Top 40 van de Gouden Eeuw – 34a

Door Margot Kalse en Olga van Marion

Nederlanders zingen heel veel, niet alleen in kerken en koren, maar ook op feestjes, bij bruiloften en onder de douche. Dat doen ze al eeuwen. Wie verliefd of verlaten is zingt een popliedje, wie in nood is het Wilhelmus of een psalm, en wie een kind in slaap sust een wiegenlied. Een gouden tijd voor het Nederlandse lied is de periode van de late zestiende en de zeventiende eeuw, wanneer al die liedjes verzameld in liedbundeltjes op de markt komen, geschikt voor jong en oud. Muzieknotatie is niet nodig, want de boekjes bevatten contrafacten: teksten van liedjes met aanduiding van de bekende melodie waarop ze gezongen kunnen worden.
Voor de Top 40 van de Gouden Eeuw hebben we de veertig populairste melodieën uit de Nederlandse Liederenbank geselecteerd, die destijds in het Nederlandse taalgebied het meest gebruikt zijn. Bij deze melodieën hebben we mooie, ontroerende en verrassende liedteksten uit die tijd gezocht om Nederlandstaligen van nu in staat te stellen kennis te maken met de rijkdom van dit cultureel erfgoed. Iedereen kan nu met behulp van de muzieknotatie of de midi-files de liedjes leren zingen. Van tijd tot tijd zullen we een exemplaar uit de Top 40 publiceren, tot we bij de allerpopulairste melodie op nummer 1 zijn.
In het boekje waarin alle liedjes verschijnen, willen we uw commentaar graag verwerken.

Het viel een hemelse dauw

In Een devoot ende Profitelyck Boecxken (1539), een liedboekje vol met geestelijke liederen, dat een belangrijke bron is voor de melodieën van de late zestiende en zeventiende eeuw, zijn alle melodieën in vereenvoudigde vorm weergegeven: zonder ritme en versieringen of loopjes. De aansprekende melodie van ‘Het viel eens hemels douwe’ is, mede daardoor, ingetogen, devoot. Ook de tekst is eenvoudig en vertelt het kerstverhaal uit Lucas 2, dat uitmondt in een gebed tot Maria als middelares.

Dit is die wise: Het viel eenen coelen dauwe ende gaet oock op die wise van Paep haer aert. Oft op die wise Vanden lodderliken pape

3. Al van des hemels throne
Sprac hem die enghel an:
‘O Joseph Davids sone,
O weerde salighe man,
Blijft alle beyde te gader
This boven natueren cracht
Dat God almachtich vader
In haer dus heeft gewracht.’

4. Corts daer na is comen
Een keyserlijck ghebot
Dat niemand uutghenomen
Hi en quame sonder spot
Van daer hi waer gheboren
Ende brachte sijn tribuyt.
Dat dede men daer horen
Ende roepen over luyt.

5. Maria en Joseph mede
Quamen te Bethleem waert,
Want dat was Josephs stede
Als ons de scrifture verclaert.
Sij en mochten nergens inne,
Men wijsdese altijt voort
Die hemelsche coninginne
En was daer niet ghehoort.

6. Int velt so hebben si vonden
Een huys seer dinne ghedaect,
Binnen so corten stonden
Hebben si daer logijs ghemaect.
Daer wert die maghet moeder
Al sonder wee oft sonder pijn,
Van smenschen sone een broeder,
Hoe mocht hi ons naerder sijn?

7. Uut moederliker minnen
Leyde si hem op haren schoot,
Haer herte verblide binnen,
Dat dede sijn mondeken root.
Si custe hem aen sijn wangen,
Hi suchte menichfout,
Daer hi quam sijn ghevanghen
Verlossen ionck ende out.

8. Maria suyver fonteyne
Daer God sijn ruste aen nam,
Bidt voer ons al ghemeyne
Ende versoent dat godlijck lam,
So dat wij moeten gheraken
Met hem int soete dal,
Daer vruecht is boven maten
Die eewelijck dueren sal.

Tener
nyenooit
ghincwas in verwachting
Gheen swaerheit en ginc haer anhet was voor haar geen last
Alstoen
versindebemerkte
wilse latenga haar verlaten
trecken mijnder stratenmijn eigen weg gaan
te gadersamen
dusop deze wijze
gewrachttot stand gebracht
uutghenomenuitgezonderd
sonder spotzeker
Van daernaar waar
waerwas
tribuytbelasting
te … waertnaar … toe
de scrifturede Heilige Schrift
wijsdesestuurde hen
voortweg
Die hemelsche coninginnenamelijk: Maria
seer dinne ghedaectmet een erg dun dak
stondentijd
mochtkon
binnenvan binnen
menichfoutvaak
Daeromdat
sijn ghevanghendegenen die gevangen zijn (in zonde)
fonteynebron (van genade)
Daerwaar
ruste aen namgenoegen in vond
versoentstem gunstig
godlijck lamnamelijk: Christus
int soete dalin de hemel

Tekst en melodie uit: Een devoot ende Profitelyck Boecxken, inhoudende veel gestelijcke Liedekens ende Leysenen, diemen to deser tijt toe heeft connen ghevinden in prente oft in gescrifte (Antwerpen: Simon Cock, 1539), fol. 10v.-11v . https://www.dbnl.org/arch/_dev001dfsc01_01/pag/_dev001dfsc01_01.pdf (pdf p. 21-22)