(Over Het Boek Van Violet En Dood van Gerard Reve)

Door Nico Keuning

De jaartallen ‘1996-1992’ op het graf van Jean-Luc, zouden – zij het in omgekeerde volgorde – ook kunnen verwijzen naar de jaren van het ontstaan van Het Boek Van Violet En Dood. In juni 1992 is Jean-Luc verongelukt en begraven. Een maand later, op 15 juli schrijft Reve aan ‘Lieve Vosch’ (Brieven aan Matroos Vosch 1975-1992, 1997): ‘Maar ik ben aan een nieuw wereldboek begonnen voor alle mensen, dat ze zich bekeren van hunne boze wegen. Mijn volksgezondheid is puik, maar ik til niet meer alles op wat eigenlijk te zwaar is.’

Er is nog geen titel voor het wereldboek. Op 19 oktober vertrouwt Reve zijn ‘zeer lieve Vosch’ toe dat het schrijven ‘nog steeds heel moeizaam’ gaat. Hij heeft ideeën over het winterpaleis La Grâce en het zomerpaleis L’Albatros. In Le Verbe, een deel van het huis La Grâce, wil hij ‘in één kamertje een bedje, een schrijftafel en één of twee stoelen zetten, en daar enige uren per dag alléen maar aan één enkel werk van letterkunde arbeiden’. Het moet zo leeg mogelijk om hem heen zijn. In dezelfde brief schrijft hij: ‘Vanavond ga ik verder aan mijn eerste hoofdstuk. Als alles gelukt, wordt het een huiveringwekkend boek.’

In Het Boek Van Violet En Dood schrijft Reve dat Jean-Luc 27 jaar is en astrologisch een Leeuw, ‘want zijn geboortedatum had ik reeds op een getiept blaadje in de vitrine aan de gevel van de mairie gezien waarin alle mutaties van de burgerlijke stand publiek werden gemaakt’. Een bladzijde eerder schrijft Reve dat hij van postbode ‘Philippe R.’ had gehoord dat Jean-Luc 27 jaar was geworden.

Speelt Reve een spel met cijfers en getallen om ons te misleiden? Jean-Luc is in werkelijkheid 25 jaar geworden. Hij stierf zo’n drie maanden voor zijn 26ste verjaardag. Reve die zich toch in het algemeen goed aan de feiten houdt en het geboortejaar in de vitrine van de mairie heeft gelezen (‘U weet dat ik altijd oog heb voor het detail’), schrijft in de roman: ‘Hij zoude over drie maanden 28 jaar zijn geworden.’

Het is niet duidelijk wat Reve met deze kabbalistiek voor ogen heeft gehad bij het schrijven van zijn roman. Voor hem was 7 een geluksgetal en 8 stond voor de dood, zoveel is zeker. Op mijn schriftelijke vragen over dit onderwerp aan Gerard Reve reageerde Joop Schafthuizen met een telefoontje. Maar een antwoord kreeg ik niet. De jaartallenkwestie bleef een mysterie.

Tijdens het schrijven aan dit artikel pakte ik het genoemde nummer van De Parelduiker er nog eens bij en tussen de paperassen in het tijdschrift trof ik een brief aan. Een brief, die ik totaal was vergeten, verzonden vanuit het stadje D.: Dieulefit. De brief is gedateerd ’10 december 2005’. In een reactie op het artikel dat ik in 1998 in De Parelduiker publiceerde, schrijft Maaike P. dat zij zowel stukken uit HBVVED als mijn artikel voor Jeanne Nicod heeft vertaald: ‘Jeanne die een openhartige, spontane vrouw is, heeft geen bezwaar tegen een beperkte publiciteit die rond haar zoon Jean-Luc gegeven wordt in artikelen over Reve en in eventuele herdrukken van Het Boek Van Violet En Dood, zolang deze niet in strijd zijn met de werkelijkheid.’

Maar ja, in de roman gaat het om fictie. ‘Natuurlijk,’ stelt Maaike P. ‘is dichterlijke vrijheid in details, zoals de onvruchtbaarheid van de kersenboom en de kleur van het hemelbed aanvaardbaar, maar in het genoemde artikel van Nico Keuning staan gegevens die onwaar zijn en waar Jeanne wel bezwaar tegen maakt.’ Volgens biograaf Nop Maas vond Jeanne ook de beschrijvingen over Jean-Luc in HBVVED ‘dégoûtant’ (Kroniek van een schuldig leven, Deel 3, 2012). Daar is wel iets bij te voor te stellen. In de roman krijgt de hoofdpersoon van Jeanne een foto van haar zoon Jean-Luc. Maar de hoofdpersoon vindt deze ‘zeer lelijk’. Hij vraagt een andere. ‘Die krijgt hij. Maar deze is ‘nóg lelijker’.

In het eerste hoofdstuk van de roman ontmoet de hoofdpersoon Jean-Luc, als de ‘ik’ na een praatje achter het huis door Jeanne binnen wordt gevraagd. ‘Zijn verschijning had stellig iets liefs en beminnelijks. Hij had een grote neus, een forse mond en grote handen, dus een bepaald ander lichaamsdeel moest eveneens, althans statistisch, van flinke omvang zijn. Hij was niet het soort jongen dat onmiddellijk de brute lust van het bloed en een ontembare begeerte opriep, maar hij “mocht er zijn”, waarmede ik bedoel dat men beter met hem onder de deken kan liggen, dan met een hoge koorts. Maar het werd niets, dat wist ik, al kon ik niet zeggen waarom.’

Vervolgens gaat Maaike P. in op het beschilderd paneel op het graf van Jean-Luc: ‘De tekst op het paneel is uit de Bijbel en zeker niet van Reve, wiens Frans zeer gebrekkig was. Bovendien is Jeanne zelf schilderes (Reve zegt in zijn boek dat de schilderijen in haar huiskamer niet onverdienstelijk zijn; die zijn van het penseel van Jeanne) en had ze niemand nodig om het paneel voor haar te beschilderen, zeker niet Joop Schafthuizen (‘Jeannot’) met wie zij nauwelijks contact had.’

En de jaartallen 1996 1992? ‘Er wordt [in het artikel in De Parelduiker] ook veel gefantaseerd over de geboortedatum van Jean-Luc,’ schrijft Maaike P., ‘hoewel de uitleg heel simpel is: 1966-1992, 25 jaar oud, haar jongste lieveling, door een stom verkeersongeluk om het leven gekomen. Hoe zou Jeanne met opzet de datum van uitgave van een nog ongeschreven boek hebben kunnen gebruiken?’

Misschien heeft Jeanne het paneel geschilderd nadat HBVVED was verschenen. Zo gek is dat niet; de brief onthult dat Jeanne het paneel ‘al drie keer’ heeft vervangen ‘door iets anders’. Tussen de regels is uit de brief op te maken dat Jeanne zich heeft vergist: in plaats van het geboortejaar 1966 heeft ze het jaar geschreven, waarin ze het paneel heeft geschilderd: 1996.

Het betreffende paneel ‘ligt nu in haar garage’, vermeldt de brief. Dat betekent dat er op dat moment, en op andere momenten van paneelwisselingen op het kerkhof in Dieulefit geen spoor van het graf van Jean-Luc te vinden was. Dat verklaart het mysterie dat Gerard Reve tijdens het schrijven van de roman bezighield: het graf was weg.

(wordt vervolgd)