Gedicht: Nossis • gedichten

In Ik verlang en sta in brand is poëzie van acht vrouwen uit de Oudheid door Mieke de Vos verzameld, vertaald en toegelicht, van Sapfo tot Sulpicia. En Nossis.

Niets is zoeter dan Eros. Alle andere zegeningen
zijn minder, zelfs honing spuug ik uit.
Dit zegt Nossis: wie niet bemind werd door Afrodite
weet niets van haar bloemen, haar rozen.

*

Vereerde Hera, vaak kom je vanuit de hemel,
en ziet de offers branden in Lakinia.
Neem dit linnen kleed van Theofilis, kind van Kleocha,
ze maakte het met haar trotse dochter Nossis.

*

Thaumareta’s schoonheid staat op dit schilderij, het dartele
en jonge van haar zachte ogen is treffend.
Zelfs het kleine waakhondje zal voor je kwispelstaarten,
denkend dat ze de meesteres van het huis ziet.

*

Zelfs uit de verte is dit beeld herkenbaar als Sebaithis,
door haar schoonheid en haar rijzige gestalte.
Kijk: haar wijsheid en haar mildheid zijn van hier te zien,
moge het jou heel goed gaan, gezegende vrouw.

*

Vreemdeling, vaar je naar Mytilene met de mooie dansen,
om je te warmen aan de bloem van Sapfo’s charme,
zeg dan dat Lokri een vrouw voortbracht, net zo bemind
door de muzen. Haar naam is Nossis. Ga nu.

Nossis (leefde rond 280 v.Chr.)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.