Gedicht: W.F. Oostveen • Mijn schaapje

Mijn schaapje

Ik ken een aardig schaapje,
’t Loopt ginder in de wei,
Het huppelt en het springt maar
Heel vergenoegd en blij.

Het dartelt in de weide
De ganschen langen dag
En eet en drinkt met luste,
Al wat het gaarne mag.

Was ik maar eens zoo’n schaapje,
Dan zat ik nu niet hier,
Dan ging ik nooit naar school toe
En had maar steeds plezier.

Wel jongen lief, wat zegt ge,
En meent ge dat? Och kom,
Dan bleeft ge net als ’t schaapje,
Uw heele leven dom.

W.F. Oostveen (1849-1890)

Foto: raymond


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.