Vluchtelingen in de Liederenbank – Deel 1, Willy Rosen

Door Ellen van der Grijn

In de jaren 30 van de twintigste eeuw kwamen veel emigranten, op de vlucht voor het nationaal-socialisme, naar Nederland. Hier probeerden zij hun carrière voort te zetten. Dat gold in het bijzonder voor degenen die werkzaam waren in de amusementssector. Hun producties vonden gehoor bij het Nederlandse publiek. Ik onderzoek, mede aan de hand van de Nederlandse Liederenbank, wat hun aandeel is geweest aan het muziekleven in Nederland, en in welke mate zij hun sporen hebben achtergelaten. In een driedelige serie staat steeds een van hen centraal.

Hierboven staan drie liedbladen uit de Nederlandse Liederenbank. Hoewel bij alle drie muzieknotatie ontbreekt, wordt boven de liedtekst wel verwezen naar de componist van de bijbehorende melodie, Willy Rosen.

Het betreft de volgende drie liedjes:

Laat ons naar Hawaï gaan

Een liefdeslied voor een vrouw die uitgenodigd wordt mee te gaan naar Hawaï. Daar is het leven ongecompliceerd en goedkoop. De verliefde man stelt zich voor samen met zijn vlam in een tent te zijn en ziet haar al voor zich in een rieten rokje.

De Nederlandse tekst van Kees Pruis is een vrije vertaling van het oorspronkelijke lied Wenn du mal in Hawai bist van Kurt Schwabach & Willy Rosen uit 1931. De gelijknamige melodie is van Willy Rosen. Op YouTube staat een muziekopname op pianorol.

Schat geef je ooit je hartje weg

Nog een liefdesliedje. Nu voor een vrouw, die haar hart nog niet eerder aan een man heeft verloren. De ik-figuur hoopt dat de vrouw hem op een dag ziet staan, waarbij hij fantaseert over een bruidsschat en een ring.

De Nederlandse tekst van “Ferry” is een vrije vertaling van het oorspronkelijke lied Wenn du einmal dein Herz verschenkst, dann schenk’ es mir van Kurt Schwabach & Willy Rosen uit 1929. De melodie, Si una vez regalas tu corazon: Lied und Tango is van de hand van Willy Rosen. Wenn du einmal dein Herz verschenkst, dann schenk’ es mir is het titellied van de gelijknamige komische film van regisseur Johannes Guter. Deze kwam aanvankelijk uit als stomme film in 1929 maar verscheen een jaar later in een versie met dialogen, muziek en geluid.

De Zwijgende Zigeuner

In een bar speelt steeds dezelfde violist. Hij praat nooit, maar blijkt dan ook een geheim te hebben: de violist is helemaal geen buitenlander maar om aan de bak te komen doet hij zich voor als zigeuner.

De Nederlandse tekst van “Ferry” is een zeer vrije bewerking van het oorspronkelijke lied Ein Liebeslied in Moll spielt der Zigeuner van Kurt Schwabach, uit 1931. De melodie, een tango, is van de hand van Willy Rosen.

Een korte zoektocht door de liedbladencollectie van de Nederlandse Liederenbank levert nog enkele verwijzingen naar teksten of muziek van Willy Rosen op:

Op een liedblad uit de Moormann-collectie staat een lied over een kakatoe, vertaald door Kees Pruis: Het gaat op de wijs van Es sprach der weise Marabu. Het is een bewerking (met een vrijwel letterlijke vertaling van het refrein) van het lied Es sprach der weise Marabu, een tango uit 1930. De oorspronkelijke tekst is van Willy Rosen en M. Lion, de muziek is van Austin Egen en F. Germann.

Op drie liedbladen uit de Wouters-collectie vinden we een lied over Jacoba Meyer die een vrijer zoekt. De wijsaanduiding is Husch husch ins Körbchen. Carnavals-Schlager en deze Schlager uit 1930, met de titel, Foxtrot Husch husch ins Körbchen, is geschreven door Hermann Frey en op muziek gezet door Willy Rosen. Wie de tekst voor het Nederlands heeft bewerkt is niet bekend.

Een derde lied, uit de liedbladencollectie van het Meertens Instituut met titel en refrein “Mag ik met jou de nieuwste Tango dansen” is een vertaling door Kees Pruis (het refrein letterlijk) van Darf ich um den nächsten Tango bitten? De tekst van het oorspronkelijke lied uit 1930 is van Kurt Schwabach en de muziek van Willy Rosen. Een opname van deze tango door Richard Tauber is hier te beluisteren.

