Gedicht: Jan Prins • De Kikvorsch, die zoo groot wil worden als een Os

De Kikvorsch, die zoo groot wil worden als een Os

Een kikvorsch zag een os, dien zij
schoon van gestalte en omvang achtte.
Zijzelve, in haar geheel zoo groot niet als een ei,
blaast zich in afgunst op en rekt zich, om te trachten,
zoo kolossaal te worden als dat beest.
Zij sprak: ‘Zus, let eens op mijn leest.
Is het zóó al genoeg? Zeg op, ben ik er haast?’
Nog lang niet.’ ‘Maar dan nu?’ ‘Volstrekt niet.’
‘Nu dan wel?’
‘Het lijkt er nog niet op!’ De stakker blaast en blaast
en barst gelijk een waterbel.

De wereld wemelt van niet wijzeren dan deze:
de burger bouwt, als een groot heer, uit wijde beurs,
de minste vorst wil van ambassadeurs,
elke markies omringd van pages wezen.

Jan Prins (1876-1948)
uit: Veertig fabels van Jean de la Fontaine (1940)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.