Schema voor het kiezen van een genderneutraal persoonlijk voornaamwoord

Door Milfje Meulskens

In Trouw van 8 oktober stond een stuk over een ingewikkelde kwestie: het kiezen van een genderneutraal persoonlijk voornaamwoord/ aanspreekvorm. Het is een prettig weloverwogen stuk, waarbij zowaar verschillende taalkundigen met kennis van zaken aan het woord komen. Enige nadeel is dat er wel veel opties (terecht) worden afgeschoten, maar dat er uiteindelijk weinig overblijft – dat stemt moedeloos, en 2020 ís al zo zwaar. Ook gaat het wat heen en weer tussen de opties, met onoverzichtelijkheid tot gevolg. Jammer, want wat moeten we nou doe-hoen?! Daarom namens Milfje een handig stroomschema, mét opties voor het Nederlands. 


Stap 1. Nieuw of hergebruiken

Een nieuw woord maken, of een bestaan woord hergebruiken, dat is stap 1. In het Engels doet men aan recycling door de meervoudsvorm they te gebruiken; in het Zweeds koos men voor ny met het woord hen. Beide opties hebben voor- en nadelen, die we kort zullen toelichten.

Een bestaand woord heeft als duidelijkste nadeel dat het verwarring kan opleveren. Stel dat ik opeens besluit het woord de ook te gebruiken als bezittelijk voornaamwoord: niemand snapt wat ik bedoel als ik het heb over mijn auto wanneer ik de auto zeg. Dat gevaar kun je vermijden door een woord te kiezen dat een heel andere functie en gebruik heeft. Zo is het bestaande hen in het Nederlands een meervoud en een lijdend voorwerp, dus de kans op verwarring met een enkelvoudig onderwerp is relatief klein. Maar toch, het kan verwarrend zijn. Een ander nadeel zijn de associaties, inhoudelijk of sociaal, die een bestaand woord al kan hebben. Als we kids willen gaan gebruiken voor een type bomen vinden mensen dat misschien vervelend omdat ze kids al aanstellerig vinden. Daar staat het voordeel van een bestaand woord tegenover: een bestaand woord is laagdrempelig en herkenbaar.

Wat zijn de voor- en nadelen van een nieuw woord? Een eerste nadeel kan zijn dat het te opvallend is. Dat gaat in tegen een van de zogenoemde FUDGE-criteria, namelijk de U van unobtrusiveness (onopvallendheid). Een nieuw woord slaat alleen aan als het niet te slim is, zoals de tragische alternatieven van de Stichting Nederlands. Niemand gaat bengelbewaarder zeggen als alternatief voor babysitter. Een ander nadeel is dat het te vervreemdend kan overkomen, hoewel dat bij bestaande woorden ook kan gebeuren. Daar staat tegenover dat niet-bestaande woorden geen associaties of betekenissen met zich meedragen.Kies je voor hergebruiken, ga dan naar stap 2.Kies je voor nieuw, ga dan naar stap 3.

Stap 2: Een bestaand woord hergebruiken

Je wil een bestaand woord hergebruiken, gefeliciteerd! In het Engels wordt de meervoudsvorm they op een nieuwe manier ingezet. Ik moest even goed lezen toen ik voor de eerste keer een tekst las waarbij een kunstenaar consequent met they werd aangesproken, maar dat is een kwestie van gewenning. In het Nederlands is dit alleen helaas per definitie geen optie, omdat de meervoudsvorm zij er hetzelfde uitziet als het vrouwelijk enkelvoud zij. We moeten dus op zoek naar een ander bestaand woord. 

In het artikel in Trouw wordt een aantal opties genoemd. In de titel staat al direct de optie die het meest lijkt op de Engelse route: hen. Het is weliswaar geen nominatief, maar toch een meervoudsvorm. Die optie lijkt echter lastig, want zoals Marc van Oostendorp terecht zegt: er is al genoeg te doen over hen en al helemaal om hun (dat dan ook niet als voorbeeld wordt genoemd). Idem trouwens voor het eventuele leengebruik van Afrikaans hulle (zij-meervoud), dat teveel aan vaak belachelijk gemaakte dialectvorm hullie doet denken.

