Top 40 van de Gouden Eeuw – 27

Door Margot Kalse en Olga van Marion

Nederlanders zingen heel veel, niet alleen in kerken en koren, maar ook op feestjes, bij bruiloften en onder de douche. Dat doen ze al eeuwen. Wie verliefd of verlaten is zingt een popliedje, wie in nood is het Wilhelmus of een psalm, en wie een kind in slaap sust een wiegenlied. Een gouden tijd voor het Nederlandse lied is de periode van de late zestiende en de zeventiende eeuw, wanneer al die liedjes verzameld in liedbundeltjes op de markt komen, geschikt voor jong en oud. Muzieknotatie is niet nodig, want de boekjes bevatten contrafacten: teksten van liedjes met aanduiding van de bekende melodie waarop ze gezongen kunnen worden.
Voor de Top 40 van de Gouden Eeuw hebben we de veertig populairste melodieën uit de Nederlandse Liederenbank geselecteerd, die destijds in het Nederlandse taalgebied het meest gebruikt zijn. Bij deze melodieën hebben we mooie, ontroerende en verrassende liedteksten uit die tijd gezocht om Nederlandstaligen van nu in staat te stellen kennis te maken met de rijkdom van dit cultureel erfgoed. Iedereen kan nu met behulp van de muzieknotatie of de midi-files de liedjes leren zingen. Van tijd tot tijd zullen we een exemplaar uit de Top 40 publiceren, tot we bij de allerpopulairste melodie op nummer 1 zijn.
In het boekje waarin alle liedjes verschijnen, willen we uw commentaar graag verwerken.

Onze vader in hemelrijk

Deze prachtige Dorische melodie treffen we voor het eerst aan in het liedboek Geistliche Lieder auffs new gebessert und gemehrt (Leipzig 1539), aangekondigd met: ‘Das Vater unser kurz ausgelegt und in Gesangweise gebracht durch Doctor Mart. Luth.’ Het lied van Luther omvat negen strofen met een uitgebreide versie van het Onze Vader uit het evangelie van Matteüs 6, 9-13. Het is niet duidelijk of Luther de melodie zelf geschreven heeft. In een autograaf van zijn ‘Vater unser’ (circa 1530) staat een doorgekraste melodie, misschien door hemzelf geschreven, maar die hij verworpen heeft. Voor de vertaling van Luthers tekst hebben we gekozen voor een vroege berijming in het Nederlands, namelijk die van de Gentse dichter Jan Utenhove uit 1557, gedrukt in Embden bij Gillis van der Erven ten behoeve van de gevluchte Nederlandse protestanten aldaar.

Oratio dominica

3. Dyn Rycke toekomme, o Vader goedt,
Hier ende hier nae: dynen trooster soet,
Gheeft ons so Christus ons toesey,
Mit synen gaven menigherley:
Breeckt Sathans tooren end groot ghewalt,
Voer syn ercheyt dyn kerck’ verhalt.

4. Dynen wille gheschie, O Heer, ghelyck
Op eerden als in Hemelryck:
Gheeft ons gheduldt in lydens pyn,
Ghehoorsaem alle sins te syn,
Neemt van ons wech vleesch ende bloedt,
Dat teghen dynen wille doet.

5. Gheeft ons huyden ons daechlicks broodt,
End wat wy behoeven in ’s lyfs noodt,
Behoedt ons Heer voer twist ende strydt,
Voer Peste ende oock voer dieren tydt,
Dat wy in goeden vrede staen,
Doet sorgh ende ghiericheyt van ons gaen.

6. All onse schulden vergheef ons Heer,
Dat sy ons niet bedroeven meer,
So wy oock die ons schuldich syn,
Haer schuldt vergheven op dit termyn.
Tot haren dienst maeckt ons bereydt,
In rechter liefde end eenicheyt.

7. Leydt ons Heer in bekoring niet:
Als ons de boose gheest strydt biedt,
Te rechter of ter slincker handt,
Helpt ons dat wy doen wederstandt,
In ’t recht betrouwen onbevreest,
Doer dynen trooster den Heylghen Gheest.

8. Van alle quaedt verlost ons meer,
In deze bedroefde tyden O Heer.
Bevrydt ons van der eewigher doodt,
En troost ons in den lesten noodt.
Doet ons alltydt goedt onderstandt,
Neemt onse sielen in dyne handt.

9. Amen, dit is: het werde waer,
Sterckt ons gheloove wanckelbaer,
Op dat wy daer niet twyffelen aen,
Of wy sullen dit all ontfaen,
Nae dynen wille, om Christus naem,
Doer welcken ons bede is ghedaen.

AMEN.

J. Utenhove

heetnoemt
wordtwoord
vervoeretmisleide
ercheytboosaardigheid
verhaltbehoed
dieren tydttijd van schaarste
In ’t recht betrouwenmet standvastig geloof
DoetBied
onderstandtsteun
het werde waermoge het waar worden
Doer welckenvia wie

Tekst en Melodie uit: [Jan Utenhove], 25. PSALMEN end andere ghesanghen diemen in de Duydtsche Ghemeynte te Londen, was ghebruyckende (Embden: Gellius Ctematius [= Gilles vander Erven], 1557), fol. 64-65. https://lib.ugent.be/en/catalog/rug01:000402414 (pdf p. 36-37)