Gedicht: Hendrik Tollens • De mensch

De ooit zeer beroemde Hendrik Tollens vertaalde veel gedichten van de ooit zeer beroemde Matthias Claudius.

De mensch

Gewonnen en geboren,
Beginnen wij te zien,
Te schreijen en te hooren,
Te praten bovendien.
Wij schieten uit de kluiten
En worden kloek en stout;
Beramen en besluiten
En grijpen glimp voor goud.
Wij tobben en wij sloven
Om meerder dan ons deel;
Wij twijflen en gelooven
Te weinig en te veel.
Wij maken en wij breken
En spinnen aan ons rag;
Verandren alle weken,
Veroudren elken dag:
Zoo kruipen wij of zweven,
En grijzer wordt ons hair;
Zoo rekken wij het leven
Tot somtijds tachtig jaar;
Dan geeuwen wij en gapen
En leggen ons te slapen.

Hendrik Tollens (1780-1856)
naar Matthias Claudius (1740-1815)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.