Leeskracht

Door Els Stronks

De afgelopen weken pleitte Stine Jensen er in de NRC voor niet meer in te zetten op leesplezier om de toenemende ontlezing onder Nederlandse jongeren te verhelpen, maar op leesstraf. Jongeren verplicht boeken laten lezen waarin ze iets over zichzelf en de wereld leren. Gawie Keyser waarschuwde daarop in dezelfde krant dat verplichte kost jongeren helemaal het leesplezier zal ontnemen. 

Als historisch letterkundige bekijk ik de ontlezing in Nederland – vanuit beroepsdeformatie – in historisch perspectief. En dan lijkt een andere oplossing dan leesplezier dan wel leesstraf veel meer voor de hand te liggen, namelijk: geef jongeren leeskracht, door lezen en zelf schrijven aan elkaar te koppelen en ze zo meer inhoudelijke, analytische scherpte te geven. Nadenken over hoe we jongeren leeskracht geven, kan ons uit de te nauwe discussie over leesplezier halen.

Zowel Jensen als Keyser gaan er vanuit dat Nederlandse jongeren opgroeien in een samenleving waarin lezen (en niet het bekijken van beelden) nog steeds de toegang biedt tot nadenken, en dus tot wat er nodig is om deel te nemen aan werk, bestuur en democratie. En juist dat blijkt in het rapport van de Raad van Cultuur en Onderwijsraad waarop Jensen en Keyser hun stukken baseren, Lees!, een probleem: een kwart van de Nederlandse jongeren leest inmiddels zo slecht dat ze het risico lopen niet meer deel te kunnen nemen aan een samenleving die van hen vraagt dat ze teksten niet alleen begrijpen, maar ook kunnen gebruiken als stof tot nadenken. Als je over de inhoud van teksten die je worden aangeboden wilt nadenken, zijn andere leesstrategieën noodzakelijk dan het voortgezet onderwijs nu aanbiedt.  

Een verandering is dus gewenst, maar dan moeten we twee historisch gegroeide gegevens zien om te buigen. Eerste gegeven is dat het Nederlandse taalonderwijs na de 20e eeuw steeds minder het zelf schrijven als leerdoel centraal heeft gesteld, en dat ontkoppeling van lezen en schrijven tot stand is gekomen. Dichteres Maria Barnas zei in een van de brainstormsessies voor de Schrijfakademie.nl dat Nederlands in het voortgezet onderwijs het enige schoolvak is waarin je alleen maar kijkt naar wat anderen gemaakt hebben. Je maakt niets zelf, en zo leer je niet al doende dat je met woorden realiteiten kan scheppen: inhoud kan produceren. Vanaf de 18e eeuw zijn wel pogingen ondernomen dit schrijfonderwijs in te voeren, zoals een recente dissertatie van Bobby Schoemaker Gewijd der jeugd voor taal en deugd. Het onderwijs in de Nederlandse taal op de lagere school, 1750-1850 laat zien. Er verschenen schoolboeken als Nicolaas Anslijns Aanleiding ter vervaardiging van schriftelijke opstellen (1808-1809), maar dat type onderwijs is de laatste decennia verdwenen. In met name Angelsaksische landen groeide Creative Writing uit tot een vak dat in het voortgezet onderwijs wordt gedoceerd, en ook op universitair niveau kan worden beoefend. In Nederland niet: docenten Nederlands zijn er niet in geschoold, leerlingen beoefenen het nauwelijks of niet. Met als effect dat ze alleen inhoud van anderen van de buitenkant leren bekijken, en ook onzichtbaar is geworden hoeveel lezen er nodig is om zelf goede inhoud te produceren. Iets goeds schrijven, was eeuwenlang, kijk maar naar Vondels ‘Natuur baart de dichter, de kunst voedt hem op’, onlosmakelijk verbonden met veel lezen. De kunst afkijken bij anderen, met het doel zelf iets te maken. Als die twee aan elkaar verbonden zitten in het leertraject, kijk je anders naar alles wat je leest.   

Tweede historisch gegeven is dat het Nederlandse leesonderwijs de laatste decennia steeds sterker inzet op individualiteit. Het eigen leesplezier, de eigen (empathiserende) leeservaring is leerdoel geworden. Dat is een moeilijk te doceren iets, en de vraag is of de drijvende kracht achter willen leren lezen niet veeleer gezocht moet worden in kennis over collectieve leeservaringen. Boeken worden geschreven in de context van een samenleving. Leren analyseren en dus begrijpen hoe een hele samenleving in de ban kon raken van de fictieve figuur Zwarte Piet door kinderliedjes te zingen waarin deze figuur voorkwam. Hoe die ban ter discussie kwam te staan, en daardoor weer kan veranderen. Dat is relevante, fascinerende en noodzakelijke kennis die jongeren onderdeel maakt van het web dat teksten in de Nederlandse samenleving weven. Een web waar ze zich, als ze op school ook leren schrijven, ook zelf in kunnen inschrijven. Lezen doe je niet voor jezelf, schrijven ook niet. Daar zit de kracht waar we jongeren (weer) toegang toe moeten geven.

Foto: PIXNIO