Gedicht: William Shakespeare • Sonnet 130

Recentvertaaldegedichtenweek (5): Sonnet 130 van William Shakespeare, in een nieuwe vertaling (titel: Shakespeares Sonnetten, met de originele teksten en uitgebreide toelichtingen) door Bas Belleman. De originele versie plus eerdere (eigentijdse en klassieke) vertalingen van alle 154 sonnetten leest u op de website van Frank Lekens.

130

Mijn Liefje heeft geen ogen als de zon;
Veel roder dan haar lippen is koraal;
En is sneeuw wit? Dan zijn haar borsten vaal;
Zijn haren goud? ’t Is zwart goud dat zij spon.
En ik ken Rozen, roze, wit en rood.
Maar zulke Rozen sieren niet haar wangen.
Ook zijn er geurtjes waar ik meer van genoot
Dan die er in mijn liefjes adem hangen.
Ik, die haar graag hoor praten, moet beamen
Dat ik Muziek vaak aangenamer vond;
Nooit zag ik hoe godinnen nader kwamen,
Als zij loopt, stampt mijn liefje op de grond.
     En toch, mijn hemel, mijn lief kan meer bekoren
     Dan al die vrouwen vervalst in metaforen.

William Shakespeare (1564-1616)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.