Top 40 van de Gouden Eeuw – 29

Door Margot Kalse en Olga van Marion

Nederlanders zingen heel veel, niet alleen in kerken en koren, maar ook op feestjes, bij bruiloften en onder de douche. Dat doen ze al eeuwen. Wie verliefd of verlaten is zingt een popliedje, wie in nood is het Wilhelmus of een psalm, en wie een kind in slaap sust een wiegenlied. Een gouden tijd voor het Nederlandse lied is de periode van de late zestiende en de zeventiende eeuw, wanneer al die liedjes verzameld in liedbundeltjes op de markt komen, geschikt voor jong en oud. Muzieknotatie is niet nodig, want de boekjes bevatten contrafacten: teksten van liedjes met aanduiding van de bekende melodie waarop ze gezongen kunnen worden.
Voor de Top 40 van de Gouden Eeuw hebben we de veertig populairste melodieën uit de Nederlandse Liederenbank geselecteerd, die destijds in het Nederlandse taalgebied het meest gebruikt zijn. Bij deze melodieën hebben we mooie, ontroerende en verrassende liedteksten uit die tijd gezocht om Nederlandstaligen van nu in staat te stellen kennis te maken met de rijkdom van dit cultureel erfgoed. Iedereen kan nu met behulp van de muzieknotatie of de midi-files de liedjes leren zingen. Van tijd tot tijd zullen we een exemplaar uit de Top 40 publiceren, tot we bij de allerpopulairste melodie op nummer 1 zijn.
In het boekje waarin alle liedjes verschijnen, willen we uw commentaar graag verwerken.

Psalm 23

De melodie van psalm 23, geliefd en bekend door het ‘Goede Herder thema’, is ontstaan in de beginperiode van de Reformatie te Straatsburg en in druk verschenen vanaf 1543. Het is een van de oudste psalmmelodieën in het Geneefse Psalter. De tekst is een fel anti-katholiek nieuwjaarsliedje uit het begin van de Opstand, ondertekend met ‘Castijt sonder verwijt’ in het beroemde Een nieu Geusen Lieden Boecxken, waarin ook het Wilhelmus voorkomt. De dichter die verscholen gaat achter het devies is de rederijker en schoolmeester Pieter Sterlincx (Antwerpen ca. 1545 – Den Haag ca. 1636), die als protestant vaak op de vlucht is geweest. Hij richt zich tot de ‘vrienden’ die ‘van Godt uytvercooren’ zijn en waarschuwt de ‘Tyrannen groot van machten’.

Een nieuwe Jaers Liedeken op de wijse vanden xxiij. Psalm.

3. Die eertijden sochten der Christen valle
En soopen het bloet van den vromen alle
Wetten nu haer messen om te doen sterven
Die gheene die ons eerst wilden verderven;
Dies sy vallen in haer sweerden eenpare.
Dus loeft Godt al in dese nieuwe Jare.

4. Waect op nu vry, Tyrannen groot van machten,
Want door Godts hant moet ghy lieden versmachten.
Uwen val die compt seer haest voort ghecroepen.
Dies wy nu tsamen eendrachtich roepen:
‘Sy is gevallen die Hoere voorware’.
Dus loeft Godt al in dese nieuwe Jare.

5. Smaet ende schant, u Coningen der aerden,
Moet ghy ontfaen met grooter waerden
Hebben eylaes ghesopen het bloet crachtich
Vande dienaers des grooten Godts almachtich
Want sy roepen wraecke onder den outare,
Dus loeft Godt al in dese nieuwe Jare.

6. Oft wilt u metten Moordenaer bekeeren,
So sal onsen Godt een Heer den Heeren
U gratie doen als die met groot verlanghen
Bereyt is om u blijdelijck t’ontfangen,
So ons Johannes leert voor een blijde mare.
Dus loeft Godt al in desen nieuwe Jare.

7. En ghy vrienden nu van Godt uytvercooren,
Volhert toch in deucht op dat synen toorn
Ons niet en besoecke, so hy, ghepresen,
Dees voorleden Jaren aen ons heeft bewesen,
Oft u worde ghebracht tot een cleyne schare.
Dus loeft Godt al in dese nieuwe Jare.

8. Princelijcke Godt wilt met u ghenade
Sijn ontrent u kinders vroech en spade,
Oft anders moeten sy als caf verdwijnen
En eylaes droevich voor u verschijnen,
Daer veel sullen scheyden met grooten ghevare,
Dus loeft Godt al in dese nieuwe Jare.

Castijt sonder verwijt.

clarenmachtige
loeftlooft
merckelickenduidelijk
Antechrist valval van de Antichrist
Die eertijdenZij die voorheen
Waect op nu vryPas maar op
die Hoerede hoer (zie Openbaring 17, in de reformatie vaak vereenzelvigd met de rooms-katholieke kerk)
den Moordenaerde moordenaar naast Christus aan het kruis die zich bekeerd heeft (Lucas 23: 42-43)
ghevareonheil; hier wordt het beeld opgeroepen van het Laatste Oordeel
Castijt sonder verwijtDevies van Pieter Sterlincx

Tekst uit: Een nieu Geusen Lieden Boecxken, Waerin begrepen is, den gantschen Handel der Nederlantscher gheschiedenissen, dees voorleden Jaeren tot noch toe ghedragen, eensdeels onder wylen in Druck uutghegaen, eensdeels nu nieu by-ghevoecht. Nu nieulick vermeerdert ende verbetert. Vive Dieu, La Santé du Roy, & la Prospérité des Geus ([z.pl.] 1581), fol. 72r.   https://archive.org/details/ned-kbn-all-00000656-001 (pdf p. 146-147)
Melodie uit: Petrus Dathenus, De Psalmen Davids, Ende Ander Lofsanghen, Wt Den Francoyschen dichte in Nederlandschen overghesett, De welcke men voortaen in de Nederlandsche Ghemeynten ghebruycken zal (z.pl., 1566), Psalm XXIII, fol. D1v-D2r. https://books.google.nl/books?id=5ORNAAAAcAAJ