Niet zo into uw gevoelens verwoorden? Zeg het met een voorzetsel

Door Lauren Fonteyn

Volgens Facebook heb ik 680 vrienden (wat??), waaronder Maarten. Ik weet niet helemaal meer van waar ik Maarten ken, maar wat ik u wel kan vertellen is dat Maarten onlangs op tv was met z’n werk, want hij postte daarvan een videofragmentje op z’n facebookpagina. Zelf ben ik ook al eens op de tv geweest, maar eerder per ongeluk: er is een opname van een interview met Ronald Giphart en als u dan goed kijkt in de hoek rechtsonder ziet u mijn arm Giphart’s kat aaien – maar goed het gaat hier niet over mij en we moeten Maarten ook z’n moment laten hebben.

In het fragmentje dat Maarten postte, zien we Maarten in een klein zaaltje met met stoere mannen. Hij zit naast een wat oudere vrouw met een notitieboekje. De vrouw bestudeert fronsend een lijstje dat ze hardop afleest: “Een siliconevorm voor cake, een spuitzak, een weegschaal,…”. Ze stopt en kijkt op, richt zit tot de aanwezigen, en zegt: “We zijn intoe bakken, zou ik peizen?”

Ja dat vond ik dus een hele interessante vraag. Niet omdat ik echt wil weten of die mannen in dat zaaltje intoe bakken zijn, maar wel hierom: wat moet u eigenlijk antwoorden of de vraag of u intoe bakken bent? Wat betekent dat eigenlijk?

Een short intermezzootje over het Engels

Voor wie een beetje intoe Engels is, is dat misschien op het eerste zicht niet zo’n moeilijke vraag. Het gaat hier namelijk om het Engelse voorzetsel into. Maar wat betekent dàt? 

Wat ik grappig vind aan voorzetsels, is dat niemand ze ooit als ‘moeilijk woorden’ zou bestempelen, maar is eigenlijk best wel lastig om uit te leggen wat ze betekenen. Ik doe hier even een poging.

Als u into opzoekt in het Oxford English Dictionary komt u op een lijst van maar liefst 23 (drieentwintig!) verschillende betekenissen, en die lijst kan worden aangedikt tot 35 (vijfendertig!!) als men de aanvullingen en verfijningen van het woordenboek erbij telt. Laat dat even inzinken en zeg dan nog eens dat voorzetsels geen moeilijke woorden zijn. Echt. Ik wil hier even een momentje nemen om erbij stil te staan hoe indrukwekkend het eigenlijk is dat mensen uberhaupt ooit één hele taal leren als slechts één klein voorzetsel in die taal al tussen de 20 en 40 betekenissen kan hebben.

Nu is het zo dat het heel onwaarschijnlijk is dat we bij het leren van een taal per voorzetsel die hele lijst van definities in ons brein opslaan, want dat zou gewoon te veel zijn. Ik heb op zich wel sympathie voor dat idee, en ik zou het graag als excuus gebruiken om te verklaren waarom ik nog steeds niet kan onthouden hoe mijn buurvrouw heet of waar ik mijn sleutels nu weer heb neergelegd (“JA EUH ik moet dus wel ALLE BETEKENISSEN van ALLE WOORDEN DIE IK KEN al onthouden dus SORRY dat  ik mijn sleutels niet meer kan vinden GERDA of hoe je ook heet”), maar zo werkt het dus niet. Waarschijnlijker is dat we voor elk voorzetsel een kernbetekenis leren – of laat ik zeggen ‘een beperkt aantal kernbetekenissen’, want de jury is er nog niet helemaal over uit – waar we alle overige betekenissen van dat voortzetsel uit kunnen afleiden.

Voor voorzetsels – en het Engelse into is waarschijnlijk niet anders –  is die kernbetekenis vaak eentje die een ruimtelijke relatie schetst. Om precies te zijn, geeft into aan dat iets of iemand van buitenaf naar binnen toe gaat. Zo is into dus net een beetje anders dan in: bij a worm is wriggling in my fries schetst u een beeld met een wiebelende worm in uw frietjes, maar bij a worm is wriggling into my fries geeft u eerder expliciet aan dat die worm van buitenaf kwam en zich dan wiebelend tot in uw frietjes begaf. 

a worm is wriggling in my fries (links) en a worm is wriggling into my fries (rechts)

Omdat sprekers van het Engels het natuurlijk – en gelukkig – niet enkel over de ruimtelijke verhouding van wormen tot frietjes hebben, kunnen we die ruimtelijk voorstelling wat abstracter maken. Zo dus:

een abstracte voorstelling van in (links) en van into (rechts)

En met dat abstracte plaatje komen we echt een heel eind om alle gebruiken van into te snappen. U hoeft het namelijk niet alleen op de fysieke ruimte toe te passen: u kan het net zo goed over tijd hebben met into – Lenny Kravtiz zingt in I’ll be waiting bijvoorbeeld “I’ve seen you cry into the night” waarmee hij dus impliceert dat z’n baby dus niet alleen ‘s nachts maar ook al voor het nacht werd zat te huilen, ocharme – of over activiteiten (she got into a fight), of hobbies en beroepen. Uw lokale bakker is dus into bakken, zeg maar.

De bakker is echt into bakken

Dat laatste zinnetje is wel een beetje ambigu en past misschien niet zo goed meer bij de kernbetekenis van into. Ten eerste ligt de nadruk bij de bakker is into bakken niet zozeer op een beweging of process van eerst niet bezig met bakken naar dan wel bezig met bakken, en ten tweede is het ook niet helemaal duidelijk of we zijn beroep beschrijven, of dat we eerder iets zeggen over wat de bakker graag doet.

