Een nog gedeeltelijk geklede Eduard Douwes Dekker ligt op een naakte vrouw

De Multatuli-leescursus (81 – toegift)

Door Marc van Oostendorp

– Had Multatuli in de vele jaren dat hij in Duitsland woonde maar meer in het Duits geschreven dan altijd in dat Hollands van hem! Dan was er dit jaar zeker een fraai hoorspel verschenen over zijn woelige leven.

– Jij weet wel hoe je een reünie gezellig moet beginnen.

– Zeg nu zelf, de scripts die Ger Beukenkamp verzamelde in dit boek Multatuli. Het leven van een klokkenluider in twintig dialogen, die hadden toch moeten worden uitgevoerd?

– Ik vind dat het interessant wat voor reden Beukenkamp zelf geeft voor de weigering om zo’n hoorspel nog steeds te produceren: angst voor Multatuli.

Er is (…) een latente angst voor u en uw radicale duidelijkheid, net zoals er terughoudendheid is voor élke volstrekt onafhankelijke denker. Zijn of haar gelijk kan namelijk ook na hun dood nog onverwacht toeslaan. Een nadenker die met overtuigende argumenten en met gepaste arrogantie afrekent met God, kolonialisme en met de monarchie blijft eeuwig sluimeren. De kracht van zijn of haar werk kan nog steeds ontregelen, begrijpt u?

– Dat laatste zegt Beukenkamp tegen Multatuli, want het voorwoord is ook een dialoog, tussen de dialoogschrijver en zijn onderwerp.

– Multatuli roept de dialoogvorm op, he?

– De twintig scripts die er volgen vertellen samen het levensverhaal van Multatuli…

– Had die Beukenkamp niet eerder al een toneelstuk geschreven, Multatuli en ik, of zoiets?

– … van Multatuli. Hoewel de ondertitel ‘het leven van een klokkenluider’ luidt, gaat het Beukenkamp nauwelijks om de inhoud en veel meer om de relaties tussen mensen.

– Wat dat betreft komt die ‘nadenker’ dus helemaal niet aan bod in deze hoorspelen? Misschien hoefde men niet zo bang te zijn bij de omroep?

– Ik vind die aandacht voor relaties wel interessant. Douwes Dekker is weliswaar de rode draad, maar er zijn veel passages waarbij hij nauwelijks een rol speelt.

– Ja, Tine komt als persoon misschien nog wel beter uit de verf dan ‘Dek’.

– Ik vond de ingeving briljant om haar een liefdesrelatie te laten aanknopen met Stephanie Omboni, de vriendin bij wie ze in Milaan onderdak vond.

– Eindelijk een beetje levensgeluk voor die arme, brave Tine!

– Ja, maar het is wel een beetje vreemd, dan, dat ze vervolgens toch ook naar Den Haag trekt om er met haar kinderen, Douwes Dekker en Mimi in één huis te gaan leven. En dan later toch weer naar Stephanie teruggaat. Hoe dat zit, wordt niet echt verklaard.

– Sowieso had er misschien meer in die episode van dat ménage à trois gezeten? Het wordt nu vooral van de buitenkant beschreven, door de ogen van overbuurvrouw Bosboom-Toussaint en haar vriend Potgieter.

– En binnen de muren gaat het vooral over Douwes Dekkers krankzinnige wens om avond aan avond roulette te spelen met zijn ongebruikelijke gezin, om zo een systeem te testen dat de bank zou moeten kunnen verslaan.

– Precies, terwijl die hele situatie – opgroeiende kinderen met hun moeder in één klein huis, samen ook nog met de vader die ze jarenlang niet hadden gezien en diens minnares – op zich al voldoende stof biedt voor een avondvullend stuk.

– Is jullie ook opgevallen dat er niets klopt van wat de personages zeggen over de inrichting van dat huis?

MIMI
Ik slaap beneden aan de tuinkant.
En jij Tine, wat vind je? In de mooie kamer aan de gracht? Dat is dan wel tevens onze salon.
En voor Nonnie… Loop je even mee, Nonnie? 

– Hoezo klopt dat niet?

– We hebben toch indertijd de brief besproken waarin Multatuli voor vrouw en kinderen naar Den Haag komen al een plan heeft gemaakt, en waarin de ‘meid’ beneden slaapt, en de kinderen boven?

– Maar we weten toch niet of dat plan ten uitvoering is gebracht?

– Ja, ik vraag me ook wel een beetje af of iemand die over zulke details valt, Multatuli wel goed begrepen heeft.

– Toch ben ik het wel met jou eens als je zegt dat er een aantal zeer dramatische passages gemist zijn. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de aangifte die Multatuli is gaan doen tegen zijn eigen zoon toen hij in de krant iets las over een moord, terwijl er geen enkele objectieve reden was om te denken dat die zoon iets met die moord te maken had.

– Beukenkamp schreef uitsluitend een scene waarin Mimi en Multatuli praten over een brief die de laatste aan de krant schrijft over een en ander; niet over de tocht naar het politiebureau.

– Ja, mensen, zo heeft iedereen zijn eigen favoriete fragmentje uit Douwes Dekkers levensloop, waarvan hij vast graag zou willen dat het erin zou komen.

– Maar in dat geval is die relatie tussen vader en zoon echt een belangrijke in Beukenkamps boek. Niet zomaar mijn hobby.

– Als Edu ontdekt dat Multatuli een zoontje geadopteerd heeft roept hij ontzet uit ‘Liever een gekochte zoon, dan een echte!’ Dat vond ik wel treffend, want die adoptie van Woutertje was ook inderdaad een zakelijke transactie.

– Al legt Beukenkamp de verantwoordelijkheid voor die beslissing wel meer in handen van Douwes Dekker dan hij lag. Hij suggereert dat Woutertje een soort cadeautje van Mimi aan haar man was.

– Nou, hij was er uiteindelijk ook wel heel blij mee.

– Maar echt, jongens, we gaan toch nu niet ineens doen alsof een kunstwerk precies de werkelijkheid moet volgen? Het paste simpelweg goed in Beukenkamps verhaal dat het vaderschap een duistere zijde van de schrijver was. Hij laat Edu zijn oedipuscomplex uitschreeuwen, maar vader doet ook niets liever dan zijn zoon kwellen.

– Als Edu drie is, leest zijn zijn vader hem Saïdjah en Adinda voor: ‘dit wrede sprookje’ zoals Beukenkamp het noemt, vol moord en doodslag.

– Ja, Multatuli is een kunstwerk. Het is mij overigens niet helemaal duidelijk of het wel als hoorspel bedoeld is. Hoe zou men bijvoorbeeld de volgende regie-aanwijzing moeten laten klinken:

Een nog gedeeltelijk geklede Eduard Douwes Dekker – Dek, hij is 20 jaar – ligt op een naakte vrouw in een klein benauwd kamertje. Het licht komt van een walmende olielamp. Een on- zichtbare gekko gilt routineus.

– Ja, hoe klinkt licht dat van een walmende olielamp komt?

– Nou zo! [Mimet het geluid van licht.]

Ger Beukenkamp. Multatuli. Het leven van een klokkenluider in twintig dialogen. Amsterdam: ABC Uitgeverij, 2020. Bestel dit boek bij Donner.