Andere opties die ook door Ingrid van Alphen worden genoemd zijn die en diegene. Die woorden zijn allebei al in gebruik in de positie waarbij ze nu met een nieuwe gebruikt zouden moeten worden. Het is misschien grammaticaal wel werkbaar, want het woordbeeld blijft bekend, maar qua betekenis lijkt het ons lastig, omdat mensen niet zullen herkennen dat ze met iets nieuws te maken hebben. Het ten slotte, dat door “een enkel non-binair persoon” wordt geprefereerd, lijkt toch ook de lading niet te dekken. Het is namelijk onzijdig: dat lijkt ons zowel iets anders dan genderneutraal, maar het lijkt zelfs respectloos om op die manieren over personen te praten.

We zouden verder terug in de geschiedenis kunnen kijken. We zouden bijvoorbeeld heur kunnen gebruiken. Dat woord werd ooit regelmatig gebruikt, maar heeft inmiddels nauwelijks meer een functie (behalve als je woordherhaling wil vermijden in ‘ze kamde haar (heur) haar’), en is niet geheel vreemd als woordbeeld. Toch lijkt het misschien teveel op haar, en is de link met vrouwelijkheid te groot. Twee andere historische opties zijn hin, een voorloper van hen/hun (zie hier)en hum, de vorm die P.C. Hooft propageerde als variant van hem. Maar deze vormen zijn of te oud, of te onbekend om als bestaande vorm aan te slaan. We bespreken ze daarom verder onder stap 3 (nieuw woord).

Laat ons kort nog een controversiële optie noemen: waarom niet een Engels leenwoord gebruiken? Zeker in taboesferen kan dat goed werken, en je zit sowieso niet met ambiguïteit. Als mensen they gebruiken kan dat ook vervreemdend werken, maar het woord wordt niet bezwaard door associaties. Think about it.

Sta je achter je keuze? Ga dan naar stap 4

Stap 3: Een nieuw woord maken

Als je wil dat een nieuw genderneutraal persoonlijk voornaamwoord aanslaat, moet het zoveel mogelijk lijken op een bestaand woord, zodat het herkenbaar is. Het helpt natuurlijk ook als het kort is, en makkelijk uit te spreken. We willen dus idealiter een woord dat lijkt op de bestaande opties hij en zij. Om de associatie daarmee op te roepen moeten we denkelijk de klinker laten staan. Als we nu alleen de medeklinker vervangen door één andere medeklinker, en we vermijden bestaande woorden, dan houden we alleen kij, qij, sij, vij en xij over. Zowel de als de lijken ons opties, want die worden nu ook al gebruikt rondom identiteitskwesties: denk aan de in LBTQ+ of de x in Latinx. Je zit wel met een ongebruikelijk woordbeeld, maar dat hoeft geen bezwaar te zijn. De term Latinx is nog niet héél breed gebruikt, maar heeft toch al een behoorlijke verspreiding.

We zouden ook twee medeklinkers kunnen gebruiken. Milfje-Marten gebruikte lang zhij of z/hij, maar dat past vooral bij de optie ‘gender doet er niet toe’, en lijkt niet geschikt voor genderneutrale mensen. Milfje is bijvoorbeeld wel een zhij, want man én vrouw, maar een non-binair persoon is man nóch vrouw. Als we kijken naar andere medeklinkers blijkt dat veel opties al bezet zijn (blij, brij, glij, klij, prij, slij, snij, spij, vlij, vrij). Je zou wel andere opties kunnen gebruiken, zoals krij, plij of grij, maar voor ons is de afstand tot hij/zij dan al te groot.

