Neerlandistiek en de letterkundige neerlandistiek

Door Marc van Oostendorp

Een van de charmante hebbelijkheden van moderne letterkundigen is dat ze ‘neerlandici’ zeggen als ze ‘moderne letterkundigen’ bedoelen. Ze weten wel dat wij taalkundigen en taalbeheersers en historisch letterkundigen ook bestaan, en natuurlijk willen ze zelfs erkennen dat wat wij doen ook zijn waarde heeft, maar met ‘de neerlandici’ bedoelen ze zichzelf.

Wanneer collega Jos Joosten in zijn nieuwe bijdrage aan TNTL dus zegt dat “de professionele neerlandistiek” zich niet kan onttrekken aan het publieke debat zoals zich dat bijvoorbeeld op internet ontrolt, bedoelt hij daarmee duidelijk alleen zijn letterkundige collega’s. Niet omdat hij vindt dat wij taalkundigen en taalbeheersers en historisch letterkundigen niet op internet hoeven te verschijnen, maar omdat hij ons niet bedoelt met die uitdrukking.

Publieke Debat 2.0

Er zit achter dat idiosyncratische taalgebruik geen enkele kwade wil, en het valt ook eenvoudig te begrijpen. De moderne letterkunde is al heel lang het vlaggeschip van de neerlandistiek – bijvoorbeeld omdat dé reden om Nederlands te studeren is dat je meer wil weten over Ilja Leonard Pfeijffer of net zo succesvol wil worden als Saskia Noort – en waar taalkundigen en taalbeheersers en historisch letterkundigen zich in de loop van de tijd (ook) als linguïst, communicatiewetenschapper of cultuurhistoricus zijn gaan zien, bleven letterkundigen voor zichzelf primair neerlandici.

De paradox doet zich nu voor dat ‘de neerlandici’ bij uitstek, die moderne letterkundigen, zich betrekkelijk zelden vertonen op Neerlandistiek. Je zou kunnen zeggen dat dit komt doordat ze andere podia hebben zoals Platform Leest of De Reactor, maar ik geloof dat Joosten toch óók gelijk heeft als hij andere factoren benoemt, zoals de afwezigheid van een debatcultuur of een zekere angst of juist een zeker dedain voor wat hij noemt het Publieke Debat 2.0.

Betreurenswaardig

Joosten schrijft zijn stuk naar aanleiding van reacties die hij kreeg op een kritische analyse die hij hier gaf van een artikel in Nederlandse Letterkunde over de columnist Arthur van Amerongen. Collega’s hebben hem toen kennelijk gezegd dat de discussie misschien beter in de beslotenheid van de vakbladen en congressen gevoerd kan worden.

Doodzonde is dat. Een kritische analyse van een publieke peroonlijkheid zoals een columnist hoort natuurlijk in het openbaar plaats te vinden. Het is zelfs een beetje eigenaardig om te willen laten zien wat er ‘problematisch’ is aan de manier waarop een schrijver of columnist zich opstelt, maar die analyse te willen onthouden aan de lezers of het publiek.

Ik heb dit voorjaar en deze zomer een aantal letterkundige collega’s gevraagd of zij niet wat actiever zouden willen zijn voor Neerlandistiek, maar het is niet gelukt om iemand te vinden. Iedereen had geldige individuele redenen, maar het patroon vind ik wel betreurenswaardig.

Neerlandistiek wil een podium zijn voor alle neerlandici, ook de “professionele”. Wat moeten we doen om dat te bereiken?

Foto: Alie Lassche