Talig vernietigend mengdier (2)

Leugen en destructie in Xenomorf van Jens Meijen

In Xenomorf (2019), de dichtbundel waarvoor Jens Meijen (24) de C. Buddingh’-prijs 2020 kreeg, wordt niet alleen de natuur vernietigd door de mens, ook de mens wordt vernietigd door de mens. Taal speelt een belangrijke rol bij die vernietiging. Eerst wordt de waarheid vermoord, in het gedicht ‘Ochtendzang van een slaapwandelaar’, en daarna in ‘Walhalla’ de mens vernietigd.

Als de leugen vaak genoeg herhaald wordt, wordt zij waarheid, is de boodschap van ‘Ochtendzang van een slaapwandelaar’. De leugen voordoen als waarheid is een bekende propagandistische praktijk, die onder meer werd gebruikt door de nationaal-socialisten in Duitsland en de communisten in de Sovjet-Unie, en die nu meermaal daags door Donald Trump wordt beoefend. Hoe dodelijk de gevolgen zijn, is bekend. De nazi’s en de sovjet-communisten vermoordden ieder enkele tientallen miljoenen mensen. Ruim 138.000 coronadoden vielen er tot nu toe in de Verenigde Staten.

De aarde is plat

(Uit: ‘Ochtendzang van een slaapwandelaar’)

‘De aarde is plat’ kun je opvatten als impliciete metafoor voor de leugen. De repetitio staat voor het eindeloos herhalen van de leugen.

In ‘Walhalla’ is een Schreibtischmörder aan het werk. De moordenaar hoeft niemand eigenhandig te vermoorden. Hij moet namen moeten afvinken, / Excel-documenten invullen, / externe harde schijven formatteren. Pas na een enorme slachtpartij, die zich voor de je-persoon in het gedicht in het bureaucratische en het virtuele afspeelt, komt de moordenaar erachter dat het om echte mensen ging die echt vermoord zijn.

je had niet verwacht dat ze zouden bloeden
je had niet verwacht dat ze zouden staren
je had niet verwacht dat ze zouden leven
je had niet verwacht dat ze zouden bloeden
(…)
je had niet verwacht dat ze zouden bloeden
je had niet verwacht dat ze zouden gillen
(…)
je had verwacht dat ze leeg waren
je had verwacht dat ze leeg waren

Meijen weet waarover hij schrijft. Hij doet aan de KU Leuven onderzoek naar extreemrechtse populistische bewegingen. In NRC Handelsblad zei hij eind juni dat het gevaar van het misbruik van taal flink is toegenomen.

Populisten gebruiken taal als scherm, om dingen van zichzelf af te schuiven, ze gebruiken taal om de definitie te maken wie erbij hoort en wie niet. Het is de existentiële angst waar ze op inspelen. 

Vloeibare neerlandistiek

Bram Ieven en Esther Op de Beek pleitten onlangs voor een ‘vloeibare neerlandistiek’ in het Journal of Dutch Literature. Ze beroepen zich in hun artikel ‘Searching for New Weapons? Dutch Studies under Late Modern Conditions‘ op denkers als Hannah Arendt en Zygmunt Bauman om de representatie van de laatmoderne tijd in proza en poëzie te doorgronden.

Xenomorf is bij uitstek geschikt om op zo’n kritisch-theoretische manier te analyseren. Het begrip ‘bureaumoordenaar’, dat ik gebruikte voor de moordende je-persoon in ‘Walhalla’, is gemunt door de Amerikaans-Duitse filosoof Hannah Arendt (1906-1975). In 1966 bestempelde zij Adolf Eichmann als een ‘desk murderer’ in het voorwoord van de Engelse vertaling van het boek Auschwitz. Bericht über die Strafsache gegen Mulka u. a. vor dem Schwurgericht Frankfurt van Bernd Naumann.

De late moderniteit, door de Brits-Poolse socioloog Zygmunt Bauman (1925-2017) liquide moderniteit genoemd omdat niets meer vaste grenzen heeft, is een hypertechnologische versie van de moderne tijd. De technologie helpt in ‘Walhalla’ om mensen te selecteren, te laten verdwijnen en te vermoorden. De afstand tussen de moordenaar en de vermoorden is groot, net als bij een dronepiloot in Californië die een terrorismeverdachte in Pakistan vermoordt.

