Nieuw nummer ‘Nederlandse Letterkunde’ verschenen

Onlangs verscheen Nederlandse Letterkunde 2020-2 met de volgende inhoud:

Artikelen

Ted Laros, Literatuur, politiek en recht in Nederland, 1945-1952. De zuivering van het literaire veld door de Ereraad voor de Letterkunde en de Centrale Ereraad voor de Kunst

Marc van Zoggel, ‘Een homo is minder verdacht dan een held’. Literaire verbeeldingen van Michiel de Ruyter en het nationale-identiteitsdebat na 2001

Recensies

Maaike Meijer over Yra van Dijk, Afgrond zonder vangnet. Liefde en geweld in het werk van Arnon Grunberg

Carlijn Cober over Lizet Duyvendak en Jan Oosterholt (red.), Uit de marge. Kanttekeningen bij de cultuurhistorische canon

Johanna Ferket over Helmer J. Helmers en Geert H. Janssen (red.), The Cambridge Companion to the Dutch Golden Age

Dick E.H. de Boer over Wilma Keesman, De eindeloze stad. Troje en Trojaanse oorsprongsmythen in de (laat)middeleeuwse en vroegmoderne Nederlanden

Marguérite Corporaal over Ewoud van der Knaap en Cees Koster (red.), Teksten in beweging. Over vertaling, vertalers en literatuur

Erica van Boven over Bram Lambrecht, Publieksliteratuur uit Vlaanderen tijdens het interbellum. Een pedagogisch project

Elke Brems over Ruben Mantels en Hans Vandevoorde, m.m.v. Janna Aerts (red.), ‘Ik denk nog het best met een pen in de hand’. Het dagboek 1939-1944 van August Vermeylen

Elsa Strietman over Dirk Geirnaert en Robrecht Lievens (red.), ‘Van zondeval tot hemel. Staties uit de heilsgeschiedenis. Een reeks geïllustreerde devotionele strofen van Anthonis de Roovere (Gouda, 1482)’, Jaarboek De Fonteine 63

Marjolein van Herten over ‘Onderzoek voor het schoolvak Nederlands’, TNTL 135, 2

Voor meer informatie raadpleeg de website van Nederlandse Letterkunde.