Top 40 van de Gouden Eeuw – 34c

Nederlanders zingen heel veel, niet alleen in kerken en koren, maar ook op feestjes, bij bruiloften en onder de douche. Dat doen ze al eeuwen. Wie verliefd of verlaten is zingt een popliedje, wie in nood is het Wilhelmus of een psalm, en wie een kind in slaap sust een wiegenlied. Een gouden tijd voor het Nederlandse lied is de periode van de late zestiende en de zeventiende eeuw, wanneer al die liedjes verzameld in liedbundeltjes op de markt komen, geschikt voor jong en oud. Muzieknotatie is niet nodig, want de boekjes bevatten contrafacten: teksten van liedjes met aanduiding van de bekende melodie waarop ze gezongen kunnen worden.
Voor de Top 40 van de Gouden Eeuw hebben we de veertig populairste melodieën uit de Nederlandse Liederenbank geselecteerd, die destijds in het Nederlandse taalgebied het meest gebruikt zijn. Bij deze melodieën hebben we mooie, ontroerende en verrassende liedteksten uit die tijd gezocht om Nederlandstaligen van nu in staat te stellen kennis te maken met de rijkdom van dit cultureel erfgoed. Iedereen kan nu met behulp van de muzieknotatie of de midi-files de liedjes leren zingen. Van tijd tot tijd zullen we een exemplaar uit de Top 40 publiceren, tot we bij de allerpopulairste melodie op nummer 1 zijn.
In het boekje waarin alle liedjes verschijnen, willen we uw commentaar graag verwerken.

Het viel een hemels dauwe
(hs. Soeterbeeck à 2)

In een handschrift uit het voormalige vrouwenklooster van de Moderne Devotie Soeterbeeck vinden we deze tweestemmige versie van ‘Het viel een hemelse dauwe’, met een behoorlijk andere melodie dan die in Een devoot ende Profitelyck Boecxken (34a), die speciaal gecomponeerd lijkt te zijn voor de kennelijk al bekende tekst. De bron is laat vijftiende-eeuws. Er wordt altijd van uitgegaan dat wereldlijke liederen werden ‘vergeestelijkt’, maar hier zou het geestelijke lied wel eens ouder kunnen zijn dan het wereldlijke. In Het Antwerps Liedboek uit 1544 wordt ‘Het viel eens hemels douwe’ (34b) weliswaar ‘Een oudt liedeken’ genoemd, maar zou dit liefdeslied ouder zijn dan het geestelijke lied, dat in een bron uit 1522 (Handschrift Meerman, KB Brussel) wordt gebruikt als wijsaanduiding ‘Het viel eens hemels douwe op een cleyn maechdekijn’? Wat betreft de tekst: we hebben te maken met een eenvoudige versie van het kerstverhaal uit Lucas 2, dat uitmondt in een gebed tot Maria als middelares.

3. Al van des hemels throne
sprac hem die engel aen:
‘Joseph, Davids soene, 
o werde salighe naam,
blijft alle bey te gader,
tis boven natueren cracht
Dat god al almechtich vader
in haer dus heeft ghewracht.’

4. Corts daer nae is comen
een keyserlick ghebot:
dat, nimant uitghenoemen,
hi en quaem sonder spot
van daer hi waer gheboren
en brenghen sijn tribuyt,
Dat dede men daer horen
en roepe overluyt.

5. Maria en Joseph mede
quamen te bethleem waert,
Want dat was Iosephs stede
als ons die scrijft verclaert.
Sy en mochten nerghens in,
men wisdense altoes voert;
Die hemelsche conighinne
en was daer niet ghehoert.

6. Int velt hebben si vonden
een huys seer dun ghedaect,
Binnen soe corten stonden
hebben sy daer logys ghemaect.
Daer waert die maghet moder
al sonder wee of pyn.
Van smenschen soen een broeder,
hoe mocht hi ons naerder syn?

7. Ut moederliker mynnen
leeden si hem op hoere schoet,
haer hart verblyden bynnen,
dat dede syn mondeken roet.
Sy custen aen syn wanghen,
sy suchten menichfout,
Dat hi quaem syn ghevanghen
verlossen ionck en out.

8. Maria suver fonteyne
daer god sijn rust aen naem,
Bidt voer ons al ghemeyne
en soent dat godlijck lam,
Soe dat wi moeten gheracken
met hem int suete dal,
Daer vruechdt is boven maten
die ewelicken duren sal.

vroudevreugde
laet u niet verlangenwees niet ongeduldig
confoerttroost
wisdensestuurde hen
voertweg
waertwerd
leedenlegde
Datomdat

Tekst en melodie uit: Handschrift Soeterbeeck 475 IV, 84, fol. 70v-80v https://wwwextern.ubn.ru.nl/BookReader/MMUBN000008_Hs%20475%20(IV%2084)/#page/156/mode/2up