Leugens

Een probleem van deze tijd is dat alles zo vloeibaar is dat veel mensen niet meer (willen) weten wat waar is. Op sociale media worden (politieke) leugens verspreid, gedeeld en geëchood. Dat heeft consequenties in de echte wereld. Over politieke leugens zei Hannah Arendt in 1974 in een interview met de Franse schrijver en jurist Roger Errera:

If everybody always lies to you, the consequence isn’t that you believe the lies but rather that nobody believes anything any longer. (…) On the receiving end you get not only one lie—a lie which you could go on for the rest of your days—but you get a great number of lies, depending on how the political wind blows. And a people that no longer can believe anything cannot make up its mind. It is deprived not only of its capacity to act but also of its capacity to think and to judge. And with such a people you can then do what you please.

Dat het steeds maar weer herhalen van leugens over bijvoorbeeld identiteit en ‘eigen volk eerst’ werkt, viel onlangs in de krant te lezen. In een artikel in de Volkskrant over Nederlandse jongeren die zich niet aan de Belgische coronaregels wilden houden en de confrontatie zochten met de politie in Knokke, zei een jongeman uit het Gooi, die niet op de foto wilde omdat hij later nog ‘bedrijven en aandelen’ van zijn familie moet overnemen‘, het volgende:

Weet je, het is gewoon racisme, die Belgen haten ons. Die agenten van ze meppen gewoon met knuppels op ons in. Natuurlijk ga je dan als Nederlander voor je eigen volk opkomen.

Dit discours bewijst het succes van de lavendelminnende en de geblondeerde leiders van neerlands extreemrechtse partijen. 

Een andere extreemrechtse leugen die keer op keer herhaald wordt op sociale media is dat Hitler links was omdat hij nationaal-socialist was. Socialisten zijn links, nationaal-socialisten zijn dus ook links, en dus is Hitler links en dus kunnen hedendaagse extreemrechtse partijen niet met het nationaal-socialisme vergeleken worden. Er zijn talloze Twitterberichten en ‘uitlegfilmpjes’ op YouTube te vinden waarin dat wordt beweerd.

In The Origins of Totalitarianism (1951) schrijft Arendt dat door leugenachtige propaganda beïnvloede massa’s niet meer in waarheid, feiten en werkelijkheid geloven.

The effectiveness of this kind of propaganda demonstrates one of the chief characteristics of modern masses. They do not believe in anything visible, in the reality of their own experience; they do not trust their eyes and ears but only their imaginations, which may be caught by anything that is at once universal and consistent with itself. What convinces masses are not facts, and not even invented facts, but only the consistency of the system of which they are presumably part.

The Origins of Totalitarianism, p. 357.

Als je zo nihilistisch bent geworden dat de herhaalde leugen je liever is dan de feiten, ben je bereid aan te nemen dat de aarde plat is (zoals één procent van de Nederlandse bevolking gelooft) of Hitler links was.

Arendt schrijft verder:

Mass propaganda discovered that its audience was ready at all times to believe the worst, no matter how absurd, and did not particularly object to being deceived because it held every statement to be a lie anyhow.

The Origins of Totalitarianism, p. 382.

Het niet meer geloven in het zichtbare, in de realiteit van ervaringen en het niet meer vertrouwen van wat je met je ogen en oren waarneemt, verklaart misschien waarom er in de media zo weinig aandacht is besteed aan het optreden van de beveiligers van Thierry Baudet in Den Bosch eind juni. De Volkskrant schreef twee stukken over de manier waarop twee particuliere securitykrachten van Forum voor Democratie een vreedzame demonstrant tegen Baudet op gewelddadige wijze uit de publieke ruimte verwijderden en tegen de grond drukten. Verder bleef het angstvallig stil. Zien wij niet meer hoe erg dit is? Kunnen wij het niet meer zien omdat we doof en blind zijn door een herhaling van extreemrechtse propaganda? Willen wij het niet zien omdat we bang zijn gecanceld of gestalkt te worden op sociale media? Het is goed dat een geëngageerde, jonge dichter als Meijen ons door zijn ‘aanduiding van pijnpunten’ laat nadenken over dergelijke kwesties en onze eigen medeplichtigheid.

