Overigens verboden toegang

Er is wat mij betreft nauwelijks een prettigere weekendinvulling denkbaar dan het maken van een flinke wandeling in de natuur. Zo maakte ik enige tijd terug een wandeling op de Veluwe, meer precies in het natuurgebied Planken Wambuis. Dit gebied is vrij toegankelijk op wegen en paden, met uitzondering van het rustgebied. Om de bezoekers te herinneren aan deze regels heeft de Vereniging Natuurmonumenten her en der bordjes geplaatst. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik doorgaans niet zo let op deze bordjes, maar nu viel mijn oog ineens op de mededeling links onderaan waar verwezen wordt naar een specifiek wetsartikel uit het Wetboek van Strafrecht. Deze mededeling luidt als volgt: Overigens verboden toegang artikel 461 W.V.S..

In het betreffende wetsartikel wordt gespecificeerd dat een geldboete van de eerste categorie opgelegd kan worden, als iemand zich bevindt op grond waar dat niet is toegestaan. Ook wordt aangegeven dat het niet is toegestaan vee te laten lopen. Uiteraard moet dat voor die persoon duidelijk zijn aangegeven, in juridische taal ‘op blijkbare wijze’. Dat hoeft dus niet per se met een bord; het verbieden mag ook met gebaren of een hek. Tot zover lijkt het me vrij helder. We zien die bordjes wel vaker in het straatbeeld. Ik zit alleen nog wat met het bijwoord overigens.

Dit type bijwoord, het voegwoordelijk bijwoord, legt meestal een logisch verband tussen twee zinnen of delen van zinnen, wat hier niet het geval is. Het voegwoordelijk bijwoord overigens heeft vooral een redengevende of resumerende functie. In die zin is het een synoniem van trouwens, al moet ik er meteen bij zeggen dat er een klein betekenisverschil is (zie ook het verwarwoordenboek van Jan Renkema). Overigens wordt veelal gebruikt als een aanduiding voor een terzijde. De vraag is nu natuurlijk welke terzijde Natuurmonumenten wilde maken.

Lucas Seuren schreef eerder hier op Neerlandistiek al over de betekenisverandering die overigens de laatste jaren heeft ondergaan. Hij komt tot de slotsom dat overigens regelmatig gebruikt wordt om hoofdzaken te bespreken. In het geval van het bordje van Natuurmonumenten is dat op zichzelf een aardige verklaring. Er wordt in het zinnetje immers verwezen naar het artikel dat de juridische basis vormt voor de regels die bij de bullets genoemd worden. Dat lijkt me inderdaad het belangrijkste, maar toch wringt het nog.

Hoewel het me niet precies duidelijk is waarom het wringt, lijkt het alsof de mededeling de regels bij de bullets overbodig maakt. Er worden immers drie duidelijke regels aangegeven waar je je als bezoeker aan moet houden. Als je je daaraan houdt, mag je het gebied betreden. Als ik de redenering volg dat overigens de hoofdzaak aangeeft, dan staat er in feite dat het gebied verboden toegang is. Maar het gebied is niet verboden toegang, mits je je aan de regels houdt. Verwarrend.

In de ANS wordt nog aangegeven dat overigens aan het begin van een zin vaak intonatief van de rest van de zin gescheiden wordt door een korte pauze. Ook de versterkende functie van overigens maakt het er niet duidelijker op. In beide gevallen zou ik na het lezen van de regels alsnog denken dat ik niet het gebied in mag. Daarmee wordt er een soort tegenstelling gecreeërd.

De verwijzing naar het wetsartikel lijkt mij daardoor eerder op te vatten als een soort bron. Ik ben geen jurist, maar zou het houdbaar zijn om de regels op te sommen en eronder alleen te plaatsen ‘Artikel 461 W.V.S.’? Of is er een juridische grondslag waarom overigens vermeld moet worden? Ik ben benieuwd naar suggesties.