Wie was Willy Rosen?

Willy Rosen werd als Willy Julius Rosenbaum geboren in Magdeburg in 1894. Hij leerde op jonge leeftijd piano spelen en volgde een opleiding in de confectiekledingbranche. In de Eerste Wereldoorlog raakte hij gewond; daarna trad hij op als entertainer voor de troepen. Hij verzorgde optredens in het officierscasino en gaf leiding aan een fronttheatergroep. Tijdens het interbellum groeide Rosen, zoals hij zich toen begon te noemen, in Berlijn uit tot een populair componist, tekstdichter, cabaretier en begeleider van stomme films op piano. Hij schreef muziek voor operettes en films. De korte aankondiging “Text und Musik von mir!” werd zijn handelsmerk.

Toen het vanaf 1933 voor joodse artiesten in Duitsland verboden werd op te treden, ging de troep rond Willy Rosen, de “Willy-Rosen-Tournee” of het “Kabarett der Prominenten” op tournee door Zwitserland, Nederland, Denemarken, Tsjecho-Slowakije en België. Het programma waarmee de groep toerde bestond uit een cabaretdeel en een operettedeel. De bezetting wisselde veelal per seizoen. In Nederland trad de groep in juni 1933 op in de Stadsschouwburg en in juli in Carré. De critici en het publiek waren enthousiast. Daarentegen klonk er protest vanuit de Nederlandse Toonkunstenaars Vakbond, die al langer ijverde vóór Nederlandse musici en tegen de ongebreidelde toetreding van buitenlanders tot de toch al wankele arbeidsmarkt voor musici. In 1934 kwam er inderdaad een wet die iedere musicus verplichtte tot het bezitten van een werkvergunning voor Nederland.

Rosen keerde tussen 1933 en 1939 nog regelmatig terug naar Berlijn, waar hij meewerkte aan het kleinkunstensemble van de Jüdische Kulturbund dat onder leiding stond van Max Ehrlich.

In 1937 emigreerde Rosen vanuit Zürich naar Scheveningen. Daar vond zijn “Theater der Prominenten” een vaste standplaats in het Lutine-Palace, een zaal van het Palace Theater. Vanaf ’37 verzorgde de groep, met als vaste kern Willy Rosen, Siegfried Arno en Otto Wallburg, een reeks revues.

Wikimedia: piano Willy Rosen; zang Kurt Schwabach

De revues waren apolitiek en voornamelijk Duitstalig, verzorgd door Duitse, grotendeels gevluchte, artiesten. De programma’s wisselden elkaar in hoog tempo af. Deze vorm van cabaret was in Nederland nieuw – in zekere zin de voorloper van de conference. Zo’n revue was een potpourri van verschillende amusementsvormen: muziek, theater, operette, moppen, goocheltrucs. Regelmatig waren er gastrollen voor Nederlandse artiesten. Gastspelers waren onder meer Henriëtte Davids, Jopie Koopman, Wim de Vries, Frieda van Hessen, Wim Sonneveld en Conny Stuart. In 1938 trad de dertienjarige Johnny Kraaijkamp op in de revue Laatste Nieuws.

In dat eerste seizoen in 1937 trad de groep eerst in het Lutine-Palace in Scheveningen op, en aansluitend in het Rika-Hoppertheater in Amsterdam. In 1938 gaf het gezelschap in het zomerseizoen voorstellingen in Scheveningen, waarna de reeks werd voortgezet in het Leidsepleintheater in Amsterdam. Daarnaast stond de groep geprogrammeerd in Den Haag en Utrecht. Ook in het seizoen van 1939 vonden revue-voorstellingen plaats in Scheveningen en Amsterdam.

Voor het seizoen van 1940 werd ook weer een nieuwe revue gepland, Lache Bajazzo. Na de première op 8 mei werden echter alle volgende voorstellingen geannuleerd. Wim Sonneveld was voor dat laatste zomerseizoen van 1940 gevraagd om gastrollen te vervullen. Hier ontwikkelde hij, zou hij later zeggen, zijn stijl. Vanaf juni 1940 werden nieuwe revues gepresenteerd in Scheveningen. Op het programma prijkten nu de namen van Wim Sonneveld, Jopie Koopman, en van de Duitse artiesten Rita Georg, Walter Triebel en anderen. Willy Rosen en Erich Ziegler werden veiligheidshalve niet meer officieel genoemd en ook verschenen beiden tijdelijk niet meer in het openbaar. Ook werden tekst- en muziekschrijvers niet vermeld op de programma’s. Met deze voorstellingen werden ook theaters in Den Haag, Utrecht en Amsterdam aangedaan.

