Waarom we nooit lezen dat Frans Timmermans geen Baskisch spreekt

Door Henk Wolf

Schijnbaar bizarre opmerkingen over de talen die iemand niet spreekt, laten zien dat een deel van de Nederlandstaligen denkt in een frame waarbij het gebruik van andere talen dan het Engels en Nederlands als afwijking van een sociale norm wordt gezien.

Iedereen is onvaardig in ruim 99 procent van de talen

Hoeveel verschillende talen er momenteel op aarde worden gesproken, hangt af van hoe je telt, maar het zijn er minimaal een paar duizend. Ieder mens spreekt maar een klein deeltje van al die talen, zelfs de polyglot die in tientallen talen een gesprek kan voeren, spreekt 99 procent van de bestaande talen niet.

Het lijkt dan ook niet zo zinvol om willekeurig een paar talen te noemen die iemand niet spreekt, als je een beeld van hem wilt schetsen. Ter illustratie: op de Wikipediapagina van Frans Timmermans staat dat ie Limburgs, Nederlands, Duits, Frans, Engels, Russisch en Italiaans beheerst. Dat is een veel interessanter feit dan, om maar wat te noemen, dat ie het Fries, Baskisch en Oerdoe onmachtig is. Zou zoiets in Wikipedia hebben gestaan, dan hadden we dat waarschijnlijk als absurd beschouwd en ons afgevraagd of er een grappenmakker met de pagina bezig was geweest.

Waarom talen noemen die iemand niet spreekt?

Ik vond het dan ook in eerste instantie wat bevreemdend dat in de Trouw laatst een artikel over de meertaligheid van een Amsterdamse wijk stond waarin de volgende passage voorkwam:

  • Het volgende tweetal, Alexandra Rodrigues en Leny Maria, geneert zich niet. Trots tonen ze hun volle tassen. Ze spreken geen Nederlands en slechts gebrekkig Engels […] 
    Het nieuws vangt het tweetal op bij de Braziliaanse kerk in Amsterdam. “We moeten wel, de persconferentie wordt niet vertaald in onze taal.”

Waarom is het interessant om te noemen dat de twee genoemde dames geen Nederlands en Engels spreken? Waarom wordt niet verteld welke taal of talen ze wel spreken? Waarom staat er alleen dat cryptische “onze taal”? Als ze naar een Braziliaanse kerk gaan, spreken ze vermoedelijk Portugees. Is het niet interessanter en doet het die mensen niet meer recht om dat te noemen, zoals Wikipedia dat ook bij Frans Timmermans doet?

In hetzelfde krantenstuk staat ook de volgende zin over een bewoner van die Amsterdamse wijk:

  • Communiceren met zijn Poolse vriendin gaat nauwelijks, ze spreekt geen Engels.

Hier wordt uitgelegd waarom er wordt gezegd dat de Poolse vriendin een bepaalde taal niet spreekt, namelijk doordat die ontbrekende taalkennis de communicatie met een buurtgenoot moeilijk maakt.

Ook dat is op het eerste gezicht een absurde uitleg. Immers: er blijven nog een paar duizend talen over waarin je kunt communiceren.

Mensen doen geen zinloze uitspraken

Nou leert de taalwetenschap ons dat mensen over het algemeen alleen zinvolle dingen zeggen. Wie daar meer over wil weten, moet maar eens googelen op de maximen van Paul Grice. Als de zin van een uitspraak niet meteen blijkt uit wat er letterlijk is gezegd, dan gaan we onbewust op zoek naar een interpretatie waardoor de uitspraak toch zinvol kan worden geïnterpreteerd.

Een zinvolle interpretatie van de uitspraken over de twee bezoeksters van de Braziliaanse kerk, is dat de journalisten zelf uitsluitend Nederlands en Engels spreken en met hun karakterisering wilden aangeven dat zij persoonlijk niet zo makkelijk met ze konden praten.

Heel waarschijnlijk is dat natuurlijk niet, een journalist van een kwaliteitskrant als Trouw zal toch doorgaans wel zoveel opleiding hebben dat ie zich ook in het Duits en Frans kan redden. Bovendien verklaart die interpretatie niet waarom de “onze taal” (Portugees?) niet bij name wordt genoemd. Ook verklaart dat niet waarom de journalisten het communicatieprobleem tussen de twee bevriende buren toeschreef aan de gebrekkige kennis van het Engels bij een van beiden.

Ik vermoed dat de journalisten rekening houden met het verwachtingspatroon van een deel van de lezers. Volgens dat verwachtingspatroon zijn er internationale talige mores, met als voornaamste dat je je bij het overschrijden van een landsgrens in principe van het Engels bedient, met als optie dat je je tijdens een langdurig verblijf in Nederland of Vlaanderen het Nederlands eigen maakt. Dat frame sluit niet uit dat mensen onderling andere talen gebruiken, maar dat zijn dan particuliere afwijkingen van de verwachtingsnorm, particularistische curiositeiten waarmee je een ander niet lastig hoeft te vallen.

Een herkenbaar frame

Voor wie meertaligheid als een dagelijks gegeven beschouwt is het een absurde keuze om te doen alsof iedereen op de hierboven beschreven manier over taalkeuzes denkt, maar als je een keer beseft dat dat morele frame deel uitmaakt van de burgerlijke cultuur in Nederland en Vlaanderen, herken je het opeens overal.

Zo zie je het in de volgende internetfragmenten heel duidelijk:

  • De deskmedewerkers waren allemaal vriendelijk, maar één deskmedewerker kon amper engels.
    Door zijn gebrekkige engels, kwam ik de volgende ochtend in een miscommunicatie terecht terwijl ik in tijdsnood zat (Ik moest mijn trein naar Cordoba nog halen).
    (uit een Vlaamse recensie op Tripadvisor van een Spaans hotel)
  • “Die mevrouw kwam uit Sri Lanka of zo, sprak geen Engels en had niemand die kon vertalen. We hebben haar moeten afwijzen.
    (uitspraak van een Nederlandse arts, geciteerd in de Trouw. Als vergelijking: in hetzelfde artikel staat dat een Duits ziekenhuis een patiënte afwees omdat die geen Duits sprak.)
  • Daar stond een vrouw (met een paraplu). Ze kon geen Engels spreken, maar ze bood aan om mee onder haar paraplu te wandelen.
    […]
    Soms is het wel moeilijk om te communiceren, omdat er maar enkele Engels kunnen praten.
    […]
    Er was een meisje bij dat geen Engels kon en dit heel erg jammer vond dat ze niet met mij kon praten…

    (uit een verslag van een Vlaamse die een maand in het Turkse Antalya heeft gestudeerd)

Nog iets explicieter vind je het in het volgende fragment, waarin de lezer zelf moet concluderen dat de schrijver als vanzelfsprekend geen Frans sprak en dat er bij de schrijver de verwachting was dat communicatie tussen een Nederlander en een Franstalige Belg normaliter in het Engels zou moeten verlopen:

  • “De uitdaging in dit project zat hem in de taal. De uitvoerders en het overige personeel spraken Frans. En nauwelijks Engels. Communiceren met alle partijen was dus soms wat lastig.”
    (verslag van een Nederlandse verwarmingsinstallateur van een project op de luchthaven Zaventem)

Dat het Frans ook in Nederland een vrij bekende taal is, dat Zaventem in Nederlands taalgebied ligt en dat de luchthaven het Nederlands, Frans, Duits en Engels als officiële voertalen heeft, maakt die uitspraak in eerste opslag absurd, maar binnen het genoemde frame is ie wel te interpreteren.

Foto Frans Timmermans: Europees Parlement (CC BY 2.0)