Gedicht: Nine van der Schaaf • Goudvlinder

Goudvlinder

Er luidde een klok en een landman spitte de vlakte,
Vogels omhoog kwinkeleerden hun luid lentelied,
Donker omlaag keek de man in de deugd van zijn arbeid,
Even omhoog in het luchtblauw, gram de gedachte:
Wie zal het land oogsten, ik of de bende der roovers?
Dieper omlaag groef hij: wie zal mijn ziel grijpen,
God of de duivel? Lijflijk bestond hij zoo pover,
Schold naar het voog’lenbroed om de luidruchtige vreugde,
Dolf naar de God in de grond die de vruchtbaarheid leidde,
Wachtte een moment, toen goudgeel een vlinder neerstreek
Neven zijn spa, waar de knoestige hand even poosde.

Nine van der Schaaf (1882-1973)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.