In ‘Grondbeginsel’ wijst hij er op dat de feiten gewoon bekend zijn:

Het mag niet vergeten worden:
de feiten hebben we al jaren
drijven langs op onze schermen
spoken als ongewenste zielen
door ons hoofd

‘Wanstaltig’ opent met een behoefte aan waarheid:

Er is nu waarheid nodig. Sprookjes, verhalen,
mythes voor gezonken zielen.

Het slot doet vermoeden dat die waarheid lang op zich zal laten wachten en dat er nog veel verschrikkingen aan het openbaren van de waarheid vooraf zullen gaan.

ooit zal de waarheid zichzelf in open wonden baren.

Het spel met de taal, Meijen maakt van ‘openbaren’ ‘baren in open wonden’, is fantastisch.

Paradox

In hun analyse  van Klont (2017) van Maxim Februari en Het tegenovergestelde van een mens (2017) van Lieke Marsman beschrijven Ieven en Op de Beek een paradox die ook in Xenomorf voorkomt. De paradox bestaat volgens de auteurs uit het besef van de hoofdpersonen dat er een bedreiging van buiten op hen afkomt. In het geval van Klont vormen internet en dataficatie de bedreiging. In Het tegenovergestelde van een mens gaat het net als in Xenomorf om een ecologische ramp. Het besef dat de bedreiging te groot is voor een individu om verzet te bieden maakt volgens Ieven en Op de Beek dat de hoofdpersonen zich terugtrekken en in zichzelf gekeerd raken. Door die reactie verliezen ze het kleine beetje agency dat ze nog hadden. Op grond van Arendts analyse in The Origins of Totalitarianism is het niet vreemd dat de protagonisten niet meer konden handelen. In een totaal verdeelde wereld, waar de leugen regeert, en het individu op zichzelf is teruggeworpen is volgens Arendt actie voeren heel moeilijk.

Volgens Bauman is de totale individualisering van de samenleving zelfs hét kenmerk van de liquide samenleving. Het gebrek aan slagkracht van het individu vloeit daar logischerwijze uit voort omdat je veel problemen alleen als collectief kunt oplossen. Denk aan het gebrek aan woningen in Nederland en de vele flexibele arbeidscontracten. In het boek Liquid Surveillance. A Conversation (2012) zegt Bauman in een gesprek met David Lyon dat we allemaal ‘individu de jure’ zijn, maar in veel gevallen geen ‘individu de facto’

because of a deficit of knowledge and skills or resources, or simply because the ‘problems’ we confront could only be ‘resolved’ collectively, not single-handedly: by concerted and coordinated action by the many.

Liquid Surveillance. A Conversation, p. 144.

Het individu wordt wel geacht te kunnen handelen, zegt Bauman. Deze discrepantie tussen verwachting en realiteit leidt tot een gevoel van onmacht en vernedering. Het gevoel gediskwalificeerd te zijn, is volgens Bauman de oorzaak dat we vrijwillig serviel zijn en ons overgeven aan digitale surveillance.

In ‘Puinsonnetten’ vindt een poging plaats misbruik te maken van die digitale slaafsheid:

Geef mij je wachtwoorden in bewaring, aan deze
wormelende lappenpop tegen deze boom,
geef mij de scherven van je diepste ziel en laat me ze
herschikken
voorzichtig en onbezonnen
tot onweer

Ook voor het oplossen van de klimaatproblemen, waar Meijen zo veel over dicht, vormt de individualisering een probleem, schrijft Lucie Middlemiss in ‘Individualised or participatory? Exploring late-modern identity and sustainable development’. De opwarming van de aarde is alleen tegen te gaan als actieve burgers als collectief participeren. Die gezamenlijke actie vindt niet plaats omdat iedereen als individu denkt en handelt. Idealisten geloven dat burgers op den duur bereid zullen zijn om voor een eenvoudiger, maar gelukkiger leven te kiezen dat minder is gebaseerd op consumptie en beter voor milieu en klimaat.  Een structurele oplossing is dat niet, waarschuwt Middlemiss.