Een andere optie voor een nieuw woord is om het te laten lijken op hen/hunHier is het waarschijnlijk het best om de medeklinkers aan te houden, net als de Zweden, om de herkenbaarheid te maximaliseren.We zagen daar al twee opties voor: het Oudnederlandse hin, en de Hooft-innovatie hum. Dat tweede woord lijkt veel op hem, en draagt dus misschien teveel mannelijke associaties. Bovendien bestaat het al, als stam van het werkwoord hummen. Niet erg gebruikelijk, maar toch. Hin is wat dat betreft vrij ideaal: er is een historisch aspect, en er is alleen een extreem obscure betekenis (het schijnt een ‘joodse wijnmaat‘ te zijn?!) dus de kans op verwarring is minimaal. Andere opties in deze hoek zouden hon (maar nadelige associatie met honnepon) en han (maar mogelijke voornaam) kunnen zijn.

Tevreden met je woord? Ga dan naar stap 4

Stap 4: Hoe zorg je dat het aanslaat?

Bovenstaande overwegingen hebben onderliggend vooral betrekking op de vraag hoe je het woord taalkundig laat slagen. Vermijd dubbelzinnigheid (die), slimmigheid of vreemdheid (qij), en ongewenste associaties (hen). Maar zelfs als je dan een heel goed woord hebt, dan zijn er nóg drie sociale factoren van groot belang. De eerste is dat de gemeenschap van mensen, op wie het woord betrekking heeft, achter de keuze staat. Het is maar al te makkelijk om lekker van buiten een label op een groep te plakken, maar dat is badinerend. Daarom is stap 4a: betrek relevante actoren. Dat is nog relatief eenvoudig. Trouw-journalist Becker doet het in ieder geval heel keurig door eerst aan non-binair persoon Marieke Lucas Rijneveld te vragen waar haar/hun voorkeur naar uitgaat. 

Iets lastiger wordt het al bij stap 4b: zorg dat het gebruikt wordt. Dat klinkt triviaal, maar dat is het niet. Je kunt op paper allerlei leuke maatregelen bedenken, en ervoor zorgen dat de taaltechnische drempels voor gebruik (opvallendheid, uitspreekbaarheid, etc.) in ieder geval zijn weggenomen. Maar dan nog heb je geen zekerheid dat mensen het ook daadwerkelijk gaan gebruiken, en daar zit toch echt het succes. Daarbij zou het helpen als de mensen van de gemeenschap zelf het gaan gebruiken, zeker als die mensen een bepaalde status of bekendheid hebben. Status zorgt voor overname. Er zijn voortrekkers nodig, rolmodellen. Zoals we Vroeger zeiden, toen DWDD nog bestond: als Matthijs van Nieuwkerk een nieuw woord gebruikt, dan gaat het aanslaan. 

Veel lastiger is de laatste stap, 4c: er moet maatschappelijk draagvlak zijn. Als je ziet dat genderneutraal nog maar 3 jaar geleden werd uitgeroepen tot irritantste woord van het jaar bij de wanstaltige Weg met dat Woord Verkiezing van het INT, en wat voor ophef er was toen de NS van ‘dames en heren’ naar ‘beste reizigers’ ging, dan vragen wij ons af of dit wel het geval zal zijn. Deze voorbeelden laten zien hoe droevig kleingeestig veel Nederlanders toch zijn. Hoe weinig begrip ze kunnen hebben voor het feit dat mensen zich lekker willen voelen in hun eigen identiteit. Maar goed, iedere verandering moet ergens beginnen, en beperkten van geest zijn helaas van alle tijden.

Ja en nu?

We hadden nooit een echte oplossing beloofd, maar wel een keuzeschema en opties. Moesten wij dan toch een optie kiezen, dan kozen we waarschijnlijk voor hin. Dat woord heeft de juiste combinatie van relatieve onopvallendheid, historische roots, onverwarbaarheid, en herkenbaarheid. Maar goed: wij zijn noch genderfluïde, noch genderneutraal, noch non-binair, dus wij willen deze keuze absoluut niet opleggen. Opdat hin over wie het gaat hin eigen label kieze! 

Dit stuk verscheen eerder op het weblog van Milfje Meulskens
Afbeelding: Circuits Online