Luistertaal

Door Mirjam Günther

Laatst was er ophef op social media over een interview waarin de interviewer Fries sprak en de geïnterviewde Nederlands. Enkele twitteraars waren van mening dat het ‘asociaal’ is om elkaar in verschillende talen aan te spreken. In dit geval had, volgens de twitteraars, de interviewer zich aan moeten passen aan de geïnterviewde en ‘gewoon’ Nederlands moeten spreken. Maar het gebruiken van meerdere talen in één gesprek is niet asociaal of raar. Sterker nog, het is een veelgebruikte methode in het onderwijs. We noemen dat dan receptieve meertaligheid, door professor Interculturele Communicatie Jan ten Thije ‘luistertaal’ gedoopt. Luistertaal is een vorm van meertalige communicatie, waarin mensen met verschillende taalkundige achtergronden hun eigen taal spreken en elkaar toch begrijpen. Deze vorm van assymetrische communicatie richt zich op de ontwikkeling van receptieve vaardigheden en het oefenen van taalleerstrategieën. Dit kan bijvoorbeeld met verwante talen zoals Fries en Nederlands, maar ook met Engels, Duits, een streektaal of dialect maar ook met migrantentalen.

Als onderdeel van de projecten van het Lectoraat Meertaligheid & Geletterdheid van de NHL Stenden Hogeschool, hebben wij verschillende samenwerkingsactiviteiten ontwikkeld, waarbij leerlingen met verschillende taalachtergronden elk hun eigen taal gebruiken om samen opdrachten uit te voeren. Bijvoorbeeld een schat in een doolhof vinden (http://3mproject.nl/toolbox/lesmateriaal/17_LES_07-09_TZ_Luister_goed.pdf) of verschillen tussen twee foto’s met objecten ontdekken (http://3mproject.nl/toolbox/lesmateriaal/18_LES_07-09_T_Versta_je_mij.pdf). Bij deze activiteiten zitten sprekers met de rug naar elkaar toe, spreken elk hun eigen taal en gebruiken verschillende strategieën om elkaar te begrijpen. Bijvoorbeeld door een andere woord te gebruiken zoals ‘nach vorne’ als iemand het Duitse woord ‘geradeaus’ niet herkent of een woord te omschrijven zoals  ‘read is de kleur fan de leafde’ als iemand het woord Friese woord ‘read’ niet (her)kent. Een ander voorbeeld is een oefening die we vaak bij workshops voor leraren gebruiken waarbij deelnemers een Portugese tekst over Friesland horen en lezen en een rijtje woorden moeten herkennen (kaas = queijo, provincie = província, etc.). Dit maakt leraren meteen bewust van de mogelijkheden om verschillende talen in de klas te gebruiken en wellicht eens een andere taal als instructietaal te gebruiken. Binnen onze projecten gebruiken we bijvoorbeeld tijdens muzieklessen het Drents waarbij de juf Drents spreekt en leerlingen Nederlands terug spreken. Bij al deze oefeningen worden leerlingen (en leraren) zich bewust van hoeveel je kunt begrijpen door je complete taalregister open te stellen, te vergelijken, te associëren, verbanden te leggen, etc. Leerlingen leren woorden en structuren herkennen en in hun eigen taal antwoorden te formuleren. Zo ontwikkelen ze spelenderwijs hun eigen taalleerstrategieën èn ontwikkelen ze een positieve houding ten opzichte van andere talen.  Luistertaal is daarmee ook belangrijk voor het ontwikkelen van taalbewustzijn, het creëren van een positieve(re) houding tegenover taal en het verhogen van de motivatie om talen te leren. Verschillende lesactiviteiten, zoals een les rond dialecten (http://holi-frysk.nl/lesmateriaal/03_HF_LES_Dialecten_NL.pdf) of een les rond taalfamilies (http://holi-frysk.nl/lesmateriaal/07_HF_LES_Taalfamilies_NL.pdf) kunnen dat extra stimuleren.

Door je open te stellen voor de andere talen en de taalrijkdom en -diversiteit die ons land te bieden heeft te omarmen kun je ontdekken dat je meer verstaat dan je misschien denkt!

Kleine voetnoot: natuurlijk houd je wel rekening met de kans dat de ander je verstaat, oftewel houd rekening met de context. In Friesland kan 94% van de inwoners het Fries verstaan en dus kun je vrijwel iedereen in het Fries aanspreken. Maar met op vakantie de bakker de Limburg in het Fries aanspreken oogst je misschien minder succes. In het geval van het interview verstond de geïnterviewde overigens prima Fries.