Over een leuk tweetalig interview – en de onverholen agressie die het opriep

Door Henk Wolf

Dinsdag besteedden zo’n beetje alle Friese media aandacht aan een urenlange schimpkanonnade op Twitter aan het adres van Friezen. Wie er meer over wil lezen, vindt hier, hier en hier berichten. Eventjes was #Fries nummer 1 in het lijstje van trending topics.

De aanleiding was een Twitterreactie van iemand op een interview van journalist Arjen de Boer van Omrop Fryslân met de technisch directeur van SC Heerenveen, Gerry Hamstra. Zoals dat bij Omrop Fryslân gebruikelijk is, hoefde niemand zich te ferbrekken, dus De Boer sprak Fries en Hamstra sprak Nederlands. Voor geen van beiden was dat een probleem of zelfs een thema, maar in de Twitterreactie stond dat het “ontzettend asociaal” was dat De Boer zich in taal niet aan Hamstra aanpaste. Vervolgens plaatste Omrop Fryslân een (nogal knullig) filmpje met het motto ‘Frysk is net asosjaal, Frysk is ús memmetaal’ en toen vlogen de meningen de wereld over op een manier van ‘van dik hout zaagt men planken’.

Taaldiscriminatie

Dat sprekers van minderheidstalen een dikke huid moeten hebben, wist ik natuurlijk wel. Alleen in de afgelopen vier dagen werd er in mijn bijzijn door twee Groningers besproken hoe asociaal het was dat Friese collega’s in Drachten onderling Fries spraken, werd een gesprek tussen mij en iemand anders op Facebook door een derde onderbroken met “Mogen Nederlanders dit soms niet volgen” en las ik het verhaal van een vrouw die hoorde hoe twee dames er schande van spraken dat haar vriend, die in een wc-hokje hun babytje aan het verschonen was – Fries tegen dat kind sprak.

Toch werd ik even raar van de onbeteugelde uiting van dédain, agressie en bemoeizucht die uit een aantal van de in de media herplaatste reacties sprak. Antidiscriminatiebureau Tûmba in Leeuwarden noemt het taaldiscriminatie en vermoedelijk is die term gerechtvaardigd, als je bedenkt dat we het ook hebben over discriminatie wanneer dezelfde agressie mensen ten deel zou vallen op grond van hun uiterlijk of partnerkeuze.

Accommodatie

Verklaren kan ik de verbazing over het naar taalkeuze asymmetrisch verlopende gesprek deels wel. Taalsociologen weten dat mensen elkaar subtiel laten weten dat ze elkaar goedgezind zijn door zich aan elkaar aan te passen: in spreektempo, in volume en ook in taalkeuze. Accommodatie wordt dat genoemd. Een afwijking van dat accommodatiepatroon kan, als je er niet aan gewend bent, onvriendelijk overkomen. Ook weten we dat er in de hoofden van mensen taalhiërarchieën bestaan, waardoor zowel de spreker van de taal met hoogste status als de spreker van de taal met de laagste status ervan uitgaan dat de laatste de grootste aanpassingsinspanning levert. Asymmetrische taalkeuzes binnen een gesprek kunnen wel, maar dan moeten de sprekers weten dat die niet bedoeld zijn als uitdrukking van een disharmonische relatie.

Mijn collega Mirjam Günther, die zelf een drietalige huishouding voert, reageerde vandaag op Omrop Fryslân. Ze legde uit dat talen heel goed als luistertaal kunnen functioneren, dus passief ‘gebruikt’ kunnen worden door iemand die zelf een andere taal spreekt. Zelf spreekt ze bij voorkeur Fries en anders Nederlands, terwijl mensen tegen haar wel Drents en Duits spreken. Ik ken ook talloze van dat soort situaties, waarin het zelfs raar zou zijn als m’n gesprekspartners en ik voor dezelfde taal zouden kiezen. Mirjam begeleidt scholen in Friesland en Drenthe bij het organiseren van projecten waarin kinderen wennen aan het vasthouden aan hun eigen taal en het verstaan van de taal van anderen. Hier vertelt ze er meer over.

Foto: Unsplash