Top 40 van de Gouden Eeuw – 37b

Door Margot Kalse en Olga van Marion

Nederlanders zingen heel veel, niet alleen in kerken en koren, maar ook op feestjes, bij bruiloften en onder de douche. Dat doen ze al eeuwen. Wie verliefd of verlaten is zingt een popliedje, wie in nood is het Wilhelmus of een psalm, en wie een kind in slaap sust een wiegenlied. Een gouden tijd voor het Nederlandse lied is de periode van de late zestiende en de zeventiende eeuw, wanneer al die liedjes verzameld in liedbundeltjes op de markt komen, geschikt voor jong en oud. Muzieknotatie is niet nodig, want de boekjes bevatten contrafacten: teksten van liedjes met aanduiding van de bekende melodie waarop ze gezongen kunnen worden.
Voor de Top 40 van de Gouden Eeuw hebben we de veertig populairste melodieën uit de Nederlandse Liederenbank geselecteerd, die destijds in het Nederlandse taalgebied het meest gebruikt zijn. Bij deze melodieën hebben we mooie, ontroerende en verrassende liedteksten uit die tijd gezocht om Nederlandstaligen van nu in staat te stellen kennis te maken met de rijkdom van dit cultureel erfgoed. Iedereen kan nu met behulp van de muzieknotatie of de midi-files de liedjes leren zingen. Van tijd tot tijd zullen we een exemplaar uit de Top 40 publiceren, tot we bij de allerpopulairste melodie op nummer 1 zijn.
In het boekje waarin alle liedjes verschijnen, willen we uw commentaar graag verwerken.

Misericordiam & iudicium

De Gentse dichter Jan Utenhove (1516-1566) heeft voor de protestantse vluchtelingengemeenschap in Londen een aantal psalmen en gezangen berijmd, die daar veel gezongen werden. Voor psalm 101 koos hij de mooie melodie van psalm 6 uit het Geneefse Psalter. Toen in 1553 de hervormingsgezinde Engelse koning werd opgevolgd door de katholieke Mary Tudor, moesten de Nederlandse protestanten vluchten. Zij vonden asiel in Embden, waar zij een boekje met 25 psalmen en gezangen van Utenhove lieten drukken (1557). In de tekst van psalm 101 lezen we de belofte van David als nieuwe koning van Israël in Jeruzalem. Het gaat om een soort eed die hij aflegt bij de aanvaarding van zijn koningschap. David belooft alle boosdoeners en bedriegers te verdrijven en alleen trouwe dienaren aan te stellen die hem bijstaan in zijn nieuwe ambt. Zo zal vanuit een gezuiverde stad Jeruzalem over de hele wereld Gods woord verkondigd kunnen worden.

Men moet God prysen, ende uyt der herten dat goddelick is soucken ende dat boos is haeten.

3. Alle die van dy wycken,
Haet ick oock der ghelycken,
So dat niet een van haer,
By my sal moghen blyven:
Die een boos ghemoedt dryven,
Die sullen oock van daer.

4. Ick sal oock niet bekennen,
Die haer tot schade wennen,
Die synen naesten vry
Mit achterklap beschadicht,
Die wil ick onghenadich,
Verwerpen verre van my.

5. Die mit grootscheyt bevanghen,
End hoochmoedt is behanghen
Te lyden waer my pyn.
Myn ooghe sal anmercken
Die door t gheloove wercken
Op dat sy by my syn.

6. Die haer onnoosel draghen,  
Welcke my wel behaghen,  
Sullen myn dienaers syn.
Die omgaet mit bedrieghen, 
Mit spotten en mit lieghen,
Sal in myn huys niet syn.

7. Maer de boosdoenders alle,
Wil ick bringhen ten valle,
Over het gansche landt: 
Op dat de stadt des Heeren
Rein werde, en hem vermeere  
Gods wordt aen allen kant.

Jan Utenhove

goedtheytdeugd
gherichteoordeel
DyTot u
tot my keerstzich naar mij wendt
ghemoedehart
my […] hoedenop mijn hoede zijn
eenpaersteeds
t’booshet slechte
in ander lydenbij een ander toestaan
gans en gaergeheel en al
van dy wyckenzich van u afkeren
der ghelyckenzozeer
haerhen
een boos ghemoedt dryvenboosaardig zijn
sullenmoeten
van daerweg
bekennenomgaan met
haer tot schade wennenzich wenden tot het kwaad
vryongegeneerd
achterklaplaster
onghenadichgenadeloos
verwerpenverstoten
mit grootscheyt bevanghenmet trots is vervuld
behanghengetooid
Te lyden waer my pyndiegene te verdragen zou mij leed doen
anmerckenopmerken
door het ghelove werckendegenen die gelovig zijn
haer onnoosel draghenzonder schuld zijn
omgaetzich bezighoudt
Rein werdegezuiverd zal worden
hem vermeere Gods wordtGods woord zich verspreidt
aen allen kantoveral ter wereld

Tekst en melodie uit: [Jan Utenhove], 25. PSALMEN end andere ghesanghen diemen in de Duydtsche Ghemeynte te Londen, was ghebruyckende (Embden: Gellius Ctematius [= Gilles vander Erven], 1557), fol. 35-36. https://lib.ugent.be/en/catalog/rug01:000402414 (pdf p. 22-23)