‘De KleerenJood’, ‘De Augurkjeskraam’ (1857)

Jeugdverhalen over joden (111)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Adriaan van der Hoop Juniorszoon (1827-1863)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Portret van Adriaan van der Hoop Juniorszoon door J.H.M.H. Rennefeld, jaartal onbekend (bron: Rijksmuseum)

Over Adriaan van der Hoop Juniorszoon (jrzn.) werd gezegd dat hij al kon dichten toen hij nauwelijks kon schrijven. Zijn poëtische talent had hij van zijn vader, de Rotterdamse dichter met dezelfde naam: Adriaan van der Hoop jr. (1801-1841).

         Zoon Adriaan verloor op jonge leeftijd zijn moeder en toen hij pas veertien jaar was zijn vader. ‘Had zij hem ter zijde gestaan, welligt zou hij met meer wijsheid zijn levenspad hebben bewandeld’, aldus A.J. van der Aa. Nu verliep Adriaans levenspad onstuimig: door een te wild studentenleven sjeesde hij als rechtenstudent in Leiden, later probeerde hij tevergeefs zijn geluk in Zuid-Afrika. ‘Hij was’, aldus Van der Aa, ‘een van degenen aan wien de natuur voor het talent en ’t gevoel dat zij hun kwistig schenkt, geestkracht onthoudt.’

         Desondanks publiceerde Van der Hoop jrzn. – die slechts 36 jaar oud werd – ruim veertig boeken, deels vertalingen uit het Frans en Duits. Voor kinderen schreef hij onder meer: De dierenvriend, in rijmpjes voor jonge kinderen (1852), De dierenwereld, in rijmpjes voor jonge kinderen (1853) en Voor Hollandsche knapen en meisjes: mijmeringen en lessen uit het kinderleven (1856).

         Zijn versjes ‘De KleerenJood’ en ‘De Augurkjeskraam’ verschenen in 1857 in de bundel De bewoners van ons vaderland, eveneens een jeugdboek. Het zijn korte bijschriften bij illustraties. Ze beginnen, net als veel andere versjes over joodse straathandelaren, met een straatroep: ‘Oû kleêrekoop’ (lees: ouwe kleren koop) en ‘Lekker en zier!’ (lees: zuur).

         De bewoners van ons vaderland verscheen bij uitgeverij D. Noothoven van Goor in Leiden en beleefde één druk.

De KleerenJood

Illustratie uit De bewoners van ons vaderland (1857)

‘Oû kleêrekoop, Oû kleêrekoop’,
Zoo hooren we u uw boeltje venten,
Nu ben je ijvrig, man, ik hoop
Dan win je daaglijks heel wat centen!

De Augurkjeskraam

Illustratie uit De bewoners van ons vaderland (1857)

‘Lekker en zier!’ ‘Lekker en zier!’
Hoor daar dat Joodjen eens roepen!!
Knaap, koop je soms een versnapering hier,
Maar wen u nimmer aan ’t snoepen!

Doelgroep en receptie

De bewoners van ons vaderland verscheen in afleveringen. De eerste afleveringen (nr. 1 tot 4) werden in de Opregte Haarlemsche Courant van 4-12-1856 door de uitgever, samen met enkele andere jeugdboeken, aanbevolen als Sinterklaascadeau. De volledige editie, met daarin ‘De KleerenJood’ en ‘De Augurkjeskraam’, verscheen begin 1857 en bevat naast 24 versjes van Adriaan van der Hoop jrzn., korte verhalen van B. ten Haaften.

         Van De bewoners van ons vaderland heb ik geen besprekingen gevonden.