Dat moet volgens mij voor Engelstaligen ook zo geweest zijn. In de vroege twintigste eeuw bedoelden ze met uitspraken als the baker is into baking voornamelijk dat dat zijn beroep was, maar, aangezien die bakker dus zo gek is om 5 uur ‘s morgens op te staan om dan urenlang te gaan bakken, gaan we er bijna vanzelfsprekend vanuit dat hij dat ook wel heel erg graag doet. Die veelvoorkomende bijkomstige associatie is dan na een tijdje een betekenis van into op zich geworden. In de tweede helft van de twintigste eeuw begonnen mensen dus ook te zeggen dat ze into music zijn (niet omdat ze muzikant zijn maar omdat ze er gewoon heel graag naar luisteren) of dat ze into iemand zijn (omdat ze die persoon heel leuk vinden, op een ‘bow-chicka-wow-wow’-manier).

Dus ja, dàt betekent into: het is met die specifieke betekenissen, die we kunnen samenvatten onder de algemene noemer ‘leuk vinden’, dat het voorzetseltje rond het einde van de twintigste eeuw naar het Nederlands migreerde.

Hoe we tegenover de dingen staan

Het is helemaal niet zo ongewoon voor sprekers van het Nederlands of het Engels om voorzetsels te gebruiken om aan te geven wat ze ergens van vinden. Zo zou u, als u bijvoorbeeld eens net als Maarten niet-per-ongeluk op de tv mag komen, misschien gevraagd kunnen worden hoe u tegenover de coronamaatregelen staat. En dan zou u, zonder daar lang over na te denken, kunnen zeggen dat u voor of tegen bent. En dat u nog steeds bovenop het nieuws zit. Of dat u uzelf net over die hele panieksituatie gezet heeft. Maar waarom doen we dat?

Een theorie is dat we dat doen om de complexe wereld waarin we leven met onze woorden concreet proberen te maken. Fysieke dingen zijn heel concreet en daarom makkelijker te beschrijven. Als ik u vraag om me uit te leggen wat een klok is, dan kan u gewoon naar een klok wijzen. Maar als ik u vraag om uit te leggen wat ‘tijd’ is, waar moet u dan naar wijzen? Ook naar de klok?

Wel, ja, want dat helpt wel om het uit te leggen. We maken vaak gebruik van objecten, maar ook van fysieke, ruimtelijk concepten zoals positie en plaats om het over de vage, abstracte dingen in het leven te hebben. In die zin zijn voorzetsels ideaal: hun kernbetekenis drukt in de meeste gevallen een ruimtelijke relatie uit, en die kunnen we gebruiken om uit te leggen hoe we ons mentaal of emotioneel verhouden tot de wereld om ons heen. En, niet onbelangrijk: voorzetsels zijn ook kort dus dat is ook lekker makkelijk.

Gevoelens zijn zo awkward

Dat van dat kort zijn lijkt misschien een grapje, maar ik meen dat eigenlijk wel soort van serieus. Laat me dat even uit te leggen door u mee te nemen naar mijn puberjaren. Alles, maar ook echt ALLES, was toen stom en ongemakkelijk, maar een ding spande toen wel de kroon: het was echt VRESELIJK om te praten over (kucht en kijkt schichtig rond) ‘liefde enzo’. Maar tegelijkertijd wilde ik natuurlijk ook wel heel graag dat het voor die ene andere puber duidelijk was dat ik het wel leuk zou vinden om eens een poging tot muilen te doen achter de cinema. Maar hoe kan iemand dat zeggen zonder stomme, vieze dingen als ‘ik ben verliefd op je’ (ieuwww) en ‘ik wil verkering met je’ (iehieuwwwwww) te gebruiken?

Wel, door het kort te houden en die stomme woorden weg te laten. Ik gaf dus niet graag toe dat ik verliefd was op Tom van de brillenwinkel en zou ook nooit zeggen dat ik twee weken verkering had met Tom van de brillenwinkel, maar ik durfde wel zeggen dat ik op Tom was, en ik kan ook met enige trots rapporteren dat ik ook twee weken met Tom was (tot z’n beste vriend mij een briefje kwam geven dat het niet meer aan maar uit was). Op de een of de andere manier schepte dat soort taalgebruik toch een beetje afstand tussen mij en de ongemakkelijke gespreksmaterie. 

Dat verklaart natuurlijk niet waarom we into gebruiken, want we hadden net zo goed naar een Nederlands voorzetsel kunnen grijpen, toch? Hah. Ja. In zekere zin wel: er zijn vaak veel mogelijke manieren waarop we iets kunnen benoemen, en wat we precies kiezen en wat er op de lange termijn in onze monden blijft hangen is tot op zekere hoogte een kwestie van willekeur. Maar misschien is in dit geval de keuze voor een Engels woord toch niet zo random: uit onderzoek blijkt namelijk dat mensen wel vaker beroep doen op een vreemde taal om wat emotionele afstand van het onderwerp te bewaren. Kwestie van dat je toch gewoon even luvjoe kan zeggen tegen je vriendin aan de telefoon zonder dat dat meteen heavy moet worden, of dat je even aan een bende stoere mannen kan vragen of ze into bakken zijn zonder dat ze dat awkward gaan vinden. Ik snap dus wel waarom die vrouw dat op die manier zei.

Maar goed. Het ging eigenlijk niet over hoe boeiend taal kan zijn, en we moeten Maarten ook z’n moment laten hebben.

Illustraties: L. Fonteyn