Zolang de geglobaliseerde economieën gebaseerd blijven op winstgroei en het aanjagen van de consumptie die voor die groei moet zorgen, zal een vrijwillige individuele versobering geen effect hebben op de opwarming van de aarde. Doorgeschoten consumentisme is overigens volgens Bauman één van de kernmerken van de liquide moderniteit. Het kopen van goederen is een manier voor het individu om zijn uniciteit uit te drukken en om zekerheid te verkrijgen. In een wereld waarin alles vloeibaar is, levert hebben meer zekerheid op dan zijn. In een interview met Chris Rojek stelt Bauman consumptie gelijk aan productie en zegt dat beide leiden tot het opsouperen van grondstoffen en de uitbuiting van arbeidskrachten, met een enorme berg afval tot resultaat.

In de gedichten in Xenomorf zijn talloze voorbeelden van (de gevolgen van het) consumentisme te vinden. Ik noem er een paar: In ‘Gilgamesj’ gaat het over de verkoop van alles wat de natuur te bieden heeft. Het lyrische ik verhindert dat de natuur groeit door die verkoop.

dit is enkel onmogelijk omdat ik ze zou verkopen
en dus oneindig geld
en dus oneindig groeiend bankrekeningrood
en dus oneindige inflatie
en dus oneindige instorting
van dit systeem.
Het is onmogelijk.

In hetzelfde gedicht gaat het ook over het afval dat mensen achterlaten en dat de dieren bedreigt:

Wat er van ons overblijft: plastic. Doorschijnend, verstikkend, onontkoombaar: plastic
Wat wij droegen van de dieren zullen zij van ons dragen:
chipszakken, snoepverpakkingen
als rokken over schubben en veren.

In ‘Zoutelande, overdaad’ is een veeleisende consument aan het woord, iemand die zo overvloedig consumeert dat hij er suïcidaal van wordt.

Verkoop me tweedehands medicatie.

Zonnebader, zonneklopper,

sporadisch met de enkels in de zee gaan staan
verkoop me water, verkoop me schaarste, radio’s, kinderactiviteiten,
verkoop me bomen om dood te knuffelen, konijnen die eieren leggen,
verkoop me een boeket schreeuwende stemmen, alle kraters van de maan,
verkoop me pluimvee, planeten, bodemlagen, boerderijen, de geschiedenis, de dood in
midzomer, van hittegolven word je lekker bruin
verkoop me het sijpelen van geld in het zijnde, leestekens, taalregels,
schoenveters om mezelf —

Optimisme

Volgens Meijen is er trouwens wel actie mogelijk: dichten. Hij is optimistisch over het effect van poëzie. Gedichten kunnen een ‘katalysator’ tot verandering zijn. In een eigentijdse sportvergelijking zegt hij in NRC Handelsblad:

Vergelijk het met een voetbalteam: een ploeg die twintig keer op een goal schiet en één keer raak verliest het van een ploeg die twee keer op het goal schiet, maar beide keren het doel treft.

Het eerste artikel van Marie-José Klaver over Xenomorf van Jens Meijen verscheen op 16 juli 2020 op Neerlandistiek.

                                                            Foto van Matt Cooper / CC0

Literatuur

Arendt, Hannah, The Origins of Totalitarianism. New York: Harcourt Publishers, 1979. (1e dr. 1951)

Arendt, Hannah, Interview with the French writer Roger Errera 1974. In: Virtue Ethics. http://virtueethicsinfocentre.blogspot.com/2017/04/hannah-arendt-interview-with-roger.html. (Geraadpleegd op 17 juli 2020).

Baumann, Zygmunt, Liquid modernity. Cambridge: Polity Press, 2000.

Bauman, Zygmunt & David Lyon, Liquid Surveillance: A Conversation. Cambridge: Polity Press, 2012.

Ieven, Bram & Esther Op de Beek, ‘Searching for New Weapons? Dutch Studies under Late Modern Conditions’. In: Journal of Dutch Literature, 10/1, 2019, pp. 71-94.

Meijen, Jens, Xenomorf. Amsterdam: De Bezige Bij, 2019.

Middlemiss, Lucie, ‘Individualised or participatory? Exploring late-modern identity and sustainable development’. In: Environmental Politics, 23/6, 2014, pp. 929-946. DOI: 10.1080/09644016.2014.943010. (Geraadpleegd op 17 juli 2020).

Rojek, Chris, ‘The Consumerist Syndrome in Contemporary Society. An interview with Zygmunt Bauman’. In: Journal of Consumer Culture 4/3, 2014, pp.291-312.