Nathan! De Messias is gekomen! (1866)

Omslag van Nathan!De Messias is gekomen! Het boekje is ongedateerd en editiegegevens ontbreken, maar waarschijnlijk gaat het om de vierde druk, uit 1886. Rechts: de enige illustratie in dit boekje. Jansje leest Nathan voor uit het Nieuwe Testament. De illustraties zijn van Pieter Wilhelmus van de Weijer (1816-1880).

Jeugdverhalen over joden (104)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Evert Jacob Veenendaal Jz. (1833-1906)
Oorspronkelijk Nederlands

Herkomst en drukgeschiedenis

Nathan! De Messias is gekomen! is geschreven door Evert Jacob Veenendaal Jz. (1833-1906). Veenendaal was hoofdonderwijzer en schrijver. Hoogstwaarschijnlijk behoorde hij tot de kringen van het Reveil. Vanaf 1860 was hij actief als publicist. Hij leverde toen een bijdrage aan Magdalena, een evangelisch jaarboekje.

         Dat Veenendaal belangstelling had voor zendingswerk, blijkt onder meer uit de gedichten die hij in 1864 publiceerde in Leven, lieven, loven. De gedichten hebben titels als ‘De Zendingskerk te Ermelo’, ‘Het evangelisch zendingswerk, Gods werk’ en ‘Levi geroepen’ (‘Ja, Levi gelooft, wat Mattheüs aanschouwt/ (…) Zóó werd hem het “Volg mij” allengskens ontvouwd. (…) Hij volgde zijn Heiland, de hand aan den ploeg/ Des Heeren genade was Levi genoeg’).

Portretfoto van E.J. Veenendaal uit circa 1887.

         Nathan! De Messias is gekomen! verscheen bij uitgeverij J.H. van Peursem in Utrecht en beleefde vier drukken: in 1866, 1869, 1872 en 1886.

Samenvatting

Nathan is een Amsterdamse ‘oude-kleerenjood’. Als zijn vrouw sterft, blijft hij alleen achter met Mirjam, hun enige dochter. Nathan is een gelovige jood en voortdurend vertelt hij Mirjam over de geschiedenis van hun volk, ‘maar van Jezus den Gekruiste zweeg hij’.

         Van ‘Christen-kindertjes’ op straat hoort Mirjam dat de Messias al is gekomen. Als zij navraagt bij haar vader of dit klopt, dreigt hij haar ‘met de zwaarste straf’. Zij mag nooit meer vragen ‘naar dien gehaten en verachten Nazarener’.

         Kort daarop wordt Mirjam ernstig ziek. Haar laatste woorden, die zij ‘met bevende lippen’ uitspreekt, zijn: ‘Vader, is de Messias dan niet gekomen?’

         Nathan is wanhopig. ‘De liefde tot zijn kind deed hem weenen, maar de haat tegen den Nazarener vervulde hem met toorn.’

         Nathan is gewend dat hij op straat wordt uitgelachen en bespot. Maar op een mooie zomerdag zegt Jansje Moenders, een meisje van tien jaar, tegen hem: ‘Nathan! De Messias is gekomen!’ En: ‘Ik heb de Joden lief, en ik wensch zeer, dat gij en al de Joden tot Jezus komt en Hem als uw Verlosser leert kennen.’

         Nathan is hierdoor ontroerd (‘de tranen stroomden op den grond’) en hij nodigt Jansje uit bij hem thuis te komen. Nadat zij hier toestemming van haar ouders voor heeft gekregen, komt Jansje geregeld bij Nathan op bezoek. ‘Nathan begon in te zien, dat niet al de Heidenen de Joden haatten.’

         Jansje leest Nathan voor uit de Bijbel, onder andere Jesaja 53. Nathan begint ‘te vermoeden, dat men haar tehuis had onderricht. En hij had niet geheel en al ongelijk; want Jansje had haren vader telkens om raad gevraagd, en deze had haar op ’t een en ander gewezen, in de hoop, dat zijn kind door God mocht gebruikt worden, om den Jood aan den voet van het kruis te brengen’.

         Nathan gaat in het Nieuwe Testament lezen en raakt ervan overtuigd dat Jezus de aan de joden beloofde Messias is. ‘Eindelijk besloot ik tot hem te bidden’, vertelt hij aan Jansje. ‘Ik knielde neder. Onder het gebed kwam er licht.’

         Niet lang daarna wordt Nathan ziek. ‘Vele Joden kwamen bij Nathan, maar toen deze vrijmoedig voor zijn geloof in Christus uitkwam, begonnen zij hem uit te schelden en op allerlei wijze te kwellen.’

         Maar Nathan laat zich daar niet door ontmoedigen. Nadat hij is gestorven, dragen engelen Nathan ‘in Abraham’s schoot, in de zalige nabijheid van Jezus, den eenmaal Verachte en Verworpene’.

Doelgroep en receptie

In 1869 voegde uitgeverij J.H. van Peursem Nathan! De Messias is gekomen! toe aan een Kerstgeschenk voor kinderen: een gelithografeerde envelop waarvan de inhoud bestond uit zes boekjes met een gekleurd omslag.Alle auteurs, oordeelde het Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage, hebben ‘op paedegogisch gebied zich een eervollen naam’ verworven. ‘Die goede reputatie houden ze ook in deze vertellingen staande, daar ze alle uitmunten door bevattelijken vorm en zinrijke kerstmoraal. Dit zestal verhalen wordt door ons dan ook in waarheid als een keurtal beschouwd, ’t welk een plaatsje op de huistafel van elk godsdienstig gezin mag eischen’.