Gedicht: Karel van den Woestijne • Naar Oost-land willen wij varen

‘Naar Oost-land willen wij varen’:
het is er het oudste lied.
Maar monden zijn vol gevaren;
malheuren slapen niet.

Al hebben kombuizen geen lichten,
kombuizen hebben een bed.
En de reizen zijn maar gedichten;
en de slaap is ’t rijkste gebed.

Slechts verlangen kan nog doorrijzen
wie daar ooit uit Oost-land kwam.
Een bokking is zeek’re spijze
bij de talmende boterham.

En maakt er de geur der zwam
hier-binnen u langzaam lam:
geur der zee vol amber is broos als
bij rijzenden uchtend de vlam
die geurt der vluchtige rozen.

Karel van den Woestijne (1878-1929)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.