Vanaf december 1940 werd het Beatrixtheater in Amsterdam aangewezen als vaste standplaats, en daar traden Die Prominenten nu weer officieel onder leiding van Rosen op. Na september 1941 ging het Beatrixtheater verder onder de naam “Sellmeyer’s Theater van de Lach”. In dit theater bracht Rosen ook verschillende andere produkties onder zijn eigen naam. Dat waren mengprodukties met vertolkers uit de klassieke muziek, de amusementssector, de opera en de operette. De voorstellingen trokken volle zalen, waarvan het grootste deel uit Duits publiek bestond. Naast emigranten waren dat voornamelijk soldaten.

Vanaf juni 1941 was het gezelschap verplicht alle niet-joodse artiesten te ontslaan.

In de Joodsche Schouwburg speelde Willy Rosen daarnaast tussen 1941 en 1942 als pianist in voorstellingen met het Joodsche Kleinkunst Ensemble.

Aankondigingen in het Joodsche Weekblad:

Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble – ‘Vuurwerk !’
20 juni t/m 9 juli 1942 – Iedere avond 19.30 uur en wo, za, zo 14.30 uur.
Willy Rosen revue. Tekst en muziek : Willy Rosen. Ned. bew. : Rido. Arrangementen : Martin Roman. Regie : Max Ehrlich. Decors : Eduard Veterman. Dansen : Otto Aurich. Het Joodsche Kleinkunst Orkest o.l.v. Paul Godwin. Solisten : Willy Rosen en Martin Roman, piano en Paul Godwin, viool. Henriette Davids, Franz Engel, Sylvain Poons, Liesl Frank, Madeleine Gaby, Loekie van Oven, Otto Aurich, Bert van Dongen, Otto Wallburg.

Het Joodsche Kleinkunst-Ensemble – ‘Dat smaakt’
premiere op 25 juli 1942 – ma, di, wo, vr 14.30 uur en za, zo 14.00 – 16.00 en 16.30 – 18.30 uur.
Rido-revue. Teksten : Rido, Herbert Nelson, Willy Rosen. Muziek : Rudolf Nelson, Willy Rosen. Regie : Max Ehrlich. Decors : Eduard Veterman. Met : Henriette Davids, Franz Engel, Sylvain Poons, Liesl Frank, Silvia Grohs, Otto Aurich, Bert van Dongen.

De laatste voorstelling, Dat smaakt, werd op 10 en 17 juli aangekondigd in het weekblad, en de repetities waren ook al begonnen, maar de première heeft nooit plaatsgevonden. Half juli werd de Schouwburg in gebruik genomen als verzamelplaats voor in razzia’s opgepakte en te deporteren joodse burgers.

Na de sluiting van de Joodse Schouwburg in juli 1942, dook Rosen waarschijnlijk onder. Vrienden uit New York hadden al begin 1941 een visum voor Cuba voor hem geregeld, maar in die tijd dacht hij nog dat Nederland een veilige plek voor hem zou blijven. In mei ’43 werd hij met zijn echtgenote opgepakt en als strafgeval in Westerbork geregistreerd. In het kamp werkte Rosen met Max Ehrlich en Erich Ziegler aan de voorstellingen van de zogenaamde Bühne Lager Westerbork, waar ook bijvoorbeeld Johnny & Jones optraden. Deelname aan deze optredens gaf vrijstelling van verdere deportatie. Dat bleek echter maar tijdelijk. Zomer 1944 werd Willy Rosen via Theresiënstadt naar Auschwitz gedeporteerd waar hij in september of oktober werd vergast.

Een van de gastspelers bij Die Prominenten, Wim Sonneveld, vertolkt jaren later het lied Ein Zug fährt vorüber met tekst en muziek van Willy Rosen. De jonge Sonneveld had dit voor het eerst gezongen tijdens een van de revues van Die Prominenten in Scheveningen.

Bronnen
Een Leven Lang Theater: Wim Sonneveld

Joods Monument: Willy Julius Rosen

One-way ticket from Westerbork: Willy Rosen

Katja B. Zaich, “Ich bitte dringend um ein Happyend”, Deutsche Bühnenkünstler im niederländischen Exil 1933-1945, Frankfurt a/